Wie zijn `wij' in hedendaags Europa

Er zijn maar weinig mensen die bij het woord `Europa' nog iets voelen, iets anders dan verveling. Europa dat is nieuwe lidstaten, wel of geen Turkije, regelgeving, beschermde streekproducten, landbouwsubsidies, raden en parlementen vol onbekenden op wie we lusteloos stemmen. Wanneer voelt iemand zich nog Europees? Wat betekent Europese cultuur eigenlijk nog, is er nog wel zoiets?

In 1956 stuurde de directeur van het Hongaars Persagentschap tijdens de Russische inval in Boedapest een wanhopig telexbericht de wereld in: ,,Wij gaan sterven voor Hongarije en Europa.'' Milan Kundera citeert hem in zijn schitterende stuk De tragedie van Midden-Europa in het aan Europa – maar met een vraagteken erachter – gewijde nummer van Nexus. Kundera vraagt zich af wat dat `Europa' van de directeur van het persagentschap betekent. Voor hem bijna alles wat het leven de moeite waard maakt, concludeert de schrijver. Een rijke culturele wereld. Voor West-Europeanen bijna niets. De Midden-Europese wereld verdween na de oorlog en wat eens een centrum was van Europese beschaving, werd een verzameling bezette kleine landen waar niemand zich druk over maakte. Hoe kan dat, wil Kundera weten. Zijn antwoord noemt hij zelf `eenvoudig', maar bitter is het ook: ,,Europa heeft de verdwijning van zijn culturele thuis niet opgemerkt omdat Europa zijn eenheid niet langer beschouwt als een culturele eenheid.''

Geen van de schrijvers in Nexus is opgewekt over Europa. Er staan stukken in van Valéry, uit 1919, 1925 en 1932. Wat hij eerst vreesde werd later bewaarheid, dat de moderne verscheidenheid verwordt tot een ordeloze chaos. Thomas Mann is in 1938, niet verwonderlijk, al evenmin erg optimistisch.

Het is interessant om te zien hoe ook de taal die Valéry en Mann spreken verdwenen is. De essayisten van wie naoorlogse bijdragen zijn opgenomen, Klaus Mann, Sandor Márai, Vaclav Havel en Kundera, spreken niet meer in grote woorden en idealen. Zij kijken nauwkeuriger, illusielozer. Er is iets kapot wat niet meer terug komt. Valéry schrijft in 1925, en het verbaast je dat het toen ook al gold: ,,De zichtbare vrije tijd bestaat nog (...) Wat ik beweer is dat de innerlijke vrije tijd verloren gaat. We verliezen die onontbeerlijke harmonie in het diepst van onszelf, die uiterst waardevolle momenten van een afwezigheid waarin de teerste elementen worden opgefrist en versterkt.''

Ach, `we' dat blijft een moeilijk woord. Maar `we' zijn wel zeker niet meer de `we' die we waren, de `we' van die Europese cultuur en dat beschavingsideaal.

Tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap organiseert het Nexus Instituut conferenties over het vraagstuk: ,,Wat is de betekenis en de relevantie van het Europese beschavingsideaal en zijn waarden voor hedendaagse ontwikkelingen en vraagstukken?'' Moeilijke vragen. Maar dit nummer brengt de gedachten in ieder geval alvast op gang.

Nexus, nr. 38, 2004. Uitg. Nexus Instituut. Inl. 013-4663 450. Prijs €19,50