Een Duits excuus na honderd jaar?

Bij de slag van Waterberg honderd jaar geleden in het tegenwoordige Namibië doodde het Duitse leger zeker 60.000 Herero's. De herdenking wordt zaterdag voor het eerst bijgewoond door een regeringsvertegenwoordiger van Duitsland. Zal ze zeggen dat het haar spijt?

Historici spreken van de eerste genocide van de twintigste eeuw en van een voorloper van de Holocaust. Dan hebben ze het over de manier waarop de Duitsers in 1904 de opstand neersloegen van de Herero's in Namibië, dat toen nog Duits Zuidwest-Afrika heette. In korte tijd werden ten minste 60.000 van de ongeveer 80.000 Herero's vermoord die in opstand waren gekomen tegen de koloniale heersers.

Velen stierven in de slag bij Waterberg, precies honderd jaar geleden. Degenen die vluchtten via de Omaheke-woestijn naar wat nu Botswana is, kwamen om van hitte en dorst. Het Duitse leger had alle waterbronnen geblokkeerd. Anderen werden in kampen bijeengedreven, waar ze vaak stierven door ziektes en honger. Vrouwen en meisjes werden verkracht, waardoor volgens sommigen bijna alle 120.000 nu levende Herero's enig Duits bloed hebben.

Het gebeurde precies zoals de Duitse generaal Lothar von Trotha wilde. ,,Binnen de Duitse grenzen wordt iedere Herero, met of zonder geweer, met of zonder vee, doodgeschoten'', schreef Von Trotha. ,,Ik maak geen uitzondering voor vrouwen en kinderen, drijf ze terug naar hun volk of laat op ze schieten.''

Voor het eerst is bij de herdenking van de slag bij Waterberg een officiële vertegenwoordiger uit Duitsland aanwezig. Minister van Ontwikkelingszaken Heidemarie Wieczorek-Zeul is in Namibië en zei in de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat ze ,,de politieke en morele verantwoordelijkheid voor de misdaden van 1904 wil laten documenteren''. Ze suggereerde dat ze ook schuld zal erkennen.

Tot verontwaardiging van de Herero's heeft Duitsland nooit openlijk excuus aangeboden voor de genocide. Minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer zei op de VN-conferentie tegen racisme in 2001 dat voormalige koloniale machten schuld moesten bekennen en ,,dat zou ik hierbij dus willen doen namens Duitsland''. Hij noemde Namibië weliswaar met name, maar het excuus gold alleen de slavenhandel en niet de genocide.

Toen bondskanselier Helmut Kohl in 1995 Namibië bezocht, vijf jaar na de onafhankelijkheid, weigerde hij een delegatie van de Herero's te ontvangen. Ook zijn opvolger Gerhard Schröder heeft het onderwerp altijd weten te omzeilen. De formulering van bondspresident Roman Herzog die in maart 1998 Namibië bezocht, was uiterst omzichtig. ,,Vele acties van koloniale mogendheden, met inbegrip van de manier waarop de opstand van de Herero's is onderdrukt, waren niet te rechtvaardigen. Het leed van met name de Herero's is bekend'', aldus Herzog. ,,De morele verantwoordelijkheid hiervoor moet een zware last leggen op het geweten van iedere Duitser die zich bewust is van onze geschiedenis.''

Namibië hoefde volgens Herzog niet te rekenen op een Wiedergutmachung. ,,Ten tijde van het conflict bestonden er geen regels inzake de bescherming van rebellen en burgers'', aldus Herzog. Bovendien vervulde Duitsland ,,zijn historische plicht'' al ruimschoots in de vorm van ontwikkelingshulp. Dat standpunt is sindsdien niet veranderd. Minister Wieczorek-Zeul herinnerde er gisteren voor haar vertrek aan dat Namibië per hoofd van de bevolking de meeste Duitse ontwikkelingshulp krijgt van alle Afrikaanse landen.

Herero-leider Kuaima Riruako heeft – na het succes van joodse claims tegen Zwitserland – enkele jaren geleden in de Verenigde Staten een miljardenclaim ingediend. Maar volgens de Duitse ambassadeur in Namibië leiden dit soort claims nergens toe en hebben ze alleen maar een averechts effect op de poging om de ,,wonden uit het verleden te helen''.

Duitsland maakt daarbij – een oude koloniale truc – dankbaar gebruik van de verdeeldheid in Namibië zelf tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Voor veel Herero's is geld niet het belangrijkste. ,,Duitsers waren de meesters van het racisme'', zegt Arnold Tjihuiko, voorzitter van het comité ter herdenking van de slag bij Waterberg, in weekblad Der Spiegel. ,,Het enige wat we vragen is dat ze zeggen: het spijt ons.''