Handboogschieten

Handboogschieten is een van de oudste sporten die nog altijd worden beoefend. In China werden tijdens de Shang-dynastie (1766 tot 1027 voor Christus) en Zhou-dynastie (1027 tot 256 voor Christus) al wedstrijden gehouden. In Engeland, het land van Robin Hood, dateert de eerste bekende wedstrijd van 1583. Tegenwoordig wordt geschoten met een `recurve' boog van glasvezel. De pijlen, gemaakt van aluminium en grafiet, halen snelheden van over de 240 kilometer per uur. Een vaste hand, sterke schouders, scherpe ogen en stalen zenuwen zijn onmisbaar voor de schutters. Handboogschieten was een olympisch nummer op de Spelen van 1900, 1904, 1908 en 1920. In die tijd konden schutters aan diverse nummers deelnemen. De Belg Hubert van Innis is de schutter met de meeste medailles in de historie van de Olympische Spelen: zesmaal goud en driemaal zilver (1900 en 1920). Na een lange afwezigheid keerde de sport terug op de Spelen van München (1972), met individuele nummers voor vrouwen en mannen. Wedstrijden in teamverband werden in 1988 (Seoul) toegevoegd aan het programma. De handboogschutters houden hun wedstrijden op een historische plek: het oude olympische stadion. Op die plek is het in 1896 allemaal begonnen.

Olympische sport sinds: 1900

Aangesloten landen cq. federaties: 131

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 8.494

Toplanden: Zuid-Korea en Australië