`En zij vraten al het veldgewas'

Honderden sprinkhanenzwermen teisteren het noordwesten van Afrika. Ook Azië wordt bedreigd. Tijdig ingrijpen had een plaag kunnen voorkomen.

Het leest als de kroniek van een aangekondigde dood.

Oktober 2003. De kans is groot dat zich in Noord-Afrika sprinkhanenzwermen zullen ontwikkelen, meldt de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Bovennormale regenval en voldoende beschikbare vegetatie begunstigen hun groei. Kort daarop komt de FAO met een oproep om de broedplaatsen in het Atlas-gebergte van Algerije en Marokko met bestrijdingsmiddelen te besproeien maar de reactie is lauw.

Februari 2004. Het aantal broedsels in het Atlas-gebergte is extreem groot, waarschuwt de FAO. Er moet zo snel mogelijk worden ingegrepen. Financiële hulp voor zo'n actie blijft uit.

Eind april 2004. In het noordwesten van Afrika dreigt de ergste sprinkhanenramp in tien jaar, meldt de FAO. Bij voldoende regenval is er tegen het eind van het jaar sprake van een plaag. De landbouworganistie spreekt pas van een plaag als twee regio's tegelijkertijd over een groot gebied door sprinkhanen worden getroffen.

Begin augustus 2004. Honderden sprinkhanenzwermen teisteren ten minste tienAfrikaanse landen. Het ergste gevaar in Algerije, Tunesië, Libië en Tunesië lijkt bezworen. Maar Mauretanië is zwaar getroffen. Gambia heeft de noodtoestand uitgeroepen. De zwarte schaduw van de sprinkhanenwolken is ook al over Senegal, Mali en Niger getrokken en heeft inmiddels het midden van Tsjaad bereikt. Nog 400 kilometer en dan bereiken de zwermen de West-Soedanese regio Darfur die toch al door een humanitaire crisis wordt geplaagd.

Dan is het een kwestie van weken, zegt Clive Elliott, verantwoordelijk voor het anti-sprinkhanenprogramma van de FAO, of ze trekken de Rode Zee over naar het Arabische schiereiland, Iran, Pakistan en India. Zoals bij de laatste grote plaag tussen 1987 en 1989 die 28 landen trof en 300 miljoen dollar aan bestrijdingsoperaties kostte.

Vorige week sloegen de zwermen toe in Mauretanië. En het was zoals de bijbel in Exodus de achtste plaag van de Egyptenaren beschrijft: ,,Ze bedekten de gehele oppervlakte van het land, zodat het land er door verdonkerd werd en zij vraten al het veldgewas af en alle vruchten van de bomen (..), zodat er geen groen meer overbleef of veldgewas in het gehele land (..).'' Van de grasmat in het nationale voetbalstadion bleef geen spriet meer over. Auto's strandden massaal omdat de radiatoren door sprinkhanen waren verstopt.

Sprinkhanen zijn de meest destructieve insecten ter wereld. Normaal leven ze alleen, maar als er door gunstige weersomstandigheden ineens heel veel tegelijkertijd uit hun eitjes kruipen op een klein gebied vormen ze zwermen die zich gedragen als reusachtige vernietigingsmachines. Een zwerm bestaat uit een paar honderd miljoen tot maximaal veertig miljard insecten. Hij kan een gebied van honderden vierkante kilometers bedekken. Hij kan meer dan honderd kilometer per dag afleggen. Een zwerm van gemiddelde dichtheid weegt 3.000 kilo per hectare. Aan voedsel vreet hij dagelijks ten minste de helft van zijn gewicht.

Honderden van die zwermen hebben zich inmiddels over het noordwesten van Afrika verspreid. In vrijwel alle landen hebben ze kans gezien eitjes te leggen, op sommige plaatsen is sprake van bijna 100.000 larven per vierkante meter. Elke nieuwe generatie is twintig keer zo talrijk als de vorige.

De meeste getroffen Afrikaanse landen hebben niet de middelen om de sprinkhanen te bestrijden. Mauretanië heeft één vliegtuig dat voor sproeien kan worden ingezet maar het heeft er zeker vijftien nodig. Mali beschikt over 5.000 liter pesticiden. Dat zou ten minste twintig keer zoveel moeten zijn.

Er is onmiddellijk tussen 58 en 83 miljoen dollar nodig om de zwermen aan te pakken, heeft de FAO twee weken geleden al geschreeuwd. Intussen is er negen miljoen dollar binnen en tien miljoen dollar beloofd. Zo gaat het altijd, betreurt Clive Elliott van de FAO. Voor preventie is het lastig fondsen werven. Geld stroomt pas binnen als een ramp zich in zijn volheid openbaart. En dan meestal erg traag.

Als de sprinkhanen zijn verdwenen, blijven de keuterboertjes achter die volledig van de opbrengst van hun grond afhankelijk zijn. Wat ze in jaren hebben opgebouwd, is in een klap verdwenen. Ze kunnen de akkers alleen opnieuw bewerken als ze nieuw zaaigoed krijgen. Intussen moeten ze hun hand ophouden voor voedsel. Als die hulp uitblijft, verhongeren ze.

De president van Senegal, Abdoulaye Wade, heeft daarover vorige week een boze brief gestuurd aan de Westerse leiders Bush en Blair. ,,Waarom verklaren jullie niet de oorlog aan de sprinkhanen?'', schreef Wade. ,,Hun vermogen om mensenlevens te vernietigen is veel groter dan dat van het ergste conflict.''

Dankzij technische hulpmiddelen is het tegenwoordig mogelijk om een sprinkhanenplaag lang tevoren te zien aankomen. Die wetenschap heeft de huidige catastrofe in Afrika niet afgewend.