Samen onder dezelfde vlag naar Athene

Op de vlucht of uit pure liefde komen buitenlanders naar ons land. Een enkeling blijkt topsporter te zijn. Acht neo-Nederlanders versterken de olympische ploeg.

Hij was vier jaar geleden de knuffelbeer van de olympische equipe. George Torchinava sprak slechts een paar woorden Nederlands, maar niemand die daar om maalde. Nederland was voor het eerst sinds de Olympische Spelen van 1972 (Bert Kops) weer vertegenwoordigd bij het worsteltoernooi. Daar ging het om. En bovendien: het was een aimabele jongen, de in Georgië geboren mastodont met zijn koddige bloemkooloren die begin jaren negentig op de vlucht was geslagen voor de bloedige burgeroorlog in zijn vaderland.

Het had weinig gescheeld of Gia en zijn coach, de in Marokko geboren Toffik Elfalah, hadden kort na aankomst in Sydney meteen weer op het vliegtuig kunnen stappen. Op de identiteitskaart van de reus uit Tblisi bleek zijn naam verkeerd te zijn gespeld: Torshinava. Een administratieve fout, met verstrekkende gevolgen. Het Team de Mission van NOC*NSF moest praten als Brugman om het troetelkind voor uitsluiting te behoeden. Eenmaal op de mat stelde de krachtpatser zijn beschermheren teleur: zijn eerste gevecht in de op één (130 kilo) na zwaarste gewichtsklasse (vrije stijl) ging meteen verloren, en dus kon hij alsnog eerder naar huis dan voorzien.

In Athene ontbreekt Torchinava. Datzelfde geldt voor Adem Kala, een in Turkije geboren gewichtheffer die voorbestemd leek om 36 jaar na dato in de voetsporen te treden van Nederlands laatste olympische gewichtheffer, Piet van der Kruk. Hemel en aarde bewoog de Nederlandse gewichthefbond om een paspoort te bemachtigen voor zijn trotse boegbeeld. Dat lukte, maar de door blessures geplaagde Kala slaagde er dit voorjaar bij de EK in Kiev niet in een plaats af te dwingen in de olympische ploeg van zijn tweede vaderland.

Toch brengt Nederland in de Griekse hoofdstad nog acht van oorsprong niet-Nederlandse sporters in stelling. Nu de grenzen vervagen, vervaagt ook in de topsport het begrip nationaliteit. `Sport is de spiegel van de maatschappij' is een vaak gehoorde kreet. Wie de Nederlandse afvaardiging voor `Athene' onder de loupe neemt, ontkomt niet aan de conclusie dat een zekere waarheid schuilt in die sleetse wijsheid.

Zwemmer Mitja Zastrow zat in Duitsland op dood spoor na een conflict met de Duitse zwembond. De inmiddels 27-jarige laborant uit Wuppertal stond op een kruispunt in zijn carrière: stoppen of doorgaan? Het werd dat laatste. Met dank aan `vluchtroute' Nederland. ,,Een logische optie'', zei Zastrow twee jaar geleden bij zijn NK-debuut. ,,Dichtbij, goede faciliteiten en kans om opgenomen te worden in een estafetteploeg die meedoet om de medailles.''

Ook Tornado-zeiler Mitch Booth, acht jaar geleden nog olympisch deelnemer namens zijn geboorteland Australië, liet zich leiden door pragmatische overwegingen. Sinds zeven jaar vormt hij een onafscheidelijk en succesvol duo met zijn Nederlandse partner Herbert Dercksen in de tweemanscatamaran. Om mee te (kunnen) doen aan de Spelen, moeten beiden onder één en dezelfde vlag varen. ,,Omdat vrijwel alle wedstrijden in Europa zijn, lag het voor de hand dat ik van nationaliteit zou veranderen, en niet Herby'', verklaart Booth.

Met Nederland heeft de in Spanje woonachtige Booth niet veel op. ,,Dat klinkt misschien onaardig, maar feit is dat ik de taal niet spreek, het volkslied niet ken en hier niet of nauwelijks ben. Zeilers zijn nu eenmaal voortdurend op pad. But I love to compete for Holland.''

Dat doet ook badmintonster Yao Jie (27) straks in Athene. In eigen land (China) was de concurrentie groot en gaf de technische staf de voorkeur aan de jeugd. Jie was destijds `al' 22, en (dus) te oud in de ogen van de keuzeheren. Na in 1999 competitie gespeeld te hebben voor BC Amersfoort vroeg ze niet veel later een Nederlands paspoort aan. De ultieme droom van de speelster, die twee jaar geleden Europees kampioene werd? Namens Nederland over vier jaar een gouden medaille winnen bij de Spelen van Peking. Met haar ouders op de tribune, en langs de lijn de Chinese bondsofficials die haar links lieten liggen.

NOC*NSF juicht de komst van `buitenlandse hulptroepen' toe, zeker als het om sporten gaat waarin Nederland traditioneel niet sterk vertegenwoordigd is. Zij fungeren als wegbereiders. Maar tegelijkertijd hinkt de sportkoepel op twee gedachten. Enerzijds wil `Papendal' politiek niet uit de pas lopen met het vreemdelingenbeleid, anderzijds ,,wil je ook niet dat Nederland een medaillekans misloopt omdat een dossier onnodig lang blijft liggen en een paspoort een maand te laat wordt uitgereikt'', aldus technisch directeur Joop Alberda. Actief sporters werven doet NOC*NSF niet. ,,Wij helpen graag, maar sporters moeten zelf de eerste stap zetten'', luidt de stelregel van Alberda. ,,Dat is de volgorde, en niet anders.''

Het gros van de olympische neo-Nederlanders bezorgde de sportkoepel evenwel geen (papieren) hoofdbrekens. Zij kwamen uit zichzelf, voortgedreven door de liefde. Mia Audina, Sven Rothenberger, Lornah Kiplagat, Tracy Looze-Hargreaves en Troy Douglas een voor een trouwden zij met een ingezetene van het Koninkrijk der Nederlanden, en kwamen zo in het bezit van een Nederlands paspoort.