Atletiek

Atletiek is de moeder aller olympische sporten. De eerste editie van de klassieke Olympische Spelen, die in de periode van 776 voor Christus tot 393 na Christus in Griekenland werden gehouden, bestond uit één onderdeel: hardlopen. Dat was een afstand van 600 voet, oftewel 192 meter en 27 centimeter. Bij de moderne Spelen, die hun oorsprong vonden in 1896, is de status van atletiek als belangrijkste sport onaangetast gebleven. Alleen het programma is in de loop der jaren aanzienlijk uitgebreid. Terwijl in 1896 alleen mannen hun krachten maten in twaalf disciplines, treden tegenwoordig beide seksen (vrouwen sinds `Amsterdam 1928') verdeeld over 46 disciplines tegen elkaar in het strijdperk. Bij deze Spelen gaat er speciale aandacht uit naar de marathon, die wordt afgelegd op het parkoers dat de soldaat Fidippides in 490 voor Christus heeft afgelegd om de overwinning van de Atheners op de Perzen in de Slag om Marathon te melden. Nog meer dan de afstand (42,195 km) wordt de hitte gevreesd, vooral omdat het tijdstip van de start op verzoek van de Amerikaanse televisie is verzet van zeven uur 's ochtends naar zes uur 's avonds. De olympische atletiekwedstrijden hebben veel legendes voortgebracht, onder wie Fanny Blankers-Koen, die in 1948 in Londen vier gouden medailles won.

Olympische sport sinds: 1896 (m), 1928 (v)

Aangesloten landen c.q. federaties: 211

Geregistreerde beoefenaars in Nederland: 97.925

Toonaangevende landen: VS, Rusland, Kenia en Ethiopië