`Big Brother zal over Athene blijven waken'

Niet alle inwoners van Athene zijn blij met de Olympische Spelen. Protesten hebben al lang plaatsgemaakt voor berusting. ,,Wat kunnen we er aan doen?''

Een paar dozijn grote gele planten staat gereed om aan de vooravond van de opening van de 25ste editie van de moderne Olympische Spelen, vanavond in het Olympisch Stadion, nog snel te worden geplant op een plein bij Mitropoleusstraat in het centrum van de stad. Het resultaat mag er zijn.

Daar is Kostas Titiros (,,Hallo, ik spreek Engels'') het helemaal mee eens. Maar verder? Voor de 61-jarige oud-zeeman hoeven de Spelen niet. Hij ziet als enig voordeel dat hij mensen uit andere landen kan ontmoeten, ,,want de Grieken zitten me tot hier. 99 procent liegt en een groot deel van de bevolking is slecht opgeleid. Er wordt veel te weinig geld aan onderwijs besteed. Ook voor oude mensen wordt te weinig uitgetrokken. En kijk eens hoeveel geld die Spelen kosten.''

De ober van de taverne Bakaliarika, even verderop, vindt het daarentegen allemaal prachtig. ,,Alles is op tijd klaar. Geen land kan zeggen dat de Grieken het niet kunnen.'' Dit zijn woorden die de voorzitster van het Griekse organisatiecomité Athoc, Gianna Angelopoulos-Daskalaki, wil horen. Vorige maand hield ze haar landgenoten voor dat deze Spelen ,,de Spelen van de glimlach moeten worden en niet van geklaag''. En vooral Atheners moesten blij kijken.

Nu heeft de gemiddelde Griek al een hekel aan van bovenaf opgelegde regels, de oproep om vooral blij te kijken de komende weken vindt menigeen helemaal te veel van het goede. In het noorden van de stad bijvoorbeeld antwoordt een bejaarde man op de vraag of hij gelukkig is met de Spelen: ,,Dit heeft niets met sport te maken. Het zijn ook helemaal geen sporters die hier naar toe komen. Ze gebruiken van alles, daarom zijn ze sterk. Alleen daarom.'' Een voorbijganger wijst op de straat: ,,Het heeft jaren geduurd voor die er netjes uitzag. Nu is dat gebeurd, maar moet ik daarom blij zijn met de Spelen?'' Hij wil doorlopen, draait zich om en zegt: ,,Al dat geld, al dat geld.'' En dan, berustend: ,,Wat kunnen we er aan doen?''

Ook Babis en zijn vrienden klagen er over dat de Spelen zoveel kosten. Om van de veiligheidsmaatregelen maar te zwijgen. Babis: ,,Goed, we hebben er de metro aan overgehouden, maar voor ons is ook alles duurder geworden. En die camera's vind ik vreselijk. Die worden na de Spelen echt niet weggehaald. Het is echt Big Brother is watching you geworden. Het moet weer worden zoals heel vroeger: zonder McDonald's, zonder camera's en met sporters die op eigen kracht strijden.''

Het heeft er alle schijn van dat Babis geen ongelijk heeft met zijn veronderstelling dat de bewakingscamera's ook na de Spelen in de straten van Athene blijven hangen. Vorige maand hebben regeringsautoriteiten al geopperd dat de camera's kunnen worden gebruikt om het hectische verkeer in de stad in goede banen te leiden – lees: een oogje te houden op het individuele rijgedrag van de Athener. Dit onderwerp kan na de Spelen nog een politieke hete aardappel worden, want het hoofd van de Griekse privacybescherming zal alles in het werk stellen om te voorkomen dat de privacy van burgers wordt aangetast, zo zei hij vorige maand.

Het hele arsenaal aan (veiligheids)maatregelen inspireerde cartoonist Yiannis Ioannou tot een fraaie tekening in de krant Ethnos. Op de tekening heeft een grote groep Atheners zich verzameld voor het olympisch hoofdkwartier waar de premier en de voorzitster van Athoc op de stoep staan. Een man uit de groep staat voor hen en zegt: ,,Meneer de premier, de Atheners kunnen het olympisch beleg niet langer weerstaan. Zij geven zich over, maar willen wel worden behandeld volgens de Conventie van Genève.'' In dat verdrag is afgesproken hoe krijgsgevangenen moeten worden behandeld.

Voor de tegenstanders van de Spelen, verenigd in de `anti-2004 campagne', is het geen geheim wie straks opdraait voor de torenhoge kosten die gemaakt zijn: de werkende klasse. Ook zien ze met lede ogen aan dat de natuurlijke omgeving rond Athene ,,is geplunderd'' en dat, uitgerekend in het jaar dat het dertig jaar geleden is dat een einde kwam aan het kolonelsregime, er als gevolg van al die camera's met de democratische rechten en burgerlijke vrijheden weer een loopje genomen wordt. De Spelen zijn er niet voor de gewone Athener, maar ter meerdere eer en glorie van de multinationals en ,,imperialistische staten, de Verenigde Staten voorop'', staat in een verklaring van `anti-2004'.

Net als Kostas Titiros vrezen de tegenstanders dat de regering als gevolg van de gemaakte kosten straks minder kan besteden aan het onderwijs. Maar ook voor de gezondheidszorg zal, zo vrezen zij, de regering minder uittrekken. En juist mensen met een laag inkomen zullen straks, door een verhoging van de directe en indirecte belastingen, mede voor de Spelen opdraaien. Maar de tegenstanders hópen ook iets: dat `Athene' voor alle tegenstanders van de neoliberale globalisering hét moment wordt om de krachten te bundelen en te ijveren voor ,,ware broederschap tussen alle mensen over de hele wereld''.

Zo groots en meeslepend denkt de 75-jarige Theodora Vanaropoulou niet. Haar bezit, een taverne in het noorden van de stad, oogt aan de buitenkant fraai, maar binnen is het leeg. Al tijden loopt de zaak slecht, geldzorgen spelen haar parten. Haar zoons werken er, maar ze heeft geen idee hoelang nog. Ze heeft de hoop al opgegeven dat de Spelen haar ook maar iets opleveren, want toeristen zijn er nauwelijks in dit deel van de stad. Vanaropoulou probeert haar tranen niet te verbergen. Bij het afscheid zijn haar wangen nat, haar omhelzing is innig en verdrietig tegelijk.