Olieprijs op record na offensief VS

De olieprijs heeft vanmorgen opnieuw een record bereikt. De prijs werd opgestuwd toen bekend werd dat de Amerikanen een groot offensief zijn begonnen in de Iraakse stad Najaf.

De aanval van het Amerikaanse leger is gericht tegen de sji'itische militia van de radicale leider Muqtada al-Sadr. De olieprijs reageerde op het nieuws omdat handelaren vrezen dat het oplaaien van de gevechten de kans op aanslagen op olie-installaties vergroot. Eerder deze week bliezen de militia van al-Sadr een deel van een oliepijplijn op waardoor de Iraakse olie-export tijdelijk daalde en de olieprijs flink steeg.

Vanmorgen kostte een vat (159 liter) Brent-olie uit de Noordzee 42 dollar, 43 cent meer dan gisteren en het hoogste niveau ooit. Het oude record, eerder deze week gevestigd, stond op 41,70 dollar. De Amerikaanse West-Texas Intermediate noteerde 45,02 dollar, slechts twee cent onder het record van 45,04 dollar.

Het zijn niet alleen de onlusten in Irak die de prijs opstuwen. Vraag en aanbod liggen momenteel zo dicht bij elkaar dat de kans bestaat dat er een tekort zal ontstaan aan olie als er een grote onderbreking is van de toevoer. Irak produceert nog niet zoveel olie, maar een onderbreking daar, samen met bijvoorbeeld een aanslag op Saoedische installaties, zou voor een tekort kunnen zorgen. Dit kan overigens worden opgevangen door de strategische reserves die de westerse landen hebben aangelegd en die negentig dagen in de vraag kunnen voorzien.