Ontlastende verklaring in terreurproces

Ontlastende verklaringen van twee sleutelfiguren van Al-Qaeda die in de VS vastzitten hebben een nieuwe wending gegeven aan een rechtszaak in Hamburg tegen een kennis van de zelfmoordpiloten van de aanslagen van 11 september 2001.

De verklaringen ontlasten weliswaar de vermeende handlanger van de terroristen, maar de betrouwbaarheid van de uitlatingen staat ter discussie.

Deze week werd in Hamburg het tweede proces geopend tegen een van de vermeende handlangers van de piloten, Mounir al-Motassadeq. Eerder veroordeelde de rechtbank de man tot 15 jaar wegens lidmaatschap van een terroristische organisatie en medeplichtigheid aan de dood van 3.000 mensen. De rechtbank achtte indertijd bewezen dat Motassadeq de zelfmoordpiloten rond Mohammed Atta met hand- en spandiensten had ondersteund. In hoger beroep werd het oordeel evenwel vernietigd en de zaak terugverwezen omdat uit informatie van geheime diensten was gebleken dat potentieel belangrijke getuigen ontlastende verklaringen zouden kunnen afleggen.

Het probleem met de getuigen was echter dat de Verenigde Staten, waar de sleutelfiguren van de aanslagen in hechtenis zitten, hun verklaringen niet ter beschikking wilden stellen aan de Duitse justitie. Ook wilden de VS de mannen niet laten verhoren; tot deze week werd zelfs formeel ontkend dat ze zich in Amerikaanse gevangenschap bevinden.

Een getuigenverhoor ten behoeve van een openbare rechtszaak zou het werk van de geheime diensten kunnen dwarsbomen, aldus de Amerikanen. Wel hadden de Amerikanen de Duitse geheime diensten op de hoogte gehouden.

Gisteren stuurde het Amerikaanse ministerie van Justitie alsnog een fax met samenvattingen van verhoren naar Hamburg. De getuigen, Ramzi Binalshibh, Chalid Mohammed en Mohamad Ould Slahi zouden verklaard hebben dat Motassadeq weliswaar deel uitmaakte van de vriendenkring rond Atta, maar niet op de hoogte is geweest van het voornemen aanslagen te plegen. Uit de verklaringen blijkt dat Motassadeq deelnam aan felle anti-westerse discussies in de woning van Atta en een trainingskamp in Pakistan heeft bezocht. Uit veiligheidsoverwegingen zou Motassadeq echter niet in de operationele voorbereiding van de aanslagen zijn ingewijd.

Hetzelfde zou gelden voor Abdelghani Mzoudi, die eerder door de rechtbank werd vrijgesproken nadat de federale recherche op het bestaan van ontlastende verklaringen had gewezen. Volgens de openbaar aanklager zou Mzoudi een vergelijkbare rol hebben vervuld als Motassadeq.

De advocaat van Motassadeq ziet in de getuigenverklaringen een reden om zijn cliënt onmiddellijk vrij te spreken. De openbaar aanklager in het Hamburgse proces zei daarentegen dat het niemand hoeft te verbazen dat de vermeende terroristen hun geestverwanten in bescherming nemen.