Stern leidt Opera Fuoco in helder gedreven `Jephta'

Naderende mensenoffers met goede afloop zijn in veel opera's en oratoria een geliefde pendant van de mensenoffers met slechte afloop in het Oude Testament. Mozarts Idomeneo redt zich het leven door te beloven de eerste mens die hij tegenkomt te offeren, maar als dat zijn zoon blijkt, schrikt hij terug. Toorn alom, de offerstapel wordt bereid maar dan volgt alsnog de gratie der goden.

In de serie Robeco Zomerconcerten presenteerde het relatief jonge gezelschap Opera Fuoco gisteravond Händels oratorium Jephta, dat – vrij naar Richteren – hetzelfde verhaal vertelt als Idomeneo, al wordt er hier een dochter naar het offerblok gesleurd.

Opera Fuoco, opgericht door dirigent David Stern (zoon van violist Isaac Stern) en gambaspeler Jay Bernfeld, stelt zich ten doel barokopera's en -oratoria op oude instrumenten van een nieuwe intensteit te voorzien. Het ensemble slaagde daar vorige zomer al uitstekend in met een opruiende mini-Hercules. In iets grotere bezetting van 23 musici en 13 koorleden kwamen ze nu terug voor een onverkorte Jephta, die ruim tweeënhalf uur in beslag nam.

Als dirigent staat Stern voor een theatrale aanpak, met veel aandacht voor de zangerige kwaliteiten van instrumentale fraseringen. Met uitbundige gebaren maakte hij zichtbaar en hoorbaar hoe de muziek is opgebouwd, zonder daarbij in gekunstelde accenten te vervallen. Die vaak dansante klinkende aanpak resulteerde bij de uitstekend spelende instrumentalisten in een gedreven uitvoering, wars van `authentieke' onzuiverheden. Eenzelfde vloeiende transparantie typeerde het koor, dat daardoor van fuga's en chromatisch dalende treurmelodieën muzikale kleinoden maakte.

Van de prima cast was tenor Paul Agnew (Jephta) letterlijk en figuurlijk het middelpunt. Met zijn soepel geluid, warme laagte en probleemloze hoogte maakte hij de vertwijfeling van de godsvruchtige maar kindminnende vader hoorbaar en voelbaar, met de aria Open thy marble jaws, O tomb als emotioneel hoogtepunt. Naast de uitstekend gecaste warme mezzo van Guillemette Laurens (moeder Storgè) was sopraan Lisa Larsson een geloofwaardige en roerende offerdochter Iphis: stralend van stem, ongerept in haar liefdesaria's en slechts minder op dreef in haar Engelse articulatie. Betrouwbaar maar theatraal minder uitgesproken van uitstraling zongen bariton Alain Buet (Oom Zebul) en countertenor Robert Expert, als Iphis' gekwelde minnaar Hamor.

Kwellingen beslaan het grootste deel van Jephta, en in die mineurpassages componeerde Händel zijn beste noten en realiseerde Opera Fuoco de roerendste momenten. Zeldzaam drakerig bleek daarna het opgetogen happy-end, waarin Iphis blijft leven, maar – helaas voor haar geliefde Hamor – als levenslange maagd.

Concert: Jephta van G.F. Händel door Opera Fuoco o.l.v. David Stern. Gehoord: 11/8 Concertgebouw, Amsterdam.