Bloedige stadsoorlog

Als de Amerikaanse bezettingsmacht in Bagdad de Iraakse interim-regering nog enig gezag en legitimiteit wil verlenen, doet ze er goed aan rekening te houden met verzoeken van Iraakse politieke leiders. Vanmorgen riep vice-president Ibrahim Jaafari, leider van een grote sji'itische partij, de Amerikaanse troepen op de heilige sji'itische stad Najaf te verlaten, zodat met behulp van Iraakse troepen aan een vreedzame oplossing kan worden gewerkt, Maar binnen de interim-regering lijken de meningen hierover verdeeld. De radicale sji'itische leider Muqtada Al-Sadr is in Najaf opnieuw in de aanval gegaan en Amerikaanse troepen proberen hem te grijpen zonder de belangrijke sji'itische heiligdommen waarin hij verblijft, te beschadigen. Dat zou op zich al een militair kunststukje zijn en de vraag is of de strijd en eventuele arrestatie van Al-Sadr enige uitweg bieden uit de chaos in het land.

Het is van belang om Al-Sadr in bedwang te houden, want hij vertegenwoordigt bij lange na niet alle sji'ieten en hij is niet bepaald een figuur die de democratie in Irak wil bevorderen. Maar de strijd maakt hem sterker, mede doordat in een stadsoorlog ook onschuldige burgers vallen en ook elders in het zuiden en in de shi'itische wijken van Bagdad zijn gevechten uitgebroken. Als Al-Sadr wordt gepakt, zullen in zijn plaats andere leiders opstaan. Met slechts 140.000 Amerikanen, gesteund door 20.000 manschappen van andere buitenlandse troepen, is de totale bezettingsmacht te klein om alle vijandige burgers onder controle te houden in naam van de interim-regering die de verkiezingen van 2005 moet voorbereiden. Onderhandelingen en compromissen verdienen dan de voorkeur.

Van overal komt verzet, vooral in de soenitische driehoek rond Fallujah en in grote sji'itische gedeelten. Bomaanslagen, sabotages, hinderlagen en gijzelingen van buitenlandse militairen, hulpverleners en samenwerkende Irakezen worden niet op touw gezet door een handjevol extremisten, maar genieten steun in de bevolking. Op één punt vindt de kritiek van Al-Sadr veel weerklank: hij kan met zijn lokale kennis en achterban beter dan de buitenlandse troepen bomaanslagen en terreur voorkomen. Veel milities worden geboren uit zelfverdediging als een vorm van eigenrichting omdat het officiële gezag de orde niet kan handhaven. Veel Irakezen dekken zich in met een dubbele loyaliteit. Mensen die 's avonds meedoen aan het verzet hebben overdag een bijbaantje bij de nieuwe Iraakse politie en legermacht die de vele gewapende milities rustig hun gang laten gaan en zo nu en dan zelfs helpen.

Een democratisch Irak is het doel en de Amerikaanse regering moet niet proberen een pudding aan de muur te spijkeren. Het is al een hele prestatie als er na vertrek van de buitenlandse troepen geen burgeroorlog ontstaat, waarbij een van de drie grote bevolkingsgroepen naar de macht grijpt. Ook sji'ieten die meer democratisch gezind zijn dan Al-Sadr, zijn anti-Amerikaans, zodat Irak na de regeringsovergang wel eens niet dat strategische pro-westerse bruggenhoofd in het Midden-Oosten zou kunnen worden dat de Amerikanen oorspronkelijk wensten. Het zou de Amerikaanse regering passen om haar ambities in Irak aan te passen aan de mogelijkheden.