Afstandelijk en onverzettelijk glas

De toren reikt bijna tot het dak. Drie verdiepingen van glas. Platen van zo'n anderhalve meter lengte met scherpe punten op de hoeken, geplaatst in een stervorm. Er staan vingerafdrukken in de stoflaag. Dit is geen ijl luchtkasteel maar een constructie van eerlijk bouwmateriaal, net zo solide als de loden kogels die balanceren op de horizontale tussenlagen. Zo heeft de maker Jan Hein van Stiphout het ook bedoeld. Het werk dat hij maakte voor de tentoonstelling Glas04 is een ode aan de neogotische architect Pierre Cuypers (1827-1921), bekend van het Rijksmuseum en Amsterdam CS, en voormalig eigenaar van het pand waar het Stedelijk Museum Roermond in is gehuisvest.

In Cuypers' tijd was glas vooral een gebruiksvoorwerp, goed voor drinkglazen, borden of de gebrandschilderde ramen van stadsgenoot Joep Nicolas. Maar het vervagen van de grens tussen vormgeving en beeldende kunst heeft in het glas bijzonder sterk doorgezet. In Roermond was men zich daar vroeg van bewust. Al in 1988 werd daar onder de titel Vormen in Glas' hedendaags glaswerk getoond dat zich ontworstelt aan ambachtelijke functionaliteit. Vijf tentoonstellingen later wordt de oude tweedeling tussen toegepaste en autonome kunst definitief ingeruild voor een andere. Van Ruimtelijkheid tot Intimiteit luidt de ondertitel van Glas04.

Die tegenstelling duidt op een verschil in schaal maar ook in beleving. Niet alleen de monumentale afmetingen van Van Stiphouts werk nopen tot een bewonderen op afstand. Het is ook de mathematische rangschikking van de glasplaten, de architectonische stapeling van het materiaal, die het glas afstandelijk, hard en onverzettelijk maken. De toren is de absolute tegenhanger van het werk van Bernard Heesen dat iets verderop staat opgesteld. Zijn reusachtige kelken, soepterrines en Mariakronen van blauw glas wemelen van de barokke tierelantijntjes. De vormen zijn wellustig rond en sensueel. Ze vragen er bijna om betast en gestreeld te worden.

Toch weet Glas04 zich niet helemaal te onttrekken aan de oude tweedeling. De schalen van Helly Oestreicher lonken naar de natuurlijke vormen van het bos maar zijn onmiskenbaar toegepaste kunst. De vorm is hier decoratie. Dat geldt nog sterker voor de staande lampen met glazen vlammen van Albert Geertjes. Het is meubilair en op het kitscherige af. Veel beter is zijn van binnenuit verlichte melkfles met craquelé-motief. Een riempje om de buik van de fles geeft de suggestie van spanning en breekbaarheid.

Maar er is ook glaswerk dat te nadrukkelijk Hogere Kunst wil zijn. Udo Zembok refereert in zijn drie versies van Hommage à Rothko aan de schilderkunst, moeder aller autonome kunstvormen. De gegolfde brokken glas met vlakken en een enkele streep lijken inderdaad op Rothko's suprematistische meesterwerken. Maar ze zijn ook saai en fantasieloos. Veel spannender is het monochroom groene blok van Durk Valkema. Door de geslepen kromming en het contrast tussen gladde voor- en ruwe achterkant ontstaat een spel van steeds verschuivende lijnen.

Maar het meest verrassende is de bijdrage van Simsa Cho. Haar Healing Boy is een mannetje met vooruit gestoken, stompe armen en benen. De vorm houdt het tussen cartoonesk deegpoppetje, vormgevingsgadget uit de stal van Alessi en de mollige Venus van Willendorf. Op zijn platte rug kan je zitten of staan. Op de schouder binden als een West-Afrikaans vruchtbaarheidsbeeldje kan ook. Volgens de maakster is het glas een goede geleider voor stemmen, hartslag en andere vibraties uit de omgeving waardoor het figuurtje dienst doet als een soort spirituele versterker. Op die manier is Healing Boy een talisman, gebruiksvoorwerp en symbool tegelijkertijd.

Tentoonstelling: Glas04 - Van Ruimtelijkheid tot Intimiteit. T/m 10 oktober in Stedelijk Museum Roermond, Andersonweg 4, Roermond. Di t/m vr 11-17u, za en zo 14-17u. Inl: 0475-333496