`Fries is een lekkere zangtaal'

Nynke Laverman komt uit Friesland, maar besloot als tiener dat ze Portugese fado wilde zingen. ,,Friezen zijn ook heel melancholiek en gepassioneerd.''

Ze draagt een sober zwart jurkje met grote, donkerpaarse bloemen op de zoom. Haar gehaakte stola houdt ze strak om haar tengere schouders getrokken. Nynke Laverman (1980) is op en top fadista.

Niet dat de Friese zangeres bewust uit is op imitatie van Portugese voorbeelden. ,,Ik hou gewoon van zwarte kleding'', stelt ze. ,,En naar fado luister ik al vanaf mijn vijftiende. Ik heb alleen heel lang gedacht dat je, om het ook echt te kunnen zingen, in Lissabon geboren moest zijn. Dat je een leven lang in fadokroegen gezongen moest hebben, deel uitmaken van die cultuur.''

Laverman groeide op in Weidum, een dorp tussen Leeuwarden en Sneek, een wereld verwijderd van de Portugese pathos. Op haar vijftiende zag ze de thriller Primal Fear. En het was niet de verschijning van Richard Gere die haar betoverde, maar de stem van Dulce Pontes op de soundtrack. ,,Ik dacht: wat is dit? Ik wilde er meer van weten. Dulce Pontes heeft zo'n krachtige stem. Er spreekt een oer-emotie uit, die vanuit haar tenen komt. Ik raakte er zo vol van. Dat wilde ik ook zingen. Er zit een rauwheid in die je ook vindt in tango en flamenco. Het komt echt ergens vandaan, het gaat ergens over. Veel gelikte popmuziek komt lang zo diep niet.''

In de zomer van 2003, na haar afstuderen aan de Amsterdamse Academie voor Kleinkunst, zette Laverman een beslissende stap: ze kocht een vliegticket naar Lissabon. ,,Ik wilde weten hoe het daar klinkt'', luidt haar droge verklaring achteraf. ,,Ik werd op sleeptouw genomen door een bevriende bassist. Die vroeg me waarom ik zelf niet zong. Maar ik durfde niet. Voor ik het wist stonden we in een café en hoorde ik mezelf aangekondigd worden. Toen moest ik wel. Het was mijn engste optreden ooit. Maar het heeft me wel bevestigd in mijn verlangen fado te willen zingen.''

En dat gebeurde ook. Op de afgelopen editie van het Oerol festival stond ze op het podium als fadista van eigen bodem. De cd Sielesâlt volgde snel daarna. Daarop is te horen dat Laverman geen blonde versie is van Mariza of Amalia. Net als Cristina Branco gebruikt ze dichtteksten van Jan Jacob Slauerhoff. ,,Die gaan over liefde, onbestemd verlangen, dromen en het gevaar te verzuipen in die dromen. Erg toepasselijk voor fado.'' Maar anders dan Branco verkiest ze een dynamische, meer theatrale voordracht boven lyriek. En de instrumentatie – slagwerk, gitaar, cello en contrabas – is verre van puristisch. ,,Het is inderdaad onorthodox. Maar ik wilde er ook iets van mezelf aan toevoegen. De marimba en cajon zorgen voor een bijzonder aardse klank. En de cello gilt soms heel rauw; die vertelt een eigen verhaal in een verhaal.''

En dan is er nog het grootste verschil. Laverman zingt haar fado's in haar moedertaal, het Fries. ,,Ik had natuurlijk ook in het Portugees kunnen zingen, maar dan had ik mezelf een beetje verstopt achter die taal. Fries staat dichter bij me, het is directer en eerlijker. Bovendien is het een lekkere zangtaal. Er zitten veel klinkers in, net als het Portugees. Eigenlijk is het een rauwe, poëtische taal. Van Friezen wordt altijd gezegd dat ze zo nuchter zijn, maar ze zijn ook heel melancholiek en gepassioneerd. Er lijkt alleen een code te gelden die bepaalt dat je dat niet laat zien.''

Ook voor haar volgende project blijft Laverman haar moerstaal trouw. Ze werkt momenteel aan een liederenreeks op basis van teksten van de Friese dichteres Albertina Soepboer. ,,Haar werk gaat over eenzaamheid, liefde en verlangen. Zij weet als een van de weinigen het Fries sensueel te maken. Binnenkort ga ik weer naar Portugal om componisten te vinden die de muziek erbij willen schrijven. Ik ben benieuwd hoe de puristen daar op reageren.''

Nynke Laverman: Sielesâlt (Pink Records, FAMA 198001) Distr Culture. Nynke Laverman treedt op 15/8 op in het Vondelpark in Amsterdam.