Schermen

Schermen heeft zijn wortels in het klassieke zwaardgevecht. In de tempel van Madinet-Habu bij het Egyptische Luxor zijn afbeeldingen van vechtende schermers te zien, die dateren van 1190 voor Christus. In de oude Chinese, Japanse, Perzische en Griekse beschavingen waren zwaardgevechten, als training voor de strijd, ook al in zwang. De oorsprong van de schermsport ligt in de veertiende of vijftiende eeuw. Zowel Duitsland als Italië claimt de uitvinder te zijn. In de zeventiende eeuw, met de komst van de floret als oefenwapen, brak de sport door. Schermen is een van de weinige sporten die sinds de Spelen van 1896 zonder onderbreking op het programma staan en waaraan professionals mogen deelnemen. Al in 1896 schermden profs (masters) bij de Spelen op floret. Vanaf 1924 schermen ook vrouwen op olympisch niveau. Mannen en vrouwen schermen zowel individueel als in een team. Mannen doen mee op de onderdelen floret, degen en sabel. Vrouwen eerst alleen op floret en pas sinds 1996 ook op degen. Voor Nederland, met een bescheiden traditie in het schermen, komt in Athene één schermer in actie. Alleen degenschermster Sonja Tol plaatste zich. Indra Angad Gaur (floret) en Arwin Kardolus (degen) ontbreken.

Olympische sport sinds: 1896 (m), 1924 (v)

Aangesloten landen cq. federaties: 108

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 2.416

Toplanden: Rusland, Italië, Hongarije en Frankrijk