Ook in sunnitisch Falluja heerst het verzet

Opstandelingen beheersen de Iraakse stad Falluja. Iraakse militairen maken het hun niet lastig. Amerikaanse luchtaanvallen zetten veel kwaad bloed.

In het centrum van de opstandige stad Falluja in wat bekend staat als de 'sunnie-driehoek' (Tikrit-Ramadi-Baquba), zijn welgeteld twee ongewapende politieagenten te bespeuren. Ze staan midden op het belangrijkste kruispunt het verkeer te regelen voor het gemeentehuis. Het is elf uur 's morgens. Veel families zijn Falluja ontvlucht omwille van het gevaar, vooral tijdens de zware gevechten in maart en vanwege de aanhoudende Amerikaanse luchtaanvallen tegen vermeende schuilplaatsen van al-Qaeda-strijders in de stad. Bij die aanvallen worden telkens weer veel burgers geraakt. Toch is het relatief druk in de 300.000 inwoners tellende stad. Veel winkelende vrouwen, veel thee drinkende mannen.

De politiemannen hebben de handen vol aan de dichte stroom drammende auto's. Een open vrachtwagen die komt aangesneld met een tiental gewapende strijders krijgt onmiddellijk voorrang. In de stad zelf zijn de rebellen de baas. In de al-Askari wijk wemelt het van de Fedayeen, de para-militaire elite-eenheid van de gevallen Iraakse leider Saddam Hussein.

Naar verluidt is ook de Jama'at wa Tawhid in Falluja actief, een groep die verdacht wordt van banden met al-Qaeda en die wordt aangevoerd door de Jordanier Abu Musab al-Zarqawi. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA houdt al-Zarqawi verantwoordelijk voor een hele reeks gijzelingen, moorden en terroristische aanslagen. Veel van de video's die de laatste weken op het internet verschenen, zijn vermoedelijk afkomstig van deze groep. Het gaat om video's waarop door de rebellen gegijzelde buitenlanders een verklaring voorlezen voordat zij in beeld met mes of pistool worden vermoord. Meestal luidt de oproep aan hun eigen regering of hun bedrijf dat zij zich onmiddellijk uit Irak dienen terug te trekken.

Tweehonderd meter voorbij de laatste post van het Iraakse leger wachten groepjes rebellen met RPG-7 granaatwerpers en machinegeweren. De Fedayeen zijn gemaskerd. Verscholen achter bomen en hagen loeren ze op op westerlingen en op vrachtwagens die ook maar iets met de gehate, door de Amerikanen geleide coalitietroepen te maken hebben. Sinds het einde van de oorlog zijn al meer dan dertig Jordaanse vrachtwagenchauffeurs vermoord op weg van Amman naar Bagdad. De meeste moorden en gijzelnemingen werden hier gepleegd op de autoweg tussen Ramadi en Falluja.

Sinds Iraakse soldaten van de nieuwe Falluja-Brigade onder bevel van generaal Jasim Saleh eind april het toezicht op Falluja van de Amerikaanse troepen hebben overgenomen, is de stad volledig omsingeld. Bij alle toegangswegen vind je controleposten, bemand door Amerikaanse en Iraakse troepen. Je zou kunnen spreken van een belegering, ware het niet dat de burgerbevolking van Falluja nog altijd vrij in en uit kan. De stad zelf is honderd procent in handen van de Fedayeen.

De schaarse Iraakse patrouilles die sinds het vertrek van de Amerikaanse troepen uit de stad in de straten van Falluja verschijnen, mijden de confrontatie met de gewapende verzetsgroepen. Veel soldaten voelen zich met de rebellen verwant. Soldaatje spelen is voor veel Irakezen een baan als elke andere. Er zijn zelfs aanwijzingen dat sommige Iraakse soldaten dubbel spel spelen.

Falluja is het hart van de gewapende sunnitische opstand die onmiddellijk na de oorlog in alle hevigheid oplaaide. De tribale leiders van dit industriële centrum aan de Eufraat, in wat ooit de Iraakse graanschuur was, staan bekend als Saddam Husseins meest fanatieke aanhangers. Saddam heeft de tribale leiders in de jaren na de Golfoorlog veel privileges toegeschoven in het kader van een bewuste politiek van hertribalisering, bedoeld om de tribale netwerken voor zijn kar te spannen. Vooral de clanhoofden hebben veel subsidies en ook meer aanzien gekregen.

Dat verklaart ten dele de sunnitische opstandigheid. Daarbij komt dat de sunnieten zich duidelijk zorgen maken over het verlies van al die privileges in het nieuwe Irak. Eind juli dreigde de Iraakse regering in door vliegtuigen gedropte pamfletten dat de stad 102 miljoen dollar aan wederopbouwfondsen zou verliezen als de bevolking nog verder verzet zou plegen. Dat dreigement heeft weinig effect gehad.

De inwoners van Falluja staan uitermate wantrouwig tegenover alle buitenlanders en andere vreemdelingen. Voor de oorlog was dat anders. Anderhalf jaar geleden betekende een dagje in Falluja vooral veel koffie en thee drinken en eindeloze gesprekken voeren met vriendelijke, eenvoudige mensen. Maar sinds een paar weken is er een nieuwe fatwa, een religieuze instructie, gegeven aan de bevolking, met de waarschuwing dat iedere buitenlander die de verzetsgroepen te grazen nemen in Falluja zal worden gedood. Dat geldt ook voor alle Irakezen die hen vergezellen, hen helpen of hun een schuilplaats bezorgen. De burgers weten niet waar die fatwa precies vandaan komt. Het kan best alleen om een gerucht gaan. Maar de intimidatie werkt.

Na veel vijandige blikken en weigeringen komt het uiteindelijk toch tot een gesprek met een handelaar in cement en andere bouwmaterialen, op een plek ver weg van luistervinken. Hij is vijfenveertig, heeft vier kinderen en zijn vrouw is met het gezin naar Bagdad gevlucht tijdens de Amerikaanse aanval. Er vielen bij de slag om Falluja in april van dit jaar ten minste 600 slachtoffers, onder wie heel veel burgers. Zelf heeft hij tijdelijk onderdak gevonden bij een neef in al-Karma, een dorpje op tien kilometer van Falluja dat relatief veilig is.

De handelaar ontkent dat er in Falluja terroristen of verzetsstrijders zijn. Hij zegt dat dit allemaal propaganda van de VS is. De Amerikanen bombarderen hier uitsluitend burgerdoelwitten. Ook anderen in Falluja zeggen dat de laatste weken bij luchtaanvallen op wat Amerikaanse militairen safe houses van al-Qaeda noemen, uitsluitend gezinswoningen werden getroffen en dat tientallen burgers werden gedood.

De verzetsstrijders met hun moorden en de Amerikanen met hun luchtaanvallen zijn in Falluja in een helse kringloop verwikkeld.