Columbus ligt niet in kathedraal Sevilla begraven

Aan een eeuwenlange ruzie over de verblijfplaats van het stoffelijk overschot van de ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus (1451?-1506) lijkt ten dele een einde gekomen. Zowel het Spaanse Sevilla als Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek en Havana (Cuba) claimden het predikaat `begraafplaats van Columbus'.

Wetenschappers in Sevilla hebben vastgesteld dat het lichaam dat in de kathedraal van die stad is begraven, niet dat van de ontdekkingsreiziger kan zijn. De botten die in de Santa Maria-kathedraal liggen zijn waarschijnlijk van Columbus' zoon Diego.

DNA-onderzoek moet nog plaatsvinden, maar de antropologen hebben na reconstructie van het skelet al moeten concluderen dat de botten van een jongere en kleinere man zijn en zeker niet van een zeeman. ,,Dit was een ongespierde man die rond zijn 45ste moet zijn gestorven'', aldus onderzoeker Marcial Castro op een persconferentie. Columbus stierf rond zijn zestigste.

Het mysterie van de verblijfplaats van het stoffelijk overschot van Columbus bestaat al eeuwen. Historici zijn het erover eens dat de ontdekkingsreiziger op 20 mei 1506 stierf en in een crypte in een kloosterkerk in Valladolid (Spanje) werd begraven.

Sommige biografen menen dat Columbus' zoon Diego zijn vader vervolgens liet overbrengen naar een klooster in Santa Maria de las Cuevas. De Amerikaanse historicus Jonathan Ericson, die ook onderzoek wil doen naar de botten van Columbus, meent dat de tweede begraafplaats van de wereldreiziger in Traina in Spanje was. De Encyclopedia Americana noemt Sevilla in Spanje.

Vervolgens zou Columbus door zijn nabestaanden ergens tussen 1537 en 1559 zijn overgebracht naar Santo Domingo, op zijn zelf ontdekte lievelingseiland Hispaniola, tegenwoordig de Dominicaanse Republiek en Haïti.

Toen de Fransen in 1795 het eiland bezetten, zouden de Spanjaarden, die de botten van Columbus als nationaal erfgoed beschouwen, het graf hebben opengemaakt en Columbus' botten hebben overgebracht naar de kathedraal van Havana. Toen Cuba in 1898 onafhankelijk werd, werd de kist mee teruggenomen naar Spanje, waar de ontdekkingsreiziger in Sevilla zou zijn herbegraven. Cuba zegt echter dat de botten van de Genueese koopman nog steeds in Havana liggen.

Alleen zeggen de Dominicanen dat bij opgravingen in 1877 in de kathedraal van Santo Domingo een kistje met de tekst `De ontdekker van Amerika' en de initialen CCA (Christoffel Columbus, admiraal) werd gevonden. Zij denken dat de Spanjaarden destijds de verkeerde kist hebben meegenomen.

De Spaanse onderzoekers willen nu toestemming krijgen om de kist in Santo Domingo te openen. Dit skelet zou zijn van iemand die veel fysiek werk heeft verricht. ,,Ik ben ervan overtuigd dat Christoffel Columbus in de Dominicaanse Republiek ligt'', zo zei onderzoeker Castro.