Slappe scripts verpesten de couleur locale

Het niveau van de films in de competitie van het festival in Locarno is dit jaar niet erg hoog. Bij veel van de vertoonde films zit het scenario in de weg.

Iemand heeft ooit eens uitgezocht dat er elke dag wel ergens een filmfestival begint. Om daar enige structuur in aan te brengen bepaalt een overkoepelende associatie wie zich een A-festival mag noemen. In dat geval gelden er strenge richtlijnen. Het hebben van een internationale competitie, met films die niet al elders op andere (A)-festivals zijn vertoond, is de belangrijkste eis. Locarno is zo'n A-festival en wordt vaak in één adem genoemd met de grote vier (maar wel altijd als laatste): Cannes, Berlijn, Venetië en Rotterdam.

De concurrentie tussen de filmfestivals is groot. Cannes is net geweest en heeft al talloze Europese premières weggekaapt. En veel producenten en regisseurs wachten met de premières van hun films liever op het festival van Venetië, dat vlak na Locarno begint. Het is dit jaar te merken aan de vertoonde films in de competitie. Het artistieke niveau ligt tot nu toe niet erg hoog. In de wandelgangen gonst het van de namen van films die eerst in Locarno zouden draaien, maar uiteindelijk in Venetië zullen belanden. De ironie wil dat daar nu Marco Müller de scepter zwaait, oud-directeur van het filmfestival van Locarno (en Rotterdam), bekend om zijn liefde voor de artistieke film. Zal Müller zijn oude bazen een hak hebben gezet? Hij is indertijd immers met ruzie vertrokken.

Een aantal films in de competitie is tot stand gekomen met geld van het Hubert Bals Fonds van het International Film Festival Rotterdam (IFFR). Dat fonds steunt met name films uit ontwikkelingslanden en Oost-Europa. Zou de oprichter van het IFFR kunnen lachen om het feit dat hij als Hubert Balls op de begin- en aftiteling staat van Serik Aprymovs Okhotnik (`The Hunter'), of zal hij zich omdraaien in zijn graf? Hij hoeft zich in ieder geval niet te schamen dat uit zijn naam een financiële bijdrage is geleverd. De Kazachstaanse regisseur heeft een groot beeldend vermogen, al helpt de setting in het desolate berglandschap van Kazachstan natuurlijk wel. Even origineel als geestig is de scène waarin een jager de liefde bedrijft op zijn galopperende paard – de verschillende posities zouden een verrijking zijn van de Kamasutra. Maar het script, over een jager en zijn leerling, heeft de eenvoud van een fabel.

Er zijn in Locarno veel films te zien waarvan het script in de weg zit. Het scenario van het Zuid-Afrikaanse Forgiveness bijvoorbeeld, ook gefinancierd door het Hubert Bals Fonds, is zo slecht dat je je bijna afvraagt of echt niemand het gelezen heeft in Rotterdam. Het doet terugverlangen naar de puurheid van de travelogues uit het begin van de twintigste eeuw: wat is er mis met het simpelweg laten zien van onbekende landschappen, plaatsen en folklores?

De verwachtingen van velen waren hooggespannen bij de Vietnamese debuutfilm Gardien de buffles (`Buffalo Boy'), die dan ook is aangekocht door een Nederlandse distributeur. Maar ook hier weer wordt een schitterende couleur locale verpest door een slap scenario dat eigenlijk drie verhalen wil vertellen, zodat de film voor je gevoel steeds opnieuw begint. En de allesverklarende voice over is een doodzonde, die had er gemakkelijk uit gekund. Durft geen enkele producent dat meer tegen een debutant te zeggen? Het wachten is op de eerste film die zowel visueel als inhoudelijk iets te vertellen heeft.