Genadeloos actueel schilder

De Amerikaanse schilder Leon Golub, bekend om zijn monumentale en confronterende voorstellingen van gruwelijke gebeurtenissen, is zondag op 82-jarige leeftijd overleden. Volgens zijn zoon zijn er complicaties opgetreden tijdens een operatie. Golub werd vaak bestempeld als een activistische kunstenaar. Zijn doeken toonden onderwerpen als racisme, seksisme en machtsmisbruik, meestal zeer realistisch geschilderd. Vanwege zijn op oorlogsverslaggeving gebaseerde schilderijen werd Golub vaak met Goya vergeleken.

In 1937 – Golub was vijftien jaar oud – zag hij in Chicago Picasso's schilderij Guernica. Het werk maakte een enorme indruk op hem. Hij ging kunstgeschiedenis studeren aan de universiteit van Chicago, en voltooide vervolgens een opleiding aan het Art Institute in Chicago. In de jaren vijftig, op het moment dat het Amerikaans abstract-expressionisme zijn hoogtepunt beleefde, begon Golub met het schilderen van figuratieve voorstellingen. Zijn vroege werken bestaan uit voorstellingen van worstelende naakten, gebaseerd op Griekse en Romeinse beelden die hij tijdens zijn kunstgeschiedenis-opleiding had bestudeerd.

De realiteit van het hedendaagse leven drong zijn schilderijen binnen toen Golub in 1964, nadat hij met zijn partner Nancy Spero vijf jaar in Frankrijk had gewoond, weer terugkeerde naar Amerika. De Vietnam-oorlog was in volle gang. Golub, die al vanaf zijn studentenjaren actief betrokken was bij vredes- en mensenrechtenbewegingen, sloot zich aan bij de protesten. ,,Ik voelde me opeens beschaamd'', zei hij daarover. ,,Hier werd een oorlog uitgevochten met napalm, en ik schilderde naakten in Griekse stijl.'' In 1969 begon hij met het maken van `Napalm Paintings', gebaseerd op persfoto's van naakte mensen met napalm-wonden. Vanaf 1972 gebruikte hij ook echte napalm om het oppervlak van zijn werken ruw te maken.

De schilderijen die hij gedurende de jaren zeventig en tachtig maakte, van politieke kopstukken, van huursoldaten en hun slachtoffers, van ondervragingen en martelingen, vormen één grote aanklacht. Golub baseerde zijn werk vaak op krantenfoto's. Hij schilderde de voorstellingen natuurgetrouw na, en bewerkte de verflagen vervolgens eindeloos, soms gebruikmakend van een vleesmes. Door het vele schrapen kreeg de verfhuid, waar vaak het kale canvas weer doorheen schemerde, het uiterlijk van rauw of gewond vlees. De doeken hing hij meestal zonder lijst, als dierenhuiden, aan de muur.

Zijn hele leven trok Golub zich niets aan van heersende modes in de beeldende kunst. Pop Art, Minimalisme, Colorfield Painting, conceptuele kunst – het trok allemaal aan hem voorbij. Hij bleef trouw aan zijn principes en toonde het publiek keer op keer zijn genadeloze visie op de actualiteit.

De laatste jaren nam, met de toenemende populariteit van politiek-geëngageerde kunst, ook de belangstelling voor zijn werk sterk toe. Veel jonge kunstenaars, onder wie de Nederlander Ronald Ophuis, zagen hem als groot voorbeeld. Drie keer werd hij uitgenodigd voor de Documenta in Kassel, 's werelds belangrijkste tentoonstelling voor hedendaagse kunst. Hij exposeerde in de voornaamste musea ter wereld, waaronder het Guggenheim, het MOMA en het Whitney in New York. In 2000 organiseerde het SMAK in Gent nog een tentoonstelling van zijn werk.

Zijn laatste expositie was begin dit jaar. In de Ronald Feldman Gallery in New York liet de kunstenaar een serie nieuwe schilderijen van vrouwelijke naakten zien, getiteld Erotica. Daarmee keerde Leon Golub terug naar het klassieke thema waarmee hij zijn carrière ook begonnen was.