Eeuwig gratis varen tot de herfst

In de negentiende eeuw werden Brabantse dorpen van elkaar gescheiden door de aanleg van de Bergse Maas. Met gratis ponten garandeerde de staat dat het verkeer niet gehinderd werd. Maar nu moet er betaald worden.

Hemelsbreed liggen de dorpen dichtbij elkaar, Sprang-Capelle en Dussen, Waalwijk en Drongelen, Herpt en Bern. Maar een eeuw geleden zijn ze van elkaar vervreemd: toen werd de Bergse Maas gegraven, die de plaatsjes hardhandig van elkaar scheidde. Om de pijn te verzachten liet het rijk ponten varen. Gratis.

Daar komt nu een einde aan, althans voor automobilisten. Die moeten vanaf komende herfst betalen voor de overtocht. Dat leidde tot veel verontwaardiging bij bewoners (en ondernemers) in het Land van Heusden en Altena.

Ze hebben zich niet zo maar neergelegd bij de beslissing van Rijkswaterstaat, die in 2001 al aankondigde met deze tolheffingen te willen bezuinigen. Ze bundelden hun krachten in de Vereniging Bergsche Maasveren, kregen steun van de betrokken gemeentebesturen (Aalburg, Heusden, Waalwijk, Werkendam en Zaltbommel), de provincie Noord-Brabant en de ANWB, en procedeerden enige jaren tot het bittere einde – tot de Raad van State toe. Ze baseerden hun verzet op ,,een oude afspraak'' (een wet uit 1883) dat deze veren ,,altijd en eeuwig gratis'' zouden zijn.

Tot groot verdriet van de bewoners oordeelde de Raad van State vorige maand echter anders. In haar uitspraak schreef ze onder meer dat ,,in de wetsgeschiedenis van bovengenoemde wet [..] wordt gerept over gratis veren, maar dat dat niet in de wet is vastgelegd. [..] Gelet op voorgaande is er geen rechtens afdwingbare aanspraak op vrij veer.''

,,Nu zitten we met de gebakken peren'', zegt fruit- en champignonkweker J. Spuijbroek, voorzitter van de Vereniging Bergsche Maasveren. Het juridische traject is definitief voorbij, weet hij, ,,David heeft verloren van Goliath''. Misschien biedt de politiek nog hulp, en dan denkt hij aan het CDA. ,,We geven het nog niet helemaal op, ons bestuur beraadt zich deze week of er nog mogelijkheden zijn.''

Spuijbroek vertelt dat het invoeren van tol ,,hard aankomt'', met name in dorpen als Babyloniënbroek, Eethen, Meeuwen, Dussen en Drongelen. ,,Die liggen ver van een brug, hun vele bewoners met banden `aan de overkant' zijn min of meer veroordeeld tot het veer.''

Spuijbroek woont in Drongelen: mijdt hij voortaan de pont, ,,dan ligt Waalwijk opeens zeventien kilometer verder weg''. Zijn zoon werkt in Waalwijk, diens vriendin woont in Waalwijk. ,,Beiden zullen misschien een jaarkaart moeten kopen, willen ze elkaar geregeld blijven zien. Toch samen 600 euro! Een oude man hier moet óók vaak naar Waalwijk, naar zijn vrouw in het verzorgingstehuis. Hij is óók een sloot geld kwijt, een enkeltje kost één euro.''

Volgens Rijkswaterstaat (RWS) maken dagelijks circa 1.700 motervoertuigen gebruik van de drie veren. Die van Drongelen naar Waalwijk is het drukste (900), de rustigste pont Herpt-Bern vervoert zo'n 350 auto's. RWS schat dat het aantal reizigers door de tol met 30 à 40 procent zal verminderen, maar ,,na een gewenningsproces'' zal het ,,mogelijk weer op het huidige niveau komen''. De exploitatiekosten bedragen een miljoen euro per jaar. Het invoeren van de tariefheffing zorgt voor een ,,aanzienlijke besparing'', aldus RWS.

,,Daar geloof ik niks van'', zegt automobilist J. Peeters die geregeld van Herpt naar Bern vaart, deze snikhete middag op het pontje. ,,Als Rijkswaterstaat de klanten laat betalen, dan heeft ze ten minste twee à drie kaartjesverkopers nodig per veer, want die doen dienst van 's ochtends zeven tot 's avonds tien. Dat loopt in de papieren.''

Er komt helemaal geen extra personeel, werpt een van de schippers op de boot in Herpt tegen. ,,Rijkswaterstaat gaat met betaalautomaten werken. Maar of dat goedkoper is? Het vergt een hele grote investering. En wat denkt u van de vandalen? Die kunnen 's nachts ongehinderd toeslaan.''

Een recent onafhankelijk onderzoek van de Universiteit Wageningen heeft aangetoond dat wegens de tolheffing talloze auto's de Bergse Maasveren zullen mijden, en zullen kiezen voor een `onbetaalde' omweg. Personenauto's gaan daardoor jaarlijks 1,3 miljoen kilometers extra rijden, vrachtauto's bijna 60.000, aldus de onderzoekers. Dat betekent volgens hen dat de maatregelen van Rijkswaterstaat leiden tot ,,een fors maatschappelijk verlies''. Zij ontraden de Rijkswaterstaat geld te vragen voor de overtocht.

Rijkswaterstaat wil van álle veren af, zegt wethouder P. Groenestein van Heusden, de spreekbuis van de vijf bij de drie ponten betrokken gemeenten. Volgens Groenestein (,,ik blijf erbij: het rijk heeft zijn oude belofte geschonden door de vrije overtocht in te trekken'') wil `Den Haag' ze graag overdragen aan de gemeenten. ,,Rijkswaterstaat gaat nu tol rekenen voor de auto's, met in zijn achterhoofd de gedachte: op die manier kan de verkoopprijs omlaag'', vertelt de wethouder. ,,Wij zijn als gemeenten kritisch achterover gaan zitten. Leuk en aardig, maar wat kost het allemaal?''

Niemand wil de ponten exploiteren. ,,Misschien volgt er wel een privatisering'', denkt voorzitter Spuijbroek van de Vereniging Bergsche Maasveren. ,,Het gevaar bestaat dan dat de schepen op onrendabele uren stilliggen. Of erger nog: dat er twee van de drie verdwijnen.'' Hij moet er niet aan denken.

Aan het einde van het gesprek wil Spuijbroek ,,graag nog iets kwijt'' over de jaren tachtig van de negentiende eeuw, toen de historie van de drie ponten begon. ,,Voordat de Bergse Maas werd gegraven om de wateroverlast van Den Bosch te beperken'', vertelt hij, ,,deden de autoriteiten een onderzoek naar de vraag welk dorp aan het nieuwe water een brug zou krijgen. De keuze viel op Heusden, nadat verkeerstellingen uitwezen dat de weg van Heusden naar Aalburg de druktste was. De burgemeester van Heusden speelde daarbij een slimme rol: op de dagen van de tellingen stuurde hij veel extra mensen de straat op. Heusden mag hem dankbaar zijn. Daar hoeven ze niet te gaan betalen om het water over te komen. Wij wél.''