Atheense catwalk

Athene is meer dan een sportfestijn. Het is ook een proeftuin voor de technologie. Over de zin en de onzin van nieuwe vondsten.

Topsport is het uitsluiten van toeval. Het is een definitie die weliswaar niet door alle atleten, coaches en begeleiders wordt gedeeld. Maar een overgrote meerderheid zal instemmend knikken zodra hem of haar die begripsbepaling aan de hand wordt gedaan. Geen enkel detail, hoe klein of onbenullig dat voor een buitenstaander ook mag lijken, mag in de voorbereiding dan ook over het hoofd worden gezien. ,,Voorkom dat je achteraf een excuus hebt.''

Het zijn die gevleugelde woorden die technisch directeur Joop Alberda van NOC*NSF de Nederlandse topsporters met olympische ambities de afgelopen jaren voorhield. Soms tot vervelens toe. Maar de na `Athene' afzwaaiende aanjager van de Nederlandse topsport kon het niet vaak genoeg herhalen. Bescheidenheid en conservatisme zijn menselijke deugden, en die laten zich het beste bestrijden door eindeloos vaak dezelfde boodschap te herhalen.

Bovendien: wie hogerop wil en welke topsporter wil dat niet? moet grenzen verleggen en dus geen middel onbeproefd laten. Elke muur moet en zal bedwongen (moeten) worden. Dat is het wezen van de topsport. En blijft de muur ondanks vele dappere pogingen overeind staan, ja, wat dan? ,,Dan ga je langszij'', betoogde Alberda's collega Peter Murphy, technisch adviseur teamsporten binnen NOC*NSF, begin dit jaar. ,,Staat daar een hek, dan klim je daar overheen. Lukt dat ook niet, dan stamp je die muur maar omver.''

Met hulp van NOC*NSF. Begin vorig jaar, ruim anderhalf jaar voor de Spelen van Athene, stuurde de sportkoepel een team van `hittedeskundigen', onder leiding van de Limburgse bewegingswetenschapper Gerard Rietjens, mee met de Nederlandse hockeyers tijdens hun overwintering in de snikhete zomer van Australië. Dáár maakten de spelers kennis met de ijsvesten, die hun in Athene oververhitte sportlichamen tot bedaren moeten brengen, zodra zij tijdelijk plaatsnemen op de bank.

Het ijsvest kwam tot stand in het zogeheten Topsport Expertise Centrum op Papendal. Dit `kenniscentrum voor topsportprestaties' is de schatkamer van de Nederlandse topsport, waar in nauwe samenwerking met onderzoeksinstituut TNO en het Nederlandse bedrijfsleven (DSM bijvoorbeeld) de kruisbestuiving tussen sport en wetenschap centraal staat. Zodat de Nederlandse topsport én het Nederlandse bedrijfsleven meegaan in de vaart der volkeren.

Topsport is de ideale proeftuin voor multinationals. Of het nu dankzij of ondanks hun al dan niet innovatieve vondst is, wie kan pronken met een of meer olympische grootheden op zijn cv, maakte goede sier. Geen betere etalage dan ook dan de Olympische Spelen: veel en relatief goedkope (tv-)exposure. Daar kan geen peperdure advertentiecampagne tegenop.

Niet voor niets stelde Nike alles in het werk om Pieter van den Hoogenband na diens olympische dubbelslag in Sydney los te weken bij Speedo, al sinds jaar en dag kledingsponsor van de Nederlandse zwembond. The Dutch Dolphin is in Athene het boegbeeld van de Amerikaanse sportkledinggigant, die nu ook in de zwemsport is gestapt. Maar of Van den Hoogenband sneller is door zijn speciaal op maat gesneden broek, die slechts de voeten vrij laat? Overtuigende bewijzen ontbreken. Eén ding is zeker, weet Van den Hoogenbands trainer Jacco Verhaeren: ,,De zwemmer doet het werk, niet dat pak.''

Wat Parijs is voor de haute couture, zijn de Olympische Spelen voor de technologie: een catwalk, waar ieder zichzelf respecterend researchbedrijf niet mag ontbreken. Gevolg is een stortvloed aan technologische snufjes en noviteiten, waarvan het maar de vraag is of die bijdragen tot een betere sportprestatie. Maar ook al is dat niet het geval, dan nog zijn al die gestroomlijnde en hypermoderne helmen, fietsen en outfits voor menig sporter van belang. Wie voorzien is van de nieuwste materialen, boezemt op voorhand gezag in, zeker bij zijn tegenstanders. Dat is ook wat waard. In de mentale oorlogsvoering is de eerste slag dan gewonnen.

Daar kunnen Tornado-zeilers Mitch Booth en Herbert Dercksen over meepraten. Het voor Nederland in Athene startende duo stak een vermogen in de ontwikkeling van onder meer een 35 procent lichter zeil. ,,Onze concurrenten zijn knap zenuwachtig'', grijnsde Dercksen begin april. Dat bleek: onlangs betrapte hij iemand die heimelijk het serienummer noteerde, kennelijk in de hoop zelf in het bezit te komen van het exclusieve `wonderzeil'. Topsport is het uitsluiten van toeval. Dat weet ook de bedrijfsspion.