In het spoor van boodschapper Fidippides

De 25ste olympische marathon wordt gelopen op historische grond. Eens rende tussen Marathon en Athene de legendarische boodschapper Fidippides; in 1896 triomfeerde hier Spyridon Louis in de allereerste marathonrace ooit. Pieter Steinz liep de 42 kilometer en 195 meter op proef en stuitte op stof, hitte, files en wegwerkzaamheden. `Hier wacht een titanenklus.'

Gerard Nijboer had me gewaarschuwd. De bondstrainer van de Nederlandse weg-atleten, die in 1982 Europees kampioen werd op de Atheense marathon, verkende dit voorjaar het klassieke traject van Marathonas naar Athene. Op de fiets; als begeleider van Neerlands hoop op de marathon Luc Krotwaar. De trial run was geen plezierritje geweest, onderstreepte Nijboer. ,,Het parcours ligt nog helemaal open. De eerste vier, vijf kilometer gaat nog, daarna moet je lopen langs de vangrail, over de oude tweebaansweg, tegen de file uit Athene in. We hebben de afstand over twee dagen verdeeld, het ging er toch alleen maar om dat Luc een beeld kreeg van de route.''

Nijboers woorden hadden de voorpret hoogstens een beetje gedrukt. Want wat kon er mooier zijn dan het lopen van het wedstrijdparcours dat tijdens de 25ste editie van de Olympische Spelen het sluitstuk zou zijn? De marathon der marathons, over de weg die na de Griekse overwinning op de Perzen (490 v. Chr.) werd afgelegd door een boodschapper van het Atheense leger, is de droom van iedere langeafstandsloper – zelfs als hij een amateur is met een persoonlijk record van bijna drieëneenhalf uur op de 42.195 meter. Daar, tussen Marathonas en Athene, werd bovendien bij de eerste moderne Olympische Spelen (1896) de allereerste race over veertig kilometer ooit gelopen; als eerbetoon aan de naamloze soldaat die zijn prestatie leverde in volle wapenuitrusting, en dood neerviel na het uitspreken van de woorden `Verheugt u, we hebben overwonnen'.

Way to go! Die soldaat is trouwens niet altijd naamloos geweest, zo blijkt bij nadere bestudering van de schaarse bronnen. De Griekse geschiedschrijver Plutarchus, die zes eeuwen (!) na de Perzische Oorlogen leefde, noemt op gezag van sommige van zijn (in vergetelheid geraakte) voorgangers twee namen: Thersippus en Eucles. De mondelinge overlevering, die haar hoogtepunt vond in een heldendicht van de Engelsman Robert Browning (Pheidippides, 1879), heeft het altijd op Fidippides gehouden. Maar dat blijkt op een misverstand te berusten: Herodotus, de beroemde historicus uit de vijfde eeuw voor Christus, noemt Fidippides alleen als de hardloper die voorafgaand aan de Slag bij Marathon in twee dagen de 240 kilometer van Athene naar Sparta had afgelegd om hulp te vragen. Over een vergelijkbaar herculeswerk van Fidippides na de Slag zegt hij niets; al vertelt hij nog wel hoe het Atheense leger meteen na de overwinning doorliep naar huis om te voorkomen dat de overgebleven Perzen vanaf zee de strijd in Athene zouden voortzetten. Welbeschouwd waren er dus op die 12de september van het jaar 490 wel negenduizend soldaten die de marathon liepen.

Zoveel deelnemers zijn er niet op 22 en 29 augustus aanstaande, wanneer eerst de vrouwen en dan de mannen de marathon lopen. Maar het zijn er wel tien keer meer dan in 1896, toen de Griekse boer Spyridon Louis na bijna drie uur als eerste in het Olympisch Stadion finishte. En de omstandigheden zijn even zwaar. Allereerst is er het hoogteverschil van tweehonderd meter dat je in populaire stadsmarathons als Berlijn en Rotterdam niet hebt. Dan is er het stof op het platteland en de smog (de nefos) in Athene, dat onlangs door een onderzoeksbureau werd uitgeroepen tot de ongezondste stad van West-Europa. En ten slotte is er de temperatuur, die in de Attische zomer kan oplopen tot veertig graden Celsius. Geen probleem als je 's morgens vroeg kunt beginnen; maar de start van de Olympische Marathon 2004 is verplaatst naar zes uur 's middags – onder dwang van de Amerikaanse televisiemaatschappijen, die bij een ochtendlijke loop (wanneer het in de Verenigde Staten nacht is) hun reclame-inkomsten in gevaar zagen komen.

Twee voordelen heeft de moderne hardloper ten opzichte van de oud-Griekse soldaten: hij hoeft niet in wapenuitrusting te lopen om te vermijden dat hij voor een deserteur wordt aangezien; en hij loopt over asfalt. Tenminste, áls de organisatoren erin zijn geslaagd om de wegwerkzaamheden tussen Nea Makri (op negen kilometer van de start) en Pallini (op vijftien kilometer van de finish) tot een goed einde te brengen. Om ruim baan te geven aan de volgauto's en de reclamekaravaan in augustus werd rond de millenniumwisseling besloten de oude provinciale weg met twee banen te verbreden. Maar de plannen hebben vertraging opgelopen; niet alleen omdat er in de vlakte tussen het Pentelisch gebergte en de Golf van Marathon nogal wat archeologische vondsten moesten worden geregistreerd, maar ook omdat de belangrijkste aannemer failliet ging en omdat de bewoners van oostelijk Attica zich pas na een rechtszaak neerlegden bij de onteigeningen en het omhakken van honderden bomen langs de weg. Als schrale troost heeft het ministerie van Milieu toegezegd de nieuwe weg te versieren met 1.500 volwassen olijfbomen.

Op het moment dat ik in Athene arriveer, eind mei, is het stadium van aanplanten nog lang niet aangebroken. Maar Eleni Tondi, een woordvoerster van de `mediadesk' van de olympische atletiek, verzekert me dat de weg op tijd klaar zal zijn: ,,Er wordt in drie ploegen dag en nacht gewerkt. Dat is nodig omdat tegelijkertijd de waterhuishouding van het gebied opnieuw gereguleerd wordt.'' Waarna ze – als om verzachtende omstandigheden aan te voeren voor de opgelopen vertraging – vertelt dat de marathon vroeger helemaal geen 42 kilometer was. ,,De afstand van het slagveld op de vlakte van Marathon tot het centrum van Athene is ongeveer 35 kilometer. Spyridon Louis rende bij de eerste Olympische Spelen ongeveer veertig kilometer, omdat de start van de race op het marktplein van Marathonas was. De nu klassieke afstand van 42,195 kilometer dateert van de Spelen van 1908 in Londen, toen men de Engelse koning wilde plezieren door te beginnen bij het paleis in Windsor, dat meer dan veertig kilometer van het stadion lag. In het parcours voor de 25ste marathon hebben we een lus gelegd voor de ontbrekende 2.500 meter. De atleten lopen nu na vijf kilometer een rondje om de grafheuvel van de bij Marathon gesneuvelde Atheners.''

Als Eleni Tondi hoort dat ik de olympische marathon op proef wil lopen, raadt ze me aan het lelijkste stuk over te slaan: ,,De weg tussen Pallini en Cholargos, de uitvalsweg naar het nieuwe vliegveld, moet nog verfraaid worden. Er komen bloembakken langs de vierbaansweg, en de winkels zullen worden gedwongen om hun reclameborden weg te halen. Maar dat is pas in augustus. Nu ren je tussen de auto's en het beton. Pas als je het centrum van Athene binnenkomt, wordt het weer mooi. Eerst het park langs de Mesogion-boulevard, dan het Hilton met daarnaast het beeld van de Glazen Hardloper – een ideale photo opportunity – en uiteindelijk het gerestaureerde oude Olympisch Stadion.''

Twee dagen later word ik door een taxi afgezet in Marathonas. Om de file van Athene naar de oostkust op deze eerste pinksterdag te omzeilen, heeft de chauffeuse de noordelijke uitvalsweg genomen. Het prachtige tweede deel van de rit, door de frisgroene bergen en langs het turkooizen stuwmeer van Marathon, geeft antwoord op de vraag waarom de onbekende soldaat in 490 niet deze, aanzienlijk kortere route naar Athene liep: hij zou de eerste tien kilometer haarspeldbochten niet overleefd hebben. Bovendien bedenk ik me dat de Slag bij Marathon een kilometer of vijf onder het dorpje plaatshad, dicht bij de baai waar het leger van de Perzische koning Darius van de schepen was gekomen. Het moderne startpunt van de marathon hebben we te danken aan baron Pierre de Coubertin, of liever aan zijn vriend Michel Breal, die de race in 1896 introduceerde om Griekenland te eren `voor zijn bijdrage aan de atletiek en de beschaving'.

Ook in Marathonas is een nieuw stadion gepland, maar het prestigeproject aan de zuidrand van het piepkleine stadje verkeert nog in verregaande staat van aanbouw. De olympische atleten zullen recht uit het stadion de weg naar Athene oplopen; ik mag de bouwplaats niet op en moet een kleine omweg maken. Om tien uur precies ren ik over de splinternieuwe asfaltweg, die op verschillende plaatsen is voorzien van tweetalige bordjes met `Marathon Avenue'. Ik heb het rijk alleen, want het verkeer wordt over de twee linkerbanen geleid. Het is warm, nu al 24 graden; er is geen wolkje aan de hemel. Gelukkig heb ik de wind in de rug.

Het eerste deel van het traject is veelbelovend. Rechts van de weg staan pijnbomen, daarachter zie je de bergrug, links ligt de vlakte met zijn velden en boerenbedrijfjes. De Tombe van de Atheners, waar je na vijf kilometer naartoe en omheen wordt geleid, is weinig spectaculair en bovendien under construction, waardoor ik het uitzicht vanaf de grafheuvel niet kan bewonderen. Maar het besef dat dit historische grond is (de bakermat van de westerse beschaving, die bij winst van de Perzen een oosterse beschaving was geweest) maakt veel goed. Pas ter hoogte van Nea Makri, na tien kilometer, begint de marathon der marathons zijn charme te verliezen. In de hoofdstraat van dit vissersplaatsje, dat zich van de zee lijkt te hebben afgekeerd, wordt volop aan de weg gewerkt. Het lawaai van bulldozers, generators en drilboren is oorverdovend, en de wind zorgt voor wolken bijtend stof. Omdat het verkeer hier kriskras over de weghelften gaat, is het voor de alleengaande atleet oppassen geblazen.

Na Nea Makri kan ik even opgelucht ademhalen. De vierbaansweg is grotendeels af – hier en daar ontbreekt nog een deklaag – en het is zowaar lekker lopen, zonder verkeer op mijn weghelft en met aan de linkerkant van tijd tot tijd zicht op de blauwgroene zee. Maar vanaf Mati, op vijftien kilometer, verslechtert de situatie. Grote stukken weg zijn hier nog lang niet klaar en honderden (gast)arbeiders zijn in de weer met zandwagens, asfalteermachines, draglines, frezen et cetera. Ze hebben het in elk geval te druk om aandacht te schenken aan de hardloper die slalomt tussen de bulldozers en met zijn schoenen af en toe een afdruk achterlaat in pasgewalst asfalt. Nog 75 dagen tot de Olympische Spelen, en hier wacht een titanenklus; sommige stukken van de nieuwe weghelft liggen nog twee meter onder het bermniveau.

Het is zwaar lopen, zeker nu de zon recht boven me brandt en de temperatuur tot bijna dertig graden is gestegen. Maar het ergste moet nog komen: de klim naar Chalandri (230 meter) en – tegen de file uit Athene in – de tocht door de gribusbuitenwijken waarvoor Eleni Tondi me heeft gewaarschuwd. Dat de weg vanaf Pallini klaar is, helpt niet echt. Ik ben veroordeeld tot de smalle reep stoep tussen de autoweg en de aaneenschakeling van benzinestations, supermarkten en bedrijventerreinen. De stofwolken, de hitte en de uitlaatgassen doen de rest. In de wijk Psichiko, een kilometer of zes voor Athene, overweeg ik te stoppen – een toepasselijke plaats, want volgens een apocrief verhaal was het hier dat de boodschapper uit Marathon de geest gaf. `Psychiko' betekent `van de ziel'.

Maar nu gaat het parcours naar beneden en komen een voor een de beloofde landmarks van Athene in zicht: de groenstrook naast de Mesogion-boulevard, een loopbrug ontworpen door Calatrava (nog lang niet af), het abstracte groenglazen hardloperbeeld van Costas Varotsos, en uiteindelijk het schoongepoetste, hoefijzervormige stadion, waarvan de fundamenten nog uit de Romeinse tijd dateren. De laatste meters van de marathon (een rondje langs de tribunes) mag ik niet afleggen – het oude Olympisch Stadion wordt afgegrendeld door agenten met karabijnen. En in plaats van het fonteintje waarop ik had gehoopt, staat op het stadionplein alleen een schaal met olympisch vuur. Maar ik verheug me, want ik heb overwonnen – al is het in een schamele viereneenhalf uur. De lopers op 29 augustus zullen het twee keer zo snel doen. Daar staat tegenover dat hun voetafdrukken niet vereeuwigd zijn in de weg die `Fidippides' ooit gelopen heeft.