Ordelijke machtsoverdracht

Vanmiddag zou Lee Hsien Loong, zoon van vader des vaderlands Lee Kuan Yew, worden beëdigd tot premier van Singapore.

De stadstaat Singapore is nog niet toe aan een gekozen minister-president. Vandaag draagt Goh Chok Tong (63) het premierschap na 14 jaar over aan Lee Hsien Loong (53) zonder dat daar een kiezer aan te pas kwam. De gezagsgetrouwe pers van Singapore rept van een `ordelijke verandering'. Lee, al jaren vice-premier, heeft zijn kabinet rond en dat telt vooral bekende gezichten, maar dan op andere posten. De opvolging is lang voorbereid en strak geregisseerd, want in Singapore hecht men aan stabiliteit en efficiency.

De nieuwe premier is een zoon van vader des vaderlands Lee Kuan Yew, die Singapore in 1965 afscheidde van Maleisië, het stadstaatje een kwart eeuw lang met harde hand regeerde en veranderde van een arm eiland in de economische krachtcentrale van Zuidoost-Azië. Lee's People's Action Party (PAP) heeft de politieke leidsels sindsdien niet meer uit handen gegeven.

De continuïteit van de macht en de koersvastheid worden streng bewaakt. De oude Lee droeg in 1990 de scepter over aan Goh Chok Tong, maar hield een plaats in diens kabinet als `senior minister'. Nu zoon Lee de leiding overneemt, krijgt Goh die titel (en het gouverneurschap van de centrale bank) en schuift de inmiddels 80-jarige Lee sr. op naar de nieuwe post van `minister mentor'. Toen de oude heer gevraagd werd wat dat betekent, zei hij: ,,Een gidsrol.''

Goh Chok Tong, de scheidende premier, werd in 1990 algemeen gezien als een tussenpaus, die de stoel moest warm houden voor de familie Lee. Het viel hem niet mee zich te bevrijden uit de slagschaduw van Lee sr. Goh was ook niet diens eerste keus; Lee's favoriet verkoos echter het bedrijfsleven boven de politiek. Lee Kuan Yew schreef in zijn memoires dat ,,Chok Tong geen politicus van nature was'' en zette hem ooit in de hoek als een `houten klaas'.

Toch wist Goh de harten van de Singaporezen te winnen. De boomlange, goedlachse en vriendelijke premier was een verademing na de barse en ongeduldige Lee sr. Er woei zowaar een liberaal briesje door de starre, hypergereglementeerde stadstaat. De voor Singaporese begrippen gewaagde Amerikaanse soap Sex and the City mocht op de buis, het kauwgomverbod werd gedeeltelijk opgeheven en in het voordien sobere nachtleven mocht bovenop bars worden gedanst.

Goh bracht vooral een verandering van stijl, niet van systeem. Aan de machtsverhoudingen werd niet gemorreld. Het uitgekiende districtenstelsel en de strakke verkiezingsregie zorgden ervoor dat de oppositie – ook na de historisch lage score van de PAP in 1991: 61 procent – nooit meer dan vier (van de 83) zetels veroverde. Goh beschouwde kritische opmerkingen van tegenstanders als laster en oppositieleider J.B. Jeyaretnam werd financieel geruïneerd door de talloze rechtszaken die Goh tegen hem aanspande. Voor volgzame burgers was Goh een aardige man, die oude moedertjes bij de arm nam en taxichauffeurs en werfarbeiders aansprak in volks Hokkien-Chinees.

Opvolger Lee Hsien Loong heeft niet dezelfde vriendelijke uitstraling als Goh. Hij geldt als briljant, net als zijn vader, en deed wat die van hem verwachtte: in alles uitblinken. Hij volgde het Chinese onderwijssysteem, waarin veel aandacht wordt besteed aan discipline. Hij studeerde wiskunde en techniek en bracht het in het leger tot brigadegeneraal, wat hem de bijnaam `BG Lee' opleverde. Lee jr. is een bekwaam technocraat, die, net als zijn vader, weinig geduld heeft met minder begaafden. Anders dan zijn vader verwacht hij van zijn medewerkers tegenspraak en hij hecht aan nieuwe ideeën. Volgens de regeringsgezinde krant The Straits Times wil hij dat Singapore een `vibrant society' wordt, waarin plaats is voor non-conformisme en zelfs voor de bohémien. Maar, vervolgt de krant ,,die vibraties mogen niet ontaarden in ordeloosheid. BG Lee is geen beeldenstormer, hiërarchische verhoudingen dienen te worden gerespecteerd.''

Deze tweede wissel in de geschiedenis van onafhankelijk Singapore voltrekt zich in een moeilijke tijd. Het geboortecijfer daalt, steeds meer banen verdwijnen naar de concurrenten China en India en jonge Singaporezen zijn verwender en minder gezeglijk dan vorige generaties. In de Goh-jaren is de samenleving veranderd. Spaarzame, hardwerkende en plooibare fabrieks- en havenarbeiders zijn geleidelijk verdrongen door hoog opgeleide witte-boordenwerkers in de moderne dienstverlening. Die koesteren hogere verwachtingen en hechten aan minder regels en meer vrijheid.

Gezien het verontrustende banenverlies staat herstructurering van de economie hoog op Lee's agenda. Het bedrijfsleven – voorop de omvangrijke staatssector – moet overschakelen naar activiteiten met een hogere toegevoegde waarde en het beloningssysteem moet `flexibeler' om ondernemingen in staat te stellen deze overgang te overleven. Dat programma kan niet worden uitgevoerd zonder enige sociale wrijving. De jonge Lee krijgt het moeilijk.