Wees alerter op een nieuwe energiecrisis

De malaise bij Shell en de hoge olieprijs zijn slechts voortekenen van een nieuwe, langdurige energiecrisis, menen Marcel Ros en Ronald Schilt.

In 1972 sloeg de Club van Rome alarm over de beperkte aanwezigheid en beschikbaarheid van fossiele brandstoffen. De toenemende hoeveelheid olie die in de jaren daarna werd gevonden, toonde het `ongelijk' van de club van Rome aan en de oproep verstomde. In het laatste rapport `Focus on energy' meldt het olieconcern BP dat we op basis van bewezen reserves de komende 40 jaar nog vooruit kunnen. Hierbij passen twee belangrijke kanttekeningen. Als gevolg van de toenemende vraag naar energie zal deze periode aanzienlijk korter zijn, en die vraag groeit sterk, met name in economisch snel expanderende grote landen zoals China en India. Deze trend zet zich de komende jaren voort. De tweede kanttekening is dat uit de cijfers blijkt dat de groei eruit is bij de bewezen olie- en gasreserves. Het afboeken van de reserves van Shell begin dit jaar en het ontbreken van zicht op herstel hiervan, is één van de voortekenen van een trendbreuk.

Op het International Energy Forum in Amsterdam in mei van dit jaar werd de OPEC opgeroepen de olieproductie te verhogen. Meer productie door de OPEC is nodig voor een herstel van de wereldeconomie. De verhoging is er gekomen, maar heeft niet het gewenste effect op de olieprijs gehad. Een verdere verhoging van de productie zal uiterst traag tot stand komen (inmiddels schommelen de prijzen zelfs ruim boven het niveau van vóór de productieverhoging). Een OPEC-minister zei op het Forum dat het niet alleen een kwestie is van uitbreiding van de productiecapaciteit, maar dat het in toenemende mate een schaarstevraagstuk geworden is waarvoor de ogen gesloten blijven. In het tumult van de onrust in het Midden-Oosten is zijn stem nauwelijks gehoord.

Verwacht wordt dat het aandeel fossiele brandstoffen vanuit het Midden-Oosten zal oplopen van 40 procent nu naar 60 procent in 2030. Daarbij komt dat de aanwezigheid van Amerikaanse troepen in het Midden-Oosten en de problemen in Israël een voedingsbodem zijn voor anti-Westerse gevoelens bij de molsimbevolking. In dit verband komen we nog steeds goed weg met de verdeeldheid die er binnen de OPEC bestaat.

Het mondiale verdrag van Kyoto om de uitstoot van CO2 te verminderen, zegt de gemiddelde burger niets. Een negatieve klimaatverandering als gevolg van te veel CO2-uitstoot is even abstract als ontastbaar. De gemiddelde burger, die geniet van de warme zomers, ervaart de klimaatverandering die tot uiting komt in een stijging van de temperatuur, onbewust als positief. Kyoto is voor die gemiddelde burger dood. Daarbij komt dat de Verenigde Staten door het niet ratificeren van het Kyoto-verdrag een volledig verkeerd signaal hebben afgegeven, alsof energieverbruik er voor het milieu niet toe doet! Een saillant terzijde hierbij is overigens dat volgens het Pentagon de klimaatverandering een bedreiging vormt voor de wereldvrede en de veiligheid. Toch krijgt `energie' niet de prioriteit op de politieke agenda die geboden is, noch ten aanzien van Kyoto, noch ten aanzien van de invloed op de economie, noch ten aanzien van onze onafhankelijkheid. Men lijkt de urgentie van het vraagstuk niet te zien. Het huidige nationale en Europese energiebeleid wordt te eenzijdig bepaald door het halen van de in 1997 vastgestelde doelstellingen van Kyoto. Een samenhangend en daadkrachtiger Europees beleid is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat `energie' tegen acceptabele voorwaarden beschikbaar blijft en dat energie niet de zwakste schakel wordt van onze economie en samenleving.

Het Europese beleid moet gericht zijn op het ontwikkelen van alternatieven en op de strategische benutting van de eigen olie- en aardgasvoorraden. Dit betekent ook dat het monitoren van de bewezen olievoorraden niet overgelaten moet worden aan de oliebedrijven en beurswaakhonden. Een van de vertrekpunten zou moeten zijn dat de afhankelijkheid van het Midden-Oosten niet verder mag toenemen. Maar dan moet de overheid wel zwaarder inzetten op een overgang naar een duurzame energievoorziening, waarbij desnoods kernenergie kan dienen als een economisch verantwoorde overgangsoptie van fossiele brandstoffen naar zo'n duurzame energievoorziening. Met deze eigen koers kan Europa haar burgers behoeden voor een energiecrisis en een leidende rol spelen voor andere werelddelen.

Marcel Ros en ing. Ronald Schilt zijn werkzaam bij DWA installatie- en energieadvies te Bodegraven.