Scheuren in de kerk

In Middelharnis ontstond deze zomer ruzie in de kerk waar dichter Rien Vroegindeweij zestig jaar geleden werd gedoopt.

In de kerk waar ik lang geleden in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ben gedoopt is deze zomer ruzie ontstaan. De rechter moest er aan te pas komen. Het heeft iets te maken met splitsing en samenvoeging, met nieuw verband en hersteld verband, misschien zelfs met de oude vraag of de slang wel of niet gesproken heeft, maar het komt er op neer dat de ene groepering een andere groepering van ruim zeshonderd kerkgangers de toegang tot het kerkgebouw wil ontzeggen.

Sinds de reformatie zijn kerkscheuringen schering en inslag. Het is alsof de duivel er mee speelt. In naam is het christendom een monotheïstische godsdienst, maar er zijn zoveel verschillende stromingen dat we toch eerder aan veelgoderij moeten denken, dat elke gelovige als het ware een eigen beeltenis van zijn of haar God in de voor religie ontvankelijke hersenkwab heeft gesneden.

In het dorp waar ik opgroeide waren ten minste zes of zeven soorten van het christelijk geloof, de katholieken meegerekend. Ze hadden elk hun eigen kerk, maar dat was sommigen niet voldoende, er waren gelovigen die zich hadden afgescheiden van alles wat al afgescheiden was, die in afgelegen boerenschuren bij elkaar kwamen om het ware woord te verkondigen.

Zelf ben ik in een soort schisma tussen geloof en ongeloof opgegroeid. Mijn vader ging nooit naar de kerk, hij was een socialist, een rooie, plaatselijke secretaris van de Algemene Landarbeiders Bond en hij deed ook iets voor de lokale afdeling van de Vara. In ieder geval hielp ik hem met het adresseren van de lidmaatschapskaarten die we 's avonds als het donker was bij de leden in de bus stopten. Spannende tijden waren dat. Een week voor sinterklaas werden in ons huis de zakken met lekkernijen gevuld die op de Grote Sinterklaasavond aan de kinderen van de leden werden uitgedeeld. Een paar keer heb ik voor Zwarte Piet gespeeld.

Van mijn moeder moesten we naar de kerk, waar nu die scheuring heeft plaatsgevonden. Ik wist niet beter dan dat het de Hervormde Kerk was, maar het kan zijn dat hij toen al in vrijgemaakt of hersteld verband tot een ander verband of verbond stond. Daar hou je je als kind niet mee bezig. Gelukkig hoefden we maar één keer per zondag, want zo streng was mijn moeder nu ook weer niet.

Maar al vroeg was de kerkgang een kwestie van overleven van twee uur verveling. Jezus, wat duurden die diensten kindonterend lang. Het orgel dreunde, er werd in hele noten gezongen, er kwam geen eind aan. Dan de schriftlezing van de voorganger, die de dominee een hand gaf voordat hij de preekstoel opklom, terwijl ze elkaar al in de consistorie hadden gezien.

Al naar gelang de `zwaarte' van de dominee was de preek een donderbui of gerommel in de verte. Maar meestal ging het schip, de zijbeuken, de hele kerk als de arke Noachs te keer door de woeste storm die over Gods wateren was opgestoken. Voor minder deed de gemeente het niet.

Toen ik wat ouder werd en niet meer naast mijn moeder in het schip wilde zitten, verhuisde ik naar de achterste banken van het koor. Daar zaten de grotere jongens. Ze schoven de psalmboeken met een rotgang over de plank aan de rugleuning van de bank voor ons, zodat ze met een harde klap tegen elkaar botsten. Of ze zaten te klaverjassen. Zoals een katholieke opgevoede vriend mij eens vertelde dat de pastoor zijn eerste seksuele nieuwsgierigheid had gewekt omdat die hem dingen vroeg waarvan hij nooit van had gehoord, zo zag ik mijn eerste `blote foto's' in de kerk, in vieze boekjes als de Mascotte en de Bolero, die de grote jongens elkaar lieten zien. Op het laatst werd er als in de Middeleeuwen een `hondenmepper' aangesteld om ze in de gaten te houden of desnoods de kerk uit te zetten.

Inmiddels heeft de rechter uitspraak gedaan. Tot oktober moeten de gelovigen elkaar verdragen. Maar je hoort het voorhangsel van de dorpskerk scheuren. Het belooft plaatselijk een hete winter te worden.