Voetbal

Het moderne voetbal kwam tot leven met de oprichting van de Football Association (FA) in Engeland in 1863, maar de wortels van de sport zijn ouder. Lang voordat de Engelse koningen zich in de Middeleeuwen bezighielden met deze `gewelddadige' sport, speelden de oude Grieken en Romeinen een vergelijkbaar spel. De populairste sport ter wereld was in 1900 een van de eerste olympische teamsporten. Alleen tijdens de Spelen van 1932 (Los Angeles) ontbrak voetbal op het programma. In 1996, na het eerste WK voetbal (1994) in `niet-voetballand' Amerika, debuteerden de vrouwen bij de Spelen van Atlanta. Een doorslaand succes, want de finale trok een voor een vrouwensportevenement recordaantal van 76.000 toeschouwers. Olympisch voetbal staat in de schaduw van het WK en EK. Dat voetbal op de Spelen niet altijd serieus wordt genomen, komt ook door de restricties voor deelname. Profvoetballers mogen tegenwoordig wel meedoen, maar de spelers mogen niet ouder zijn dan 23 jaar, waarbij drie uitzonderingen per selectie zijn toegestaan. Dat is in het voordeel van de Afrikaanse landen. Zo werden Nigeria (1996) en Kameroen (2000) de laatste twee keer olympisch kampioen. Voetbalsters moeten tenminste zestien jaar oud zijn.

Olympische sport sinds: 1900 (m), 1996 (v)

Aangesloten landen cq. federaties: 204

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 1.047.035

Regerend olympisch kampioen: Kameroen (m), Noorwegen (v)