De bond zonder bazen

Critici noemen het huidige kabinet graag een werkgeverskabinet. Daar is soms wat voor te zeggen, zoals blijkt uit de acties om de administratieve en fiscale lastendruk voor het bedrijfsleven te verlagen, maar soms ook niet, zoals bij de verzwaring van de plichten voor topmanagers (code-Tabaksblat voor goed ondernemingsbestuur) en meer invloed voor aandeelhouders.

Het voornemen van minister A. de Geus van Sociale Zaken om volgend jaar de nullijn bij CAO-lonen te forceren is wel gunstig voor werkgevers, maar slecht voor de werkgeversorganisaties, zowel landelijk (VNO-NCW), als in bedrijfstakken.

De Geus wil loonafspraken boven de nullijn tussen werkgevers- en werknemersorganisaties niet meer algemeen geldend verklaren voor een hele bedrijfstak. Dat is in eerste instantie pech voor de ongeveer 700.000 werknemers in sectoren als horeca en uitzendbranche. In die bedrijfstakken is de organisatiegraad aan werkgeverskant laag: relatief weinig bedrijven zijn aangesloten bij de werkgeversclub die over CAO's onderhandelt. De voorgenomen maatregel van De Geus geeft ongeorganiseerde werkgevers nu de ruimte om de CAO-afspraken te negeren en hun werknemers minder loonstijging te betalen.

Maar de pech voor deze werknemers, is een kans voor de vakbonden. Zij krijgen een nieuw werkterrein met een nieuwe leus: gelijke lonen voor gelijk werk. Zij moeten met overreding of acties ongeorganiseerde werkgevers overtuigen van de noodzaak wel dezelfde lonen te betalen als georganiseerde bazen. Succes aan dit front kan een goeie manier blijken te zijn om werknemers te overtuigen van het nut van vakbondslidmaatschap.

Maar er is meer. Als ongeorganiseerde werkgevers niet meer gehouden zijn aan CAO-afspraken, vervalt een argument om lid te zijn van een werkgeversclub. Een ongeorganiseerde werkgever boekt dan twee kostenvoordelen: geen contributie meer voor VNO-NCW of wie dan ook, plus lagere loonkosten. Maar een werkgever die uittreedt, weet dat de vakbond zal proberen de hogere loonstijging binnen te knokken.

De polarisatie die dit scenario oplevert, zal na een tijdje andere verworvenheden in de sociaal-economische infrastructuur aantasten. Zoals het vakbondstientje (de bijdrage van werkgevers voor de professionaliteit van hun tegenstrevers). En de samenwerking van bazen en bonden in de bedrijfstakpensioenfondsen, waarbij tweederde van de werknemers is aangesloten.

De werkgeversorganisaties die hun draagvlak zien afbrokkelen, worden de beste pleitbezorgers van de status quo. Maar het is de vraag of hun leden een lobby willen steunen tegen het voorstel van De Geus.