Minder zloty's, minder olympische medailles

De tijd dat Poolse sporters zwommen in overheidsgeld is voorbij. Ook met de prestaties op de Olympische Spelen gaat het bergafwaarts sinds de val van het communisme.

In Barcelona won Polen nog negentien olympische medailles. In Atlanta waren het er twee minder. In Sydney vijf. En in Athene? Nóg minder?

Robert Malolepszy, sportverslaggever van de lokale krant Zycie Warszawy, is optimistisch. Volgens hem kan Polen dit jaar, in het beste geval, maar liefst dertig medailles winnen. ,,Maar mijn collega's lachen me uit'', zegt hij er meteen bij. Zij vrezen, net als de meeste Polen, dat dit de slechtste Olympische Spelen worden sinds de val van het communisme.

,,We hebben een stuk of tien sporters die niet in de topdrie zitten maar net daaronder'', zegt Malolepszy. ,,Die maken als het meezit een goede kans op een podiumplaats. Dertig medailles is misschien wat veel, maar in theorie moet het kunnen.''

Het Poolse Olympisch Comité waagt zich dit keer, anders dan in het verleden, in elk geval niet aan concrete voorspellingen over het aantal medailles. ,,We willen dat de dalende tendens stopt'', zegt woordvoerder Marek Skorupski. Hij zegt ook: ,,We willen niet onder de tien medailles komen.''

Wie vrijwel zeker op goud kan rekenen is snelwandelaar Robert Korzeniowski. Hij won tijdens de vorige Olympische Spelen in Sydney al goud op twee afstanden, de 20 en de 50 kilometer, en vier jaar daarvoor in Atlanta won hij ook een gouden medaille. Korzeniowski wil in Athene een punt achter zijn sportcarrière zetten. Hij wil nog een keer schitteren op de 50 kilometer, om zich daarna te wijden aan zijn schoenmerk in Polen. ,,Hij is extra gemotiveerd'', zegt Malolepszy. De atleet traint op een locatie tweehonderd kilometer buiten Athene, ver van alle drukte en van het olympisch dorp. Hij wil zich door niets of niemand laten afleiden. Contact met andere atleten schuwt hij.

Met het aangekondigde vertrek van Korzeniowski verliest Polen een van zijn beste sporters, zo niet de beste. De hoogtijdagen van de Poolse sport, in de jaren zeventig, lijken daarmee verder weg dan ooit. In die dagen zwommen atleten in overheidsgeld. Sport was in Polen, en in het hele Oostblok, een kwestie van internationaal prestige. Maar sinds 1989 heeft de overheid zich stilaan teruggetrokken. ,,Tien jaar geleden werd nog één procent van de begroting aan sport besteed'', zegt Malolepszy. ,,Nu is dat een fractie van een procent.''

Volgens het Olympisch Comité is het ,,irrationeel'' om hoge verwachtingen te koesteren gezien de budgettaire problemen van de huidige sociaaldemocratische regering. In 2001 was er 106 miljoen zloty (24 miljoen euro) beschikbaar voor de training van atleten, het jaar daarop nog maar 64 miljoen. Dit jaar is de situatie met 80 miljoen zloty weer iets beter. ,,Maar er moesten moeilijke beslissingen worden genomen'', zegt Skorupski. Voorheen konden zo'n negenhonderd atleten meedoen aan de voorselectie. Tegenwoordig is dat nog maar de helft.

De tegenvallende Poolse olympische prestaties hebben deels een statistische oorzaak: door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en Joegoslavië zijn er veel olympische deelnemers bijgekomen. Het is dringen aan de top. Maar belangrijker is het ontbreken van een gezonde clubcultuur in Polen. Onder het communisme hadden staatsbedrijven hun eigen sportclubs. Die bedrijven verkeren nu in moeilijkheden of zijn failliet. En er zijn onvoldoende commerciële sponsors voor in de plaats gekomen.

,,Warschau, onze hoofdstad, heeft welgeteld één redelijk moderne sporthal en daar is plaats voor maar vijfduizend man publiek'', zegt Malolepszy. ,,Legia Warschau, internationaal toch de bekendste Poolse club, voetbalt in een stadion van vóór de oorlog.'' Zonder clubs kan jong talent moeilijk gedijen, meent de sportverslaggever, die schat dat het nog zeker tien zal duren voordat de situatie verbetert.

Overigens heeft Polen wel duizenden zwembaden. ,,Het is verbazingwekkend dat dit maar één nieuw talent heeft opgeleverd'', zegt Malolepszy. Over dat talent, Otylia Jedrzejczak, zijn de verwachtingen hooggespannen. Zij brak twee jaar geleden het wereldrecord op de 200 meter vlinderslag en wordt in Polen al de `Malysz van het zomerseizoen' genoemd een knipoog naar Adam Malysz, de succesvolle skischansspringer.

Het ontbreken van goede sportfaciliteiten is ook niet zonder gevolgen gebleven voor de samenstelling van het 199 man sterke olympische team. De 136 mannen en 63 vrouwen nemen vrijwel allemaal deel aan individuele sporten. Vier jaar geleden was Polen nog vertegenwoordigd met drie teamsporten: mannenvolleybal, veldhockey en vrouwenbasketbal. Nu hebben alleen de volleyballers zich weten te kwalificeren. ,,Er is in Polen een duidelijke tendens naar individuele sporten'', zegt Skorupski van het Olympisch Comité.

Naast Korzeniowski verwachten de Polen ook veel van hun overige olympische kampioenen, zoals zeiler Mateusz Kusznierewicz en Kamila Skolimowska, die haar overwinning in het kogelslingeren zal verdedigen. Kusznierewicz heeft goede kansen en is in vorm – hij werd dit jaar Europees kampioen. Skolimowska zal het naar verwachting moeilijker krijgen: toen zij vier jaar geleden won was het kogelslingeren voor vrouwen een nieuwe discipline. Inmiddels is er veel concurrentie bijgekomen.

De Poolse verrassing van de Spelen wordt windsurfster Zofia Klepacka, verwacht Malolepszy. ,,Zij heeft laten zien dat ze kan winnen, maar is nog niet echt bekend. Zij gaat zonder last naar Athene, behoort niet tot de favorieten, maar is hongerig naar succes. Ze zou uit het niets zomaar iets kunnen klaarspelen, zoals Kusznierewicz vier jaar geleden deed.''

Dit is de vierde aflevering van een serie waarin per continent een land wordt belicht dat deelneemt aan de Spelen.