Honkbal (m), softbal (v)

Honkbal ontstond in het begin van de negentiende eeuw in de Verenigde Staten, het land van sportlegendes als Babe Ruth en Lou Gehrig.

Honkbal is gebaseerd op oudere Engelse sporten, waaronder cricket. In de twintigste eeuw won honkbal aan populariteit in Japan, Taiwan en de Latijns-Amerikaanse landen, vooral Cuba. Honkbal was een demonstratiesport op de Spelen van 1912, 1936, 1956, 1964, 1984 en 1988. Pas in 1992 werd het een olympische sport. De Verenigde Staten beschouwen hun profcompetitie, de Major League, als het hoogste podium. Voor de Amerikanen zijn de World Series (finale van de Major League) verreweg het belangrijkste honkbalevenement. In Athene is de titelverdediger, met een derderangs team uitgeschakeld in de kwalificatie, de grote afwezige. Nederland, met Italië de sterkste Europese honkbalnatie, werd vijfde in 1996 en 2000. In Sydney verbaasde Nederland de honkbalwereld door voor het eerst in de olympische geschiedenis Cuba, met de beste amateurhonkballers ter wereld, te verslaan.

De vrouwelijke pendant van honkbal is softbal, in 1887 uitgevonden als `indoor honkbal'. Softbal staat op het programma sinds 1996. De Verenigde Staten wonnen in Atlanta en Sydney olympisch goud.

Olympische sport sinds: 1992 (honkbal), 1996 (softbal)

Aangesloten landen cq. federaties: 113 (honkbal), 125 (softbal)

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 24.032

Regerend olympisch kampioen: VS (honkbal), VS (softbal)