Zwemmen

Met atletiek en turnen een van de drie `klassieke moedersporten' van de Olympische Spelen, die traditiegetrouw de hoofdmoot vormt van de eerste week. Werd in 1896 (Athene) nog gezwommen in een baai, en in 1900 (Parijs) in de snelstromende Seine, tegenwoordig liggen de deelnemers in hightech-baden met automatische temperatuurcontrole, die beschikken over golfreducerende belijning en de modernste tijdregistratieapparatuur. Tijdens de eerste Spelen stonden disciplines als matrozenzwemmen, onderwaterzwemmen, zwemmen met obstakels en ver duiken op het programma. Telt tegenwoordig maar liefst 32 medailleonderdelen, verspreid over de vier slagen (rug, vlinder, school en borst), en een combinatie van die vier: de wisselslag. De wereldzwembond had graag gezien dat het zwemprogramma in Athene verder was uitgebreid (met openwaterzwemmen, de 1.500 vrij voor vrouwen, en de 50 meter vlinder-, school- en rugslag). Maar dat ging het IOC te ver. Een sport die telkens opnieuw een nieuwe Eddy the Eagle (Engelse clown cq. schansspringer uit 1988) produceert: zwemmers, vooral uit Afrika, die blij zijn dat ze de overkant halen, en niet verdrinken. Geheel in de geest van de sleetse olympische gedachte: deelnemen is belangrijker dan winnen.

Olympische sport sinds: 1896

Aangesloten landen cq. federaties: 179

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 106.313

Toplanden: Australië, Nederland, Rusland en VS