Zakenman eist 17 miljoen van China

Een Chinese zakenman eist 17 miljoen euro schadevergoeding van de Chinese overheid omdat hij acht jaar geleden door een plaatselijk overheidsbureau werd ontslagen bij het bedrijf dat hij zelf met eigen geld had opgericht. Dat is het hoogste bedrag dat ooit door een burger van de Chinese overheid is geëist.

In de Zuid-Chinese provincie Guangdong is hierover een rechtszaak begonnen. Het bedrijf van ondernemer Chen Jinhong was gelieerd aan het Bureau voor Handel en Economie van de gemeente Foshan in Guangdong, maar volgens Chen was de gemeente daarmee nog niet de eigenaar. Het bedrijf deed elk jaar netjes zijn afdrachten, en voor Chen was de kous daarmee af. Maar omdat het bedrijf sinds de oprichting sterk in waarde gestegen was, vond de gemeente het `beter' om een nieuwe manager aan te stellen.

De rechter besliste twee jaar geleden dat Chen weliswaar onrechtmatig uit zijn functie was gezet, maar de eis voor schadevergoeding werd afgewezen. Chen nam daarmee geen genoegen en stapte naar de provinciale rechtbank. De zaak van Chen, die wordt bijgestaan door maar liefst dertien advocaten, krijgt in China veel publiciteit. Het lijkt een testcase te worden voor het recht van de burger op bescherming van privé-eigendommen, dat vorig jaar in de grondwet van communistisch China werd verankerd.

Juridisch niet bepaald glasheldere afspraken als die tussen Chen en de gemeente Foshan, waarbij een privé-onderneming op onduidelijke wijze is `gelieerd' aan een gemeentelijk bureau, komen in China maar al te vaak voor. Ook van voormalige staatsondernemingen die inmiddels zouden zijn `geprivatiseerd' is het lang niet altijd duidelijk wie nou precies de nieuwe eigenaren zijn. Privé-personen, of via een aantal tussenstappen toch nog gewoon het een of andere staatsbureau? De rechter mag zich nu gaan buigen over de vraag hoe sterk de privé-ondernemer inmiddels in China staat.