Vertrekpremie

Het is bijna een wetmatigheid: westerse landen die zich dankzij een ruim, humanitair toelatingsbeleid ontwikkelden tot favoriete eindbestemming voor vluchtelingen van uiteenlopende aard en herkomst, zijn verzadigd geraakt en pionieren nu met maatregelen om vluchtelingen zoveel mogelijk te weren. De voorheen zo gastvrije landen Nederland en Duitsland zijn toonaangevend geworden met hun premies voor vrijwillige terugkeer van uitgeprocedeerde vluchtelingen. Op de lange duur groeit het aantal dat daarvan gebruik maakt. Vorige maand vertrok een recordaantal van 353 uitgeprocedeerden vrijwillig uit Nederland naar hun land van herkomst.

Een bonus van (afhankelijk van het type asielzoeker) 225 euro tot maximaal 2.320 euro per persoon voor vrijwillig vertrek heeft grote voordelen. Met een bedrag in de hand kan een vluchteling de mensen die hij heeft achtergelaten weer onder ogen komen in veilige landen als Angola of voormalig Joegoslavië. Hij heeft niet alleen maar tijd en geld verloren op zijn smokkelreis. Met harde euro's kan hij in het terugkeerland een nieuw bestaan opbouwen. Door een relatief bescheiden bedrag ontgaat de overheid de martelgang van verwijderingen uit woonhuizen, uitzetcentra, langdurige overreding, onderhandelingen met onwillige ambassades van terugkeerlanden over niet kloppende persoonsgegevens, mogelijke hongerstakingen, tegenwerkende burgemeesters en soms geboeid vervoer per chartervliegtuig. Vergeleken daarbij is een premie humanitair en goedkoop. Dat geldt voor alle opvanglanden. De Internationale Organisatie voor MIgratie stelt het als voorbeeld.

Toch is de premie geen volwaardig alternatief voor gedwongen uitzettingen. De meeste vluchtelingen maken geen gebruik van de mooie vertrekregeling en wachten af tot het niet anders kan. Hier en daar kan de asielprocedure misschien worden verbeterd, maar dwang blijft het sluitstuk van een geloofwaardig vluchtelingenbeleid, vindt ook de Internationale Organisatie voor Migratie. Veel uitgeprocedeerden vertrekken alleen als ze weten dat er geen enkele mogelijkheid is om in Nederland te blijven. Als een groot aantal volhouders ondanks afwijzing alsnog wordt gepardonneerd, wijzen ze daarmee de weg aan anderen om af te wachten. En er is geen enkele garantie dat degene die de terugkeerpremie heeft opgestreken, niet later alsnog hierheen komt. Voorkomen moet worden dat de premie op grote schaal weer terecht komt bij mensensmokkelaars.

Feit is wel dat Nederland geen favoriete bestemming meer is. Het aantal asielzoekers is sinds de invoering van de Vreemdelingenwet in 2000 gestaag gedaald en andere Europese landen willen het Nederlandse voorbeeld volgen. De tijd dat leegstaande kloosters en vakantieparken moesten worden opgeëist voor de opvang van tienduizenden uit de hele wereld aangespoelde nieuwkomers, is voorbij. De eerste helft van dit jaar hoefden er slechts 2.889 asielzoekers in opvangcentra te worden toegelaten en dat was weer 35 procent minder dan een jaar eerder. Ook internationaal is om politieke redenen en wegens de economische recessie in het westen het aantal vluchtelingen onder de hoede van het Hoge Commissariaat gedaald van 21 tot 17 miljoen, waarvan 1,1 miljoen procederende asielzoekers. De wereldsituatie kan net zo goed omslaan, waardoor het aantal vluchtelingen weer kan groeien. Strenge maatregelen van andere landen kunnen Nederland weer aantrekkelijker maken. Nederland streeft daarom naar meer Europese samenwerking op dit terrein. Als regeringen van elkaars voorbeelden leren, kunnen ze hun beleid van dwang en vrijwilligheid ook bundelen.