Macedonië: sluitstuk `Ohrid' drijft emoties op

Macedonië stevent af op een confrontatie. Het sluitstuk van het vredesakkoord van Ohrid tussen de Macedoniërs en de Albanese minderheid is een nieuwe etnische splijtzwam.

Macedonië lijkt te worden ingehaald door de geschiedenis: drie jaar nadat een korte oorlog tussen de Macedoniërs en hun grote Albanese minderheid werd bijgelegd in het akkoord van Ohrid, leidt het sluitstuk van dat akkoord, de decentralisatiewet, tot een drastische verslechtering van de etnische relaties. De afgelopen weken kwam het tot rellen en demonstraties en gisteren werd in de stad Struga het gebouw waarin de twee grootste politieke partijen kantoren hebben, in brand gestoken.

Het akkoord van Ohrid – de Macedoniërs opgelegd door de EU – voorzag in een belangrijke verbetering van de positie van de Albanezen. De uitvoering van het akkoord is een moeizame hordenloop geworden. Nu begint het erop te lijken dat de laatste en belangrijkste horde te hoog is.

De decentralisatiewet voorziet onder meer in een hertrekking van de gemeentegrenzen, met het doel de minderheden – voorop de Albanezen – lokaal meer zeggenschap te geven. De wet is een voorwaarde voor een eventueel lidmaatschap van NAVO en EU.

Het aantal gemeenten wordt verkleind van 123 tot 80. Per saldo verandert er ten aanzien van de etnische zeggenschap niet zo veel. Het gezaghebbende Institute for War & Peace Reporting becijferde in een analyse dat nu 91 procent van de Macedoniërs en 77 procent van de Albanezen leeft in een gemeente waarin ze de meerderheid vormen en dat die percentages na doorvoering van de decentralisatiewet 92 respectievelijk 70 procent worden.

Het neemt niet weg dat de opwinding in Macedonië groot is. De oppositionele nationalistische partij VMRO-DPNME wil voor 23 augustus 150.000 handtekeningen ophalen om een referendum over de wet af te dwingen. Dat referendum zal zeker succes hebben, want volgens peilingen is negentig procent van de Macedoniërs mordicus tegen de decentralisatiewet.

De VMRO heeft ook 160 amendementen op het wetsvoorstel ingediend. Omdat het parlement die niet op tijd kon behandelen zijn de lokale verkiezingen van 17 oktober alvast uitgesteld tot 21 november.

De meeste Macedoniërs zijn woedend over de wet, omdat die naar hun oordeel de etnische verdeling in `Macedonische' en `Albanese' gemeenten bestendigt en zelfs verdiept. Ze wijzen op de hoofdstad Skopje, waar de Albanezen nu 15 procent van de bevolking uitmaken. Dat maakt Skopje tot een `Macedonische' gemeente, waar de Albanezen niet het recht hebben in hun eigen taal met de overheid te communiceren. De decentralisatie trekt twee Albanese dorpen bij de gemeente, die vervolgens een Albanese minderheid van 21 procent telt. Omdat de grens van tweetaligheid op 20 procent ligt, zullen de Albanezen in Skopje in de toekomst hun eigen taal mogen gebruiken in de communicatie met de overheid. Eenzelfde situatie bestaat in de plaatsen Struga en Kicevo.

Voor de meeste Macedoniërs is de zaak glashelder: Macedonië wordt langs etnische lijnen opgedeeld, een voorbode van de toekomstige afscheiding van Albanese gebieden, die vervolgens opgaan in het Groot-Albanië waarnaar de Albanezen – volgens de Macedoniërs – streven. Zo, vinden de Macedoniërs, halen de `terroristen' die in 2001 een oorlog ontketenden, alsnog de zege binnen. Dat de internationale gemeenschap de decentralisatiewet eist en dat afwijzing van de wet grote gevolgen heeft zijn gegevens waaraan de Macedoniërs geen boodschap hebben. De VMRO, die haar kans ziet om weer aan de macht te komen, roert de populistische trom en speelt met groot succes in op de emoties van de Macedoniërs: zij staan urenlang in de regen in de rij om de petitie voor een referendum te tekenen – 90.000 handtekeningen zijn er al opgehaald –, werpen wegblokkades op en organiseren lokale referenda en demonstraties. De Albanezen van hun kant roepen dat nu pas duidelijk wordt dat de Macedoniërs nooit bereid zijn geweest het vredesakkoord van Ohrid daadwerkelijk uit te voeren.

De regering van de pas onlangs aangetreden premier Hari Kostov heeft het massale protest tegen de plannen ernstig onderschat en zit nu met een situatie die dreigt te escaleren. Ze heeft het allemaal niet handig gespeeld. De lokale referenda en de protesten zijn grotendeels genegeerd en anderhalve maand is over de details van de decentralisatiewet onderhandeld zonder tussentijds opening van zaken te geven, hetgeen de ongerustheid bij de Macedoniërs over wat men in Skopje bekokstoofde, tot een kookpunt heeft opgedreven.