Eigen gelederen in de aanval

Een toenemend aantal tuin- en akkerbouwers verzet zich tegen de volgens hen te hoge heffingen van de productschappen. Deurwaarders melden zich al. ,,Het gaat om de eenheid in de sector.''

Het productschap is zijn vijand, de faxmachine zijn wapen. Wortelteler Jos de Boer uit het Noord-Hollandse Westwoud heeft maandag naar 14.500 tuinders faxen verstuurd. Hij doet het om medestanders te mobiliseren en om aan de politiek te bewijzen dat het productschap ,,een kostenverslindende en bureaucratische organisatie'' is.

Voorlopig is het eerste slachtoffer in de strijd de faxmachine zelf, bezweken door oververhitting. Sinds maandagmiddag had het apparaat geen moment meer stilgestaan, vertelt De Boer. Hij is de tel kwijt, maar hij schat het aantal reacties op zeker drieduizend, en allemaal steunbetuigingen. ,,Maximaal tien'' afwijzende reacties heeft hij gehad, en eigenlijk vindt hij dat wel jammer. ,,Ik had liever wat meer weerwoord gekregen, dan had je een discussie gehad.'' Een kleine greep uit de reacties: ,,Onze steun hebben jullie. Hou vol.'' ,,De enige communicatie met het productschap is bij het overmaken van de heffingen'', vat een ander zijn grieven samen. En een retoricus met een voorkeur voor pathetiek: ,,Het is beter staand te sterven dan knielend te leven.''

De productschappen werden samen met de bedrijfsschappen en de Sociaal Economische Raad (SER) in 1950 opgericht. Ze pasten helemaal in de heersende ideeën die in de wederopbouwjaren leefden over de organisatie van de economie. Behalve als overlegorgaan tussen werkgevers en werknemers, waren de product- en bedrijfsschappen ook bedoeld om gezamenlijk zaken te regelen waarvoor de bedrijven afzonderlijk te klein waren, zoals promotie en onderzoek. Om te voorkomen dat `free riders' niet zouden betalen maar wel de vruchten konden plukken, werd de heffingsbevoegdheid van de productschappen wettelijk vastgelegd.

Maar een toenemend aantal tuin- en akkerbouwers lijkt die heffingen, die kunnen oplopen tot tienduizenden euro's, niet meer te willen betalen. Volgens het productschap zijn het plantenkundig onderzoek en de promotie van de Nederlandse tuinbouw onmisbaar. Maar De Boer en zijn mede-actievoerders zeggen geen behoefte te hebben aan de diensten van het productschap. Teeladviezen kopen ze in bij een particulier bedrijf, dat volgens hen betere service biedt voor minder geld.

Maar de onvrede zit dieper. Het productschap is bureaucratisch, zeggen ze, incompetent, en luistert te weinig naar zijn leden. De tegenstand, die in West-Friesland het sterkste is, bleek onlangs tijdens een bezoek van minister Veerman (Landbouw, CDA) aan de Wieringermeer. Een groep fruit- en groentetelers hield spandoek vast met de tekst `Landbouw en Visserij, de tijd van de productschappen is voorbij'.

Productschap-voorzitter Jan van der Veen kent de kritiek. Geld is volgens hem een belangrijke, maar niet de enige reden van het verzet. ,,Er zit ook een ideologische kant aan. Zij willen af van collectieve instellingen, onder het motto `ieder voor zich'. Maar dat is niet de mening van de meerderheid van de Nederlandse tuinders. Het productschap blijft nodig voor een sterke Nederlandse tuinbouw.'' Zorgen over het voortbestaan van zijn organisatie maakt hij zich niet. De weerspannige tuinders vormen volgens hem ,,een zeer kleine minderheid''.

Van der Veen ontkent dat het productschap niet luistert. ,,Als tuinders willen dat wij ander onderzoek doen, kunnen ze daarover met ons in gesprek gaan. Graag zelfs, dat is in het belang van de tuinbouw. Maar ik heb de indruk dat men helemaal geen heffingen wíl betalen.'' En daar, zegt hij, ligt de grens. ,,Uiteindelijk kunnen we dan alleen nog maar de deurwaarder sturen. Zonder die heffingen zouden er geen publiciteitscampagnes meer van de grond komen, en zou het budget voor onderzoek ineenzakken.'' Dat de ontevreden tuinders het productschap daar niet voor nodig zeggen te hebben, is voor hem geen doorslaggevend argument. ,,Het gaat om de eenheid van de sector.''

Het Productschap Tuinbouw is niet het enige dat toenemende weerstand ondervindt. Ook een goep garnalenvissers heeft genoeg van de heffingen die ze moet betalen aan het Productschap Vis, en waar ze naar eigen zeggen niets voor terugkrijgt. Annie Laan, een vrouw uit een vissersfamilie uit Den Oever, weet zeker dat de meerderheid van de vissers van het productschap af wil en is eveneens een actie begonnen met de fax. De steunbetuigingen ,,druppelen binnen''.

Namens de de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV), is het Willy van Gemert die het verzet leidt. Hij zit als voorzitter van de NVV in het bestuur van het Productschap Vee, Vlees en Eieren, maar heeft naar eigen zeggen ,,niets in te brengen''. Van Gemert: ,,Ik vind: wie betaalt, bepaalt. De slagers, de supermarkten en de veehandelaren betalen vrijwel niets. Maar ze bepalen wel wat er gebeurt.'' Hij hekelt ,,de bestuurscultuur uit de jaren vijftig'' en wil de uitgaven met 70 procent omlaag brengen. Maar voor afschaffing is Van Gemert niet.

Ook wortelteler Jos de Boer en zijn mede-actievoerders denken dat de landbouw niet helemaal zonder een vorm van collectieve organisatie kan. Maar hoe die eruit zal moeten zien, weten ze nog niet precies. Het is van latere zorg. ,,Eerst moet het productschap opkrassen'', zegt hij. ,,Iets wat niet functioneert, moet weg. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.''