Verborgen rijkdommen in een onbereikbaar museum

De Barnes Foundation, de grootste Amerikaanse privé-verzameling, wil haar kunst onderbrengen in een nieuw museumgebouw in Philadelphia. Het plan stuit op veel verzet.

Diep weggestopt in een lommerrijke buitenwijk van Philadelphia, achter een zwart ijzeren hek, ligt een sprookjesachtig landgoed. Wie met de auto komt, wordt verzocht zich tweemaal te identificeren voordat hij mag parkeren op het terreintje waarvoor hij dertig tot zestig dagen van te voren een reservering had moeten maken. Dames op hoge hakken worden binnengelaten ,,mits de hakken niet smaller zijn dan vijf centimeter'', luidt een van de huisregels. Schetsen is ten strengste verboden. En: ,,We behouden ons het recht voor om elke bezoeker te verwijderen wegens ongepast gedrag.''

Welkom bij de Barnes Foundation – een van de grootste en merkwaardigste privé-kunstcollecties van de Verenigde Staten. Niet alleen hangen hier genoeg naakten van Renoir om iemand voor altijd van Renoirs naakten te genezen, maar ook Matisse (60 werken), Cézanne (69) en Picasso (44) zijn rijkelijk vertegenwoordigd. De doeken hangen hutje mutje op elkaar, op het eerste gezicht zonder logica, zonder bijschriften, en omgeven door antieke scharen, scharnieren en kandelaars. Joie de Vivre (1906) van Matisse, dat miljoenen dollars waard is, hangt bijna onopgemerkt in het trappenhuis.

Het is allemaal precies naar de wens van de in 1872 geboren Albert C. Barnes M.D., een kinderloze medicus die zijn fortuin verdiende aan Argyrol, een middel tegen oogontsteking. Sinds zijn dood in 1951 is er niets aan de inrichting van het museum veranderd.

Deze situatie – een onbereikbaar museum gevuld met topstukken – is onhoudbaar geworden. De stichting kampt met geldgebrek, door financieel mismanagement en door het toegangsbeleid dat deels door Barnes zelf, deels door de gemeente is afgedwongen om een stormloop te voorkomen. Het bestuur van de Barnes Foundation wil de collectie verplaatsen naar een nieuw gebouw in het centrum van Philadelphia, zodat het kan functioneren als een modern museum.

,,Charitatieve instellingen die ons willen steunen, eisen dat onze collectie toegankelijker wordt'', zegt Kimberly Camp, de directeur van `de Barnes', zoals de collectie in de volksmond heet. ,,In een nieuw onderkomen zouden we drie à vier keer zoveel bezoekers kunnen verwelkomen.''

Drie stichtingen, waaronder de Annenberg Foundation, zijn bereid om in totaal 150 miljoen dollar te doneren voor een nieuw Barnes Museum, te bouwen op loopafstand van het Philadelphia Museum of Art en het Rodin Museum. Het zou een belangrijke impuls zijn voor het toerisme in deze armlastige stad.

De voorgenomen verhuizing, waarvoor een wijziging van Barnes' testament nodig is, stuit echter op hevig verzet. ,,De Barnes verhuizen is krankzinnig'', zegt een inwoner van Philadelphia die anoniem wil blijven. ,,Het is een elitaire collectie. Nou, en?'' Criticus Peter Schjeldahl schreef in The New Yorker: ,,Om ook maar een molecuul te veranderen aan een van de mooiste kunst-installaties die ik ooit heb gezien, zou niets minder zijn dan een esthetische misdaad.'' Volgens The Philadelphia Inquirer zou een nieuwe, grotere Barnes zielloos zijn, zoiets als `Lenins mausoleum'.

De affaire rond de Barnes Foundation, opgericht in 1922, wordt door twee zaken gecompliceerd. Het bestuur van de Barnes bestaat sinds eind jaren tachtig vooral uit Afro-Amerikaanse leden, en kritiek op hen is uitgelegd als racisme. Een overwegend niet-wit bestuur was de wil van de querulante Barnes, die in een arme wijk van Philadelphia opgroeide en zich afzette tegen het establishment, dat zijn vroege appreciatie van moderne Europese kunst niet deelde. Toen hij in de jaren twintig zijn eerste aanwinsten uit Parijs tentoonstelde, reageerde de pers afwijzend en het publiek geschokt. Een van de naakten uit zijn collectie, van de Franse schilder Gustave Courbet, stuit sommigen nog steeds tegen de borst vanwege het vrijwel onbelemmerde uitzicht op de vagina.

Ook met zijn alma mater, de ivy league University of Pennsylvania, was Barnes gebrouilleerd. Vandaar dat hij zijn collectie naliet aan Lincoln University, een van de oudste `negro colleges', dat echter geen ervaring had in kunstbeheer. Begin jaren negentig benoemde Lincoln zijn eerste afgezant, de flamboyante advocaat Richard Glanton, die de collectie op wilde stuwen in de vaart der volkeren, ongeacht het budget. Een deel van de collectie reisde rond, onder andere naar Parijs. Maar Glantons voornemen om vijftien kunstwerken te veilen om de kas te spekken leidde tot een rel, en zijn grenzeloze egocentrisme werd alom gelaakt. ,,Ik ben de Barnes'', zei hij op een gegeven moment. ,,Barnes was een enfant terrible en Glanton was een spectacular asshole'', zegt Aaron Goldblatt, museumontwerper te Philadelphia.

De andere complicatie is dat Barnes een fervent aanhanger was van John Dewey's pragmatische filosofie, die stelde dat kunst genoten moest worden om zijn uiterlijke kwaliteiten – stijl, kleur en compositie. Namen en data waren irrelevant. Om die reden plaatste Barnes zijn werken dwars door elkaar, alleen afgaand op formele overeenkomsten, bijvoorbeeld de hoogte van de horizon. In een van de 23 toonzalen plaatste Barnes onder twee voluptueuze naakten van Renoir zelfs twee stoelen met een breder dan normaal zitvlak.

Barnes meende dat met kunst niet gesold moest worden. Zijn angstbeeld: ,,Bezoekers die van kunstwerk naar kunstwerk schuifelen, uitroepend `Oh wat mooi!', terwijl hun kinderen over de parketvloer rollen'', zo schreef hij eens. Barnes, zelf een gefrustreerd kunstenaar, wilde zijn pragmatische esthetica actief uitdragen, vooral aan mensen die niet zo snel met kunst in aanraking kwamen. De Barnes is daarom in de eerste plaats een school, hoewel er maar een handvol studenten is, en de opleiding niet wordt erkend door andere academies. Een van de leraren, de 87-jarige Harry Sefarbi, geeft les sinds 1953. De (oud-)studenten, evenmin piepjong, en zelden niet-wit, vormen een kliek. Ook zij zijn fel tegen een verhuizing van de collectie. Zoiets druist volkomen in tegen het gedachtengoed van Barnes, menen de oud-studenten, die steeds te kennen geven dat de Barnes ,,hun leven heeft veranderd''.

Rondom de Barnes zijn de laatste weken tientallen bordjes verrezen met de tekst `De Barnes hoort in Merion', zoals de gemeente heet. Beschaafd protest, lijkt het, ware het niet dat de Barnes al jaren overhoop ligt met de buurtbewoners. Alle rechtszaken bij elkaar hebben volgens de Philadelphia Inquirer acht miljoen dollar gekost.

,,Omdat we kritiek hadden op de manier waarop de Barnes werd gerund, zijn wij uitgemaakt voor racisten'', zegt Walter Herman, een gepensioneerde hartchirurg die al 32 jaar in een riante villa woont recht tegenover de Barnes. ,,Dat vonden wij lasterlijke onzin, en de rechter heeft ons gelijk gegeven. Nu willen we dat de Barnes ons onze advocatenkosten terugbetaalt.'' Volgens Hermans compagnon, de advocaat Nicholas Tinari, een oud Barnes-student die de website Barnes Watch bijhoudt, kan de Barnes prima rondkomen als de stichting zich bij zijn educatieve missie houdt en het entreegeld wordt verhoogd van 5 tot 12,50 dollar, en enkele bezittingen uit de nalatenschap worden verkocht, zoals Barnes' buitenhuis.

De Afro-Amerikaanse directeur Kimberley Camp, die in 1998 aantrad, en door velen wordt geroemd wegens haar professionalisme, zegt dat de acties van de buurtbewoners haar ,,een beetje op de zenuwen beginnen te werken''. ,,In plaats van stomme borden te kopen en schadeclaims in te dienen kunnen ze het geld beter steken in de stichting.'' Het conflict komt binnenkort tot een climax, als de rechter een aanvraag behandelt die de Barnes heeft ingediend om het testament te wijzigen. Tijdens de zitting zal het tot vuurwerk komen tussen de oud-studenten, bestuursleden en de buurtbewoners. Als de aanvraag wordt goedgekeurd, duurt het nog minstens vijf jaar voordat er ergens iets wordt gebouwd.

Goldblatt ziet het somber in. ,,Als er niets gebeurt kwijnt de Barnes weg, en als hij verhuist, gaat het unieke karakter verloren'', zegt hij. ,,De Barnes gaat hoe dan ook ten onder.''

The Barnes Foundation, 300 North Latch's Lane, Merion, Philadelphia.

vr-zo 9.30-17 (in aug wo-vr 9.30-17). Vooraf reserveren www.barnesfoundation.org of tel. 31-1-610 667 0290.