Straf voor Al-Jazira

Op bevel van de voorlopige Iraakse regering heeft het Arabische televisienetwerk Al-Jazira eind vorige week zijn bureau in Bagdad voor een maand gesloten. Dit is de straf voor de manier waarop de zender sommige gebeurtenissen in dit land heeft weergegeven. Al-Jazira wordt ervan beschuldigd, misdadigers te hebben aangemoedigd, en te hebben aangezet tot haat en rassentegenstellingen. Eerder had de minister van Binnenlandse Zaken gezegd dat Arabische satellietzenders ontvoeringen aanmoedigen door beelden te tonen van gijzelaars die met de dood worden bedreigd. Al-Jazira mag weer gaan werken als het beterschap heeft beloofd.

Voorzover ik heb gezien, heeft dit nieuws nog geen protest in de Nederlandse media, bij beroepsverenigingen of in politieke kringen veroorzaakt. En het is waar: er gebeurt zoveel in dat land, en de rest van de wereld, en je kunt je niet in alles verdiepen. Maar toch, een buitenlandse zender die een maand niet mag werken, op gezag van een ongecontroleerd, voorlopig bewind, in een land dat officieel `bevrijd' wordt genoemd: dat vraagt om een nadere verklaring.

Gisteren heeft de Financial Times een brief afgedrukt van Simon Spanswick, directeur van The Association for International Broadcasting in Londen, een organisatie waarvan Al-Jazira lid is. Spanswick schrijft: Dit verbod ,,zal niet bijdragen tot het vestigen van een democratie in Irak, en evenmin zal het de vrije en eerlijke verslaggeving over dit land in het Midden-Oosten bevorderen. Er is geen geloofwaardig bewijs dat de zender misdadigers heeft aangemoedigd of heeft aangezet tot haat. (...) Al-Jazira, met een regelmatig kijkcijfer van meer dan 35 miljoen Arabieren, is het enige pan-Arabische televisiestation dat werkt volgens de internationaal aanvaarde code van ethiek, zonder vooroordeel, eerlijk en nauwkeurig.'' Door deze straf beschadigt de onervaren Iraakse regering haar eigen imago, ze hindert de nieuwsvoorziening en tast de eerste vrijheid aan: die van meningsuiting, besluit Spanswick.

Vandaag protesteert de New York Times in een hoofdartikel. ,,Onderdrukking van Al-Jazira's nieuwsvoorziening zal niet bijdragen tot het beteugelen van het geweld waardoor Irak nu zestien maanden wordt verscheurd. Maar het kan premier Allawi bevrijden van de last dat de hele wereld dit nu zo goed kan zien. Misschien voelt zijn regering zich nu ook minder belemmerd bij het schenden van mensenrechten en het uitoefenen van politieke vendetta's, in de naam van het herstel van recht en orde.'' De Times geeft toe: Al-Jazira's berichtgeving is behalve professioneel ook uitdagend en partijdig. Een wat kalmer aanpak zou soms geen kwaad kunnen. Maar wie een democratisch Midden-Oosten wil, moet de relatief geringe

tekortkomingen voor lief nemen. Door zijn onafhankelijkheid is Al-Jazira al vaak in moeilijkheden gekomen met autoritaire Arabische regiems, en ook met sommige autoriteiten in de omgeving van president Bush. Minister Rumsfeld bijvoorbeeld. Het conflict met voorlopig premier Allawi is het eerste niet. Actie tegen AlJazira werkt tegen de democratisering van de regio.

Overigens zou het niet rechtvaardig zijn, de breidel van de media in Irak uitsluitend op rekening van Allawi c.s. te schuiven. In deze krant van 15 juni worden de avonturen beschreven van Ismael Zayer, hoofdredacteur-uitgever van het dagblad De Nieuwe Morgen, waarvan de uitgave toen juist was gestaakt. Zayer heeft een Nederlands paspoort, is met de Nederlandse Anneke van Ammerooy getrouwd. Kort na de oprichting werd de krant al vlug een succes. Toen werden eerst de chauffeur en de lijfwacht van de hoofdredacteur ontvoerd en vermoord. Vervolgens werd per decreet van proconsul Paul Bremer de krant ingelijfd bij een soort staatsorganisatie die niet van kritiek op het Amerikaanse gezag houdt. ,,De Amerikanen hebben onze krant gekaapt'', zei Zayer. Van een vervolg op zijn avonturen in het Iraakse mediawezen is niets bekend.

We kunnen het ook nog hebben over het grootscheepse systeem van vergissingen en misleidingen die de grondslag en rechtvaardiging voor de oorlog hebben gegeven, en de bijbehorende mediacampagnes die in het bijzonder de grote meerderheid van de Amerikanen er destijds rijp voor hebben gemaakt. Maar hoezeer dit alles ook past in het `persbeleid' omtrent Irak, dat alles is alweer geschiedenis geworden. Het gaat erom, wat er nu in dit land gebeurt, en welke krachten en machten het in welke richting willen sturen. En daarover kan in deze chaos niemand nog met enige kans op zekerheid iets zeggen. Het enige dat voor Nederland op dit ogenblik vaststaat is, dat wij, met de Nederlandse militairen, in hoe geringe mate ook, daadwerkelijk aandeelhouder in de onderneming zijn. En omdat niets erop wijst dat de Nederlandse regering in de Irak-politiek met de Amerikaanse van mening verschilt, moreel volledig in de verantwoordelijkheid meedelen.

Daarom hebben we alle recht, en zal het ook goed zijn, als Den Haag in Bagdad en Washington laat weten dat beperking van de vrijheid van Al-Jazira principieel verkeerd is, en in de politieke context ter plaatse contraproductief.