Wielrennen

Jeannie Longo is 45 jaar en doet opnieuw mee aan de wegwedstrijd en de tijdrit bij de Olympische Spelen. Hoewel de Française als uitzondering de regel bevestigt, is haar instelling symbolisch voor de gemiddelde wielrenner/ster: sterk en volhoudend. En wielrennen is een sport die Nederlanders ligt, want door de jaren heen waren veel landgenoten succesvol. Voorbeelden: Hennie Kuiper won in 1972 in München de wegwedstrijd, evenals Monique Knol in 1988 in Seoul. En vier jaar geleden in Sydney was Leontien van Moorsel zelfs goed voor drie keer goud (weg, tijdrit, achtervolging) en één keer zilver (puntenkoers). In de jaren zestig domineerde Nederland op de 100 km ploegentijdrit, een onderdeel dat inmiddels is opgeheven. En mountainbiken kunnen Nederlanders eveneens, want bij de introductie van die sport op de Olympische Spelen (in 1996 in Atlanta) won Bart Brentjens. De indrukwekkendste olympische prestatie ooit werd in 1992 (Barcelona) geleverd door de Britse wielrenner Chris Boardman, die in de finale van de baanachtervolging de Duitser Lehmann inhaalde. Dat was nog nooit vertoond.

Boardman was naar Barcelona gekomen met een spraakmakende fiets – ontwikkeld bij de Formule I-renstal van Lotus.

Olympische sport sinds: 1896 (m), 1988 (v)

Aangesloten landen c.q. federaties: 163

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 9.103

Toplanden: Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Nederland