Kano/wildwatervaren

Duizenden jaren geleden gebruikten de indianen uit Noord- en Zuid-Amerika de kano en kajak al voor de jacht en visvangst. De Britse advocaat John MacGregor bestudeerde de oude kajaks, gemaakt van een frame van walvisbeenderen en drijfhout en een bodem van zeeleeuwenhuid. Hij stichtte de Royal Canoe Club, die in 1866 begon met kanoregatta's. Sprintnummers in zowel kano als kajak werden gedemonstreerd op de Spelen van 1924 (Parijs), het jaar waarin de eerste internationale kanofederatie werd opgericht. Sinds 1936 (mannen) en 1948 (vrouwen, alleen kajak) is het een volwaardige olympische sport. Tegenwoordig wordt gevaren op `vlak' water en wildwater (slalom). Het onderdeel slalom staat op het programma sinds de Spelen van 1972 (München), ontbrak in 1976 en 1988, maar keerde terug in 1992 (Barcelona). Op vlak water werden 90 procent van de medailles gewonnen door Europese landen, die de sport domineren. Gevaren wordt over 500 en 1.000 meter met één (C-1, K-1), twee (C-2, K-2) of vier (K-4) roeiers. De slalom kent minder nummers: K-1, C-1 en C-2. Vrouwen nemen alleen deel in de kajak, mannen zowel in de kajak als de kano. Nederland is alleen vertegenwoordigd bij het slalomvaren, met twee deelnemers: Floris Braat en Sam Oud.

Olympische sport sinds: 1936 (m), 1948 (v)

Aangesloten landen cq. federaties: 118

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 7.972

Toplanden: Duitsland, Hongarije, Italië en Noorwegen