Is Moore goed?

Wat heeft een film nodig om hem `goed' te kunnen vinden? Daar vraagt u iets! Er zijn films die ik tientallen jaren geleden heb gezien, waarvan ik de titel niet heb onthouden, en die me toch zijn bijgebleven door een enkele scène, van niet langer dan een paar minuten. Voorbeeld: een Comedy Caper. Een bestelauto parkeert voor de ingang van een banketbakkerij. Er worden grote plateau's met taartjes naar binnen gedragen. Dan komen er twee mannen voorbij. Ze hebben ruzie. De ene grijpt een taartje van een juist passerend tableau en treft de tegenstander. Die probeert de aanval op dezelfde manier te beantwoorden maar treft een onschuldige passant. Deze, boos geworden, laat zich op dezelfde manier niet onbetuigd. Treft ook een onschuldige. Deze scène eindigt in een mêlee waarin iedereen elkaar met taartjes gooit. Het is een ander soort aanval dan het eigentijdse, politieke taart gooien. Dit filmpje uit de jaren twintig zal als universeel komisch bedoeld zijn, een uiterste van slapstick. Maar wie een Hobbesiaans wereldbeeld koestert kan er met gemak een alleszins verdedigbare oersimplificatie van het leven zelf in zien. Zo is het trouwens met veel slapstick: heeft een primitief-wrede ondertoon. Een Duitse filosoof zal er anders over denken: dit filmpje ook `goed' vinden, maar omdat hier het taart gooien an sich zo dicht wordt benaderd. Het absolute taart gooien.

Vorige week ben ik naar Fahrenheit 9/11 gegaan. Omdat ik een goede film wilde zien? Bowling for Columbine vind ik goed, vooral om een paar minuten, de duur van de scène die het interview met Charlton Heston omvat. Michael Moore is als lid van de National Rifle Association bij de voorzitter op bezoek gegaan, om hem te interviewen. Langzamerhand ontdekt de vuurwapenvoorvechter wie hij tegenover zich heeft. Moore vraagt door, de camera zoomt in op zijn gezicht, en dan zie je het in zijn oogopslag, de bewegingen van zijn gezichtsspieren: Heston wordt bang. Het is een anatomische les in het ontstaan van angst. Dit is het ogenblik waarop de cineast zijn overwinning haalt; zo naakt, genadeloos is de angst in beeld gebracht, dat ik me de film als `goed' herinner, afgezien van wat er verder wordt vertoond.

Nu Fahrenheit 9/11. Je moet erheen, niet in de eerste plaats omdat hij goed zou zijn, of is, maar omdat iedereen erover praat, al sinds de première, en omdat dus steeds meer mensen erheen gaan, waardoor er nog meer over wordt gepraat. Dat is ook een manier om een `goede' film te maken. Als de toeloop niet meer de stuiten valt, doet de vraag naar goed of slecht en in welke mate niet meer terzake. Dit stadium heeft Michael Moore in ieder geval bereikt.

Dan verschillen de praters van mening, er ontstaan scholen van voor- en tegenstanders, het werk wordt uitgevlooid op zijn fouten, vertekeningen, demagogie, pogingen tot misleiding. Hiermee zijn we genaderd tot het stadium van de historische onverwoestbaarheid. Want Moore behandelt de loopbaan van een zeer controversiële president, die zich hoe dan ook al onvergetelijk heeft gemaakt. Moore is, om het zo te zeggen, op de kar van zijn onvergetelijkheid gesprongen, met een dusdanige kracht dat de historici hem straks niet kunnen verwaarlozen. Dit verleent zijn film een kwaliteit die met filmisch goed niet meer kan worden beschreven. Hij is zelf deel van de geschiedenis geworden. Ook dat is een goede reden om nu naar zijn film te gaan kijken. Op deze manier wordt u zelf ook een beetje historisch.

Maar daarmee is nog altijd de vraag niet beantwoord of Fahrenheit 9/11, afgezien van zijn politieke context, demagogie en selectieve argumentatie in kunstzinnig opzicht `goed' is. Of iemand die tot de trouwste aanhangers van de president hoort, zou kunnen zeggen: `Ik ben het er geen seconde mee eens. Maar filmisch: een meesterwerk!' Zo kom ik terug op mijn voorbeeld uit de Comedy Capers. In Fahrenheit 9/11 komen een paar scènes voor die ik niet zou willen missen. De eerste waarin de president een kleuterklas verder voorleest uit een kleuterboek, terwijl de Twin Towers instorten. De tweede, als de president door de make-up wordt behandeld, voor hij zijn televisierede over de oorlog in Irak zal houden, en in die paar minuten charmante of olijke gezichten zet. Daarin doet de context die Moore eraan geeft, niet meer terzake. Het is film, puur. Daarmee is ook de beste reden gegeven om zelf te gaan kijken.