Biometrisch paspoort

Kijk de marechaussee op Schiphol nog maar eens goed in de ogen. Want dit is een van de laatste zomers waarin dit mogelijk is, althans als het aan de Europese Unie ligt. Deze is – thans onder Nederlands voorzitterschap – hard bezig met het opnemen van zogeheten biometrische kenmerken op identiteitsdocumenten, zoals het paspoort. De dragers kunnen dan automatisch gescand worden. Bij biometrische toepassingen vormen fysieke persoonskenmerken de sleutel tot de controle. Dat kan van alles zijn, van vinger-, hand- of gelaatsafdruk tot netvlies (de irisscan).

De aandrang tot toepassing van biometrie komt uit de Verenigde Staten na de aanslagen van 11 september 2001. De VS hebben zelfs een deadline gesteld voor biometrie op reisdocumenten, die overigens deze week met een jaar werd verlengd omdat de meeste landen niet in staat zijn de eerder gestelde termijn van 26 oktober 2004 te halen. Overigens werd de deadline eerder al versoepeld omdat de VS zelf niet op tijd klaar waren. Na enig gesputter over een Amerikaans ,,dictaat'' heeft Europa de aansporing met graagte overgenomen. Het doet een beetje denken aan de commotie over de passagiersgegevens die de VS van de Europese luchtvaartmaatschappijen eisten. Bezwaren uit een oogpunt van privacybescherming hebben tot een officiële klacht van het Europees Parlement geleid. Dit was op 30 maart geen beletsel voor de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken een Spaans initiatief op de agenda te zetten om voortaan zélf passagiersgegevens te eisen van derde landen.

De Europese animo voor biometrie is niet alleen te verklaren uit de terreurbestrijding, maar minstens zozeer uit het tegengaan van illegale immigratie. Er is al een politiek akkoord bereikt over biometrie op visa en verblijfsdocumenten van vreemdelingen. Nu zijn de paspoorten van de eigen burgers aan de beurt. Daarbij rijzen er toch enkele lastige vragen. De state of the art is minder vergevorderd dan wel wordt voorgesteld, ook al heeft Schiphol een speciale irisscan in bedrijf voor een selecte groep van `frequente vliegpassagiers', die veel aandacht trekt. Toch blijft het risico van vals alarm de experts bezighouden. Bij massale toepassing is het niet denkbeeldig dat beveiligingspersoneel zoveel tijd kwijt is aan het oplossen van misverstanden dat het aan het echte werk niet toekomt. Of dat de beveiligingsbeambten de signalen op de duur negeren. Reden tot bezinning vormt ook de veelvuldig gesignaleerde omstandigheid dat de daders van de aanslagen op de elfde september gewoon met hun eigen papieren aan boord waren gegaan. Ze stonden niet als verdacht te boek en daar helpt geen elektronische gezichtsherkening aan. Zouden de niet geringe investeringen die de biometrische controle vergt niet beter aan andere veiligheidsinitiatieven kunnen worden besteed?

En dan is er nog het probleem van function creep, zoals dat in het beveiligingsjargon heeft: de olievlekwerking. Als biometrie eenmaal op het paspoort of de komende `burgerservicekaart' is aangebracht, groeit de aandrang haar elders ook toe te passen. Al was het alleen zakelijk gezien. Leveranciers maken er geen geheim van dat zij overheidsopdrachten zien als etalage voor diensten die vervolgens in de particuliere sector kunnen worden afgezet. Bij de huidige stand van zaken moeten de risico's voor de privacy niet worden overdreven, betoogde The Economist onlangs. Toch lijdt het volgens dit blad geen twijfel dat biometrie ,,op den duur door haar aard de persoonlijke levenssfeer diep en grondig zal compromitteren''. Dan gaat het niet alleen om de irisscan op het paspoort, maar ook op het buskaartje. Of biometrische bewaking van de pc op kantoor. Bijna tien jaar geleden werd in een publicatie in de Studiereeks recherche de toetsaanslag reeds als biometrisch controlemiddel genoemd. Iemand moet deze hint vast hebben opgepakt.