Het was het werk van alle Grieken

Niemand had gedacht dat het ze zou lukken, ook de Grieken zelf niet. Maar een paar dagen voor het begin van de Spelen waren de voorbereidingen afgerond. De Grieken zijn alle zwartgalligheid van de afgelopen tijd vergeten.

Nog maar enkele maanden geleden zagen de Atheners de Olympische Spelen eigenlijk niet meer zitten. Vanwege de ongekende veiligheidsmaatregelen vreesden ze dat de Spelen een soort militaire oefening zouden worden. De ogenschijnlijke chaos op sommige projecten deed hen twijfelen of de voorbereidingen wel tot een goed einde zouden komen, en steeds meer gehoor kregen de stemmen die riepen dat hun kinderen en kleinkinderen nog talloze jaren gebukt zouden gaan onder de snel stijgende schuldenlast.

Van deze zwartgalligheid is aan de vooravond van de Spelen niets meer over. Natuurlijk zijn de principiële tegenstanders niet van mening veranderd. De communistische vakbond hield afgelopen dinsdag een herdenking, op Athene's daags tevoren feestelijk heropende Plein van de Grondwet, van de dertien arbeiders die bij de bouw van de installaties het leven hadden gelaten. Maar de houding van de Atheense `man in de straat' is omgeslagen van onverschilligheid en twijfel naar euforie. Dat komt mede doordat die `straat' onherkenbaar veranderd is sinds vorig voorjaar.

Een overstelpende reeks verbeteringen en vernieuwingen is de laatste maand over de Griekse hoofdstad en zijn omstreken neergedaald. Bijna elke dag werd de laatste hand gelegd aan een kolossaal project: verkeersknooppunten met tunnels en prachtige voetgangersbruggen, vernieuwde pleinen, uitbreiding van het toch al zo gesmeerd lopende metronet tot aan het vliegveld, de tram – die nog kinderziekten vertoont – het ultramoderne en futuristische Centrale Stadion over welks dakbedekking zoveel te doen is geweest.

Eigenlijk was de stemming al omgeslagen in juni, toen Griekenland het Europese voetbalkampioenschap won, aan de ene kant een wonder, aan de andere een bewijs dat `wij Grieken tot alles in staat zijn'. Zo ongelooflijk als deze prestatie was, zo ongelooflijk opgeknapt ligt de hoofdstad er nu bij. Het ziet er ook vrolijker uit dan iemand voor mogelijk hield. Zelfs het Oorlogsmuseum, een bakbeest uit de kolonelsdictatuur dat er altijd zo bars bijstond, heeft lichte en lieflijke kleuren gekregen. En de stokoude gele trolleys waarvan de beugels om de haverklap loslieten en die in een grijs verleden nog door de Sovjet-Unie waren geleverd, zijn van de ene op de andere dag uit het stadsbeeld verdwenen.

Het rijdend publiek houdt zich tot nu toe voorbeeldig aan de middenstrook van de boulevards waarop het nog slechts mag rijden – de linker is voor de `Olympische familie' gereserveerd en de rechter voor de autobussen. Zelfs de 14.000 ruige taxichauffeurs laten nauwelijks wanklanken horen. ,,Ach, het is maar voor een paar weken'', zeggen ze en bovendien zijn veel Atheners met vakantie. De toeristenstroom is over het hele land zwaar tegengevallen, maar de doorsnee Athener mort daarover niet te zwaar. Men geeft, terecht, de schuld aan angst voor terreur maar vooral aan de duurte. Op menig terras is een kop koffie tweemaal zo duur als in Parijs.

Dankzij de kolossale uitbreiding en verbetering van het openbaar vervoer tekent zich nu het perspectief af dat de Atheners ook na de Spelen hun auto's thuis zullen laten en van hun verslaving aan dit vervoermiddel af zullen komen. Deze gigantische investering zal in ieder geval blijven doorwerken en verschaft een tegenargument aan de Cassandra's – een Grieks begrip – die voor de jaren na de Spelen noodlottige tekorten voorspelden. ,,Athene wordt een Barcelona, geen Montreal'', zeggen de optimisten.

De heersende euforie heeft zich uiteindelijk ook uitgestrekt tot de verhouding tussen regering en oppositie. Even leek dit anders te lopen. Bij de verkiezingen van maart kwam de socialistische regering-Simitis ten val, juist in de periode dat de problemen over de Spelen zich opstapelden. Ministers in de aangetreden, conservatieve regering van de Nieuwe Democratie bezweken nog al eens voor de verleiding, zich te presenteren als redders van projecten die tijdens Simitis in de soep zouden zijn geraakt, en ook nu nog, bij de bijna dagelijkse openingen van toch nog afgemaakte projecten, komen er klachten uit de socialistische partij dat huidige ministers ,,alle eer voor zichzelf opeisen''.

Maar premier Kostas Karamanlis heeft zich nooit namens zijn partij op de borst geslagen voor het afmaken van de laatste, en moeilijkste loodjes. ,,Het was het werk van alle Grieken''. Tot voldoening van de huidige oppositieleider, Jorgos Papandreou, heeft hij in zijn laatste boodschap tot het Griekse volk lof toegezwaaid ,,aan alle [vorige] regeringen die aan de voorbereidingen hadden gewerkt''. Oudminister van Ruimtelijke Ordening Kostas Laliotis, die jarenlang de supervisie had over de nu voltooide brug Rion-Antirion, mocht deze week als één der eersten met de olympische vlam over `zijn' brug lopen. Maar wel ná het Griekse voetbalelftal en zijn trainer, Otto Rehhagel.