Bakermat

De Olympische Spelen keren voor de tweede keer terug in Griekenland, waar ze 2.800 jaar geleden ontstonden. In 1896, bij de eerste moderne Olympische Spelen, ontving Athene 285 deelnemers uit veertien landen. Hoe anders zullen de 25ste Spelen zijn die morgen beginnen, met meer dan elfduizend atleten uit ruim tweehonderd landen en met sportcomplexen die zo kostbaar zijn dat ze de Griekse regering heel wat kopzorgen hebben gegeven.

Het basisidee van de moderne Spelen is ontleend aan de oude Spelen in Olympia, in het noordwesten van de Peloponnesos. Het begin was heel bescheiden. In 776 voor Christus was er alleen een hardloopwedstrijd van 192 meter. Een stadion ontbrak, de lange sprint werd gehouden op een open vlakte. Een heiligdom van Zeus, de god voor wie de Spelen werden gehouden, wees deelnemers en toeschouwers de weg. In de volgende eeuwen kreeg Olympia geleidelijk een ander aanzien. Rond de nieuwe tempel van Zeus, met het bijna dertien meter hoge Zeusbeeld van de hand van de beroemde beeldhouwer Pheidias als grote blikvanger, verrezen een stadion, een paardenrenbaan, een gymnasium en gastenverblijven.

Ruim duizend jaar bleef Olympia het schitterende decor van het grootste sportfestival van de Klassieke Oudheid. Na de verovering van Griekenland door de Romeinen werd alles nog groter, nog mooier, nog indrukwekkender, omdat de Romeinse keizers hun naam met Olympia wilden verbinden. In de derde eeuw na Christus zette het verval in als gevolg van de politieke en economische crisis die het Romeinse Rijk teisterde. Maar de genadeklap kwam pas veel later, in 393, toen de christelijke keizer Theodosius een edict uitvaardigde waarin alle heidense cultusvieringen in het Romeinse Rijk werden verboden. De Olympische Spelen waren verleden tijd. De tempelgebouwen en het stadion bleven overeind, als stille getuigen van een groots verleden. Totdat aardbevingen in de zesde en zevende eeuw de boel overhoop gooiden en de natuur bezit nam van het terrein. De rivieren Kladeos en Alpheios traden buiten hun oevers en stortten dikke lagen modder uit. Olympia werd een ruïneveld. Maar wat zichtbaar is gebleven of door archeologen vanaf de negentiende eeuw is blootgelegd, imponeert ook in verbrokkelde staat nog altijd en laat zien dat sport en religie hier op een unieke manier samengingen.

De auteur is hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam