Een broodje lood-om-oud-ijzer

Een van zijn voorgangers bedacht als politicus de doctrine, maar nu komt president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank met zijn eigen variant. Econoom-politicus Jelle Zijlstra (ARP) heeft de beste papieren als de bedenker van de politieke lood-om-oud-ijzertheorie: het is christen-democraten om het even of zij nu met liberalen of met socialisten regeren.

De variant van Wellink, een van Zijlstra's opvolgers bij De Nederlandsche Bank, draait niet om coalitiepolitiek en regeringsmacht, maar om pensioenen, pensioentekorten en een lastig Kamerlid. De Nederlandsche Bank heeft de toorn van CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt over zich afgeroepen door vorig jaar onder meer 55 miljoen euro in haar pensioenfonds te storten. Het fonds had te weinig reserves.

De centrale bank is geen staatsdienst, waarvan de pensioenen bij ambtenarenpensioenfonds ABP zijn verzekerd. DNB is een aparte naamloze vennootschap, met een eigen CAO en een eigen pensioenfonds.

Met de bijdrage van 55 miljoen euro dichtte De Nederlandsche Bank in één keer het hele reservetekort van het pensioenfonds, al had zij volgens de afspraken met het fonds maar eenderde hoeven te storten. ,,Een betaling ineens of in termijnen is immers lood om oud ijzer'', schreef Wellink vorige week in een open brief aan Omtzigt.

Helaas, noch de theorie, noch de praktijk bieden veel aanknopingspunten voor zijn standpunt. Geld nu is meer waard dan geld over drie jaar. Dat heeft niet alleen te maken met de geldontwaarding, die Wellink vanuit Amsterdam en Frankfurt moet bestrijden, maar ook met het feit dat je met geld geld kunt maken. Geld levert rente op, of dividend en wellicht zelfs koerswinst als het in aandelen wordt belegd.

Het feit dat belegd geld zich onder normale omstandigheden vermenigvuldigt is zelfs de basis onder het Nederlandse pensioenstelsel waarin sparen centraal staat. Toezicht daarop is sinds kort een kerntaak na de fusie van De Nederlandsche Bank met de Pensioen- en Verzekeringskamer.

Ook in de praktijk vindt Wellinks lood-om-oud-ijzertheorie weinig gebruikers. Grote concerns als ABN Amro, TPG en KPN storten wel geld extra in hun pensioenfonds, maar in termijnen. Het geld voor het pensioenfonds concurreert met andere bestedingen, zoals investeringen en de inkoop van eigen aandelen. Zij weten dat hun beleggers met argusogen toekijken.

De enige twee die de afgelopen jaren schijnbaar moeiteloos grote bedragen in hun pensioenfonds stortten waren de woningcorporaties en de Rabobank. Maar die hebben beide geen winstbeluste aandeelhouders. Net als De Nederlandsche Bank.