Waterpolo

Waterpolo ontstond halverwege de negentiende eeuw als de `watervariant' van het al even krachtenverslindende rugby. Sport die vooral in Zuid- en in Oost-Europa grote populariteit geniet, en daar op professionele basis wordt beoefend. In Nederland daarentegen regeert het amateurisme. De mannenploeg zwicht al jaren onder de `loden last' van de in 1976 (Montreal) behaalde en destijds luidbejubelde bronzen medaille. In het bassin van Athene ontbreekt Nederland voor het eerst sinds 1956 (boycot van Melbourne) bij de Olympische Spelen, nadat zowel de mannen- als de vrouwenploeg zich begin dit jaar niet wist te plaatsen bij het kwalificatietoernooi. Vooral in het vrouwenpolo was Nederland jarenlang heer en meester, en een van de pioniers die ijverden voor olympische erkenning. Toen dat een feit was, begonnen ook andere landen serieus werk te maken van de enige waterbalsport, en gleed Nederland steeds verder weg. Vier jaar geleden ging het nationale zevental voor een gouden medaille naar Sydney, maar kon de ploeg van bondscoach Jan Mensink de hooggespannen verwachtingen geen moment waarmaken: vierde plaats. Rusland was in de troostfinale te sterk, en de breedgeschouderde meiden huilden na afloop tranen met tuiten.

Olympische sport sinds: 1900 (m), 2000 (v)

Aangesloten landen cq. federaties: 179

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 29.651

Regerend olympisch kampioen: Hongarije (m) en Australië (v)