Paardensport

Paardensport maakt al vanaf 1900 (Parijs), met een korte onderbreking tot 1912, deel uit van de Olympische Spelen. Er is sindsdien weinig veranderd, simpelweg omdat het format een eeuw lang ongewijzigd is gebleven. In het verleden mochten aan het onderdeel eventing (voorheen military) alleen militairen meedoen, terwijl dressuur en springen ook openstonden voor burgerruiters. Die situatie heeft geduurd tot 1948, het jaar waarna de sport sterk is gegroeid; voor die tijd vormden de beoefenaars een select groepje. In 1952 (Helsinki) werd de exclusieve toegang voor mannen afgeschaft en sindsdien gaan mannen en vrouwen met elkaar de competitie aan. Paardensport leverde vaak organisatorische complicaties op, zoals bij de Spelen van 1956 in Melbourne. Omdat Australië de invoer van paarden wettelijk verbood, werden de olympische paardensportwedstrijden verplaatst naar de Zweedse hoofdstad Stockholm. Dat wettelijke obstakel werd in 2000, speciaal voor de Spelen, tijdelijk opgeheven. In Sydney waren de Nederlandse ruiters uitermate succesvol. Anky van Grunsven won goud bij de dressuur, Jeroen Dubbeldam bij het springen. Bovendien won de dressuurploeg zilver in de landenwedstrijd, Albert Voorn deed dat bij het springen.

Olympische sport sinds: 1912. Aangesloten landen c.q. federaties: 127 Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 142.804. Regerend olympisch kampioen: dressuur: Anky van Grunsven en Duitsland; springen: Jeroen Dubbeldam en Duitsland; eventing: David O'Connor (VS) en Australië