Nog geen vredesmacht naar Darfur

De Afrikaanse Unie heeft een beslissing over het sturen van een vredesmacht naar de west-Soedanese regio Darfur gisteren uitgesteld nadat Soedan bezwaar had gemaakt.

De Nederlander Pieter Feith die namens de buitenlandcoördinator van de Europese Unie, Javier Solana, poolshoogte is gaan nemen in Darfur, verklaarde gisteren bij terugkeer in Brussel dat moordpartijen op grote schaal voorkomen maar dat er geen sprake van genocide is.

De Afrikaanse Unie zei vanmorgen dat de organisatie meer tijd nodig heeft om het eens te worden over de omvang van een eventuele vredesmissie en haar mandaat. De Unie heeft al zo'n honderd militaire waarnemers in het gebied en wilde nog eens 300 militairen naar Darfur sturen om die waarnemers te beschermen. Vorige week maakte de organisatie opeens bekend dat ze veel meer militairen naar Soedan wilde zenden, tussen de 1.600 en 2.000, die ook op de veiligheid van burgers zouden kunnen toezien. Nigeria en Rwanda zouden ieder 1.000 militairen voor zo'n missie hebben aangeboden en de eersten zouden eind deze week al kunnen arriveren. Maar Soedan heeft onoverkomelijke bezwaren tegen de komst van zo'n grote vredesmacht met ruime bevoegdheden. En de Rwandese minister van Buitenlandse Zaken zegt niks te weten van een verzoek van de Afrikaanse Unie om Rwandese militairen voor een Afrikaanse vredesmacht.

Een onderzoeksmissie van de Europese Unie heeft vastgesteld dat er in Darfur geen sprake van genocide is. Daarmee gaat ze in tegen het oordeel van het Amerikaanse Congres en de Senaat die vorige maand wel van genocide spraken. Volgens de leider van de missie, de Nederlandse Pieter Feith, vinden er in Darfur wel wijdverbreid moorden plaats en worden er ook nog steeds op tamelijke grote schaal dorpen in brand gestoken. Hij sprak zijn twijfel uit over de politieke wil van de Soedanese regering om de bevolking te beschermen.

Andere onderzoekers stelden eerder vast dat de Soedanese regering bij het onderdrukken van de anderhalf jaar oude opstand in Darfur gebruik maakt van Arabische milities, die worden gesteund door het regeringsleger. De milities zouden al 30.000 tot 50.000 mensen hebben gedood en 1,2 miljoen mensen op de vlucht hebben gejaagd. De Soedanese minister van Buitenlandse Zaken Mustafa Osman Ismail zei gisteren dat het aantal slachtoffers wordt overdreven en dat het werkelijk aantal doden niet hoger ligt dan 5.000. Hij beschuldigde het Westen en Israël ervan dat ze erop uit zijn om het imago van Soedan te bezoedelen.

De Zuid-Soedanese rebellenbeweging SPLA is bereid vijfduizend man te sturen naar Darfur om de Arabische militie Janjaweed te helpen ontwapenen. Woordvoerder Samson Kwaje zei vanmorgen tegen onze correspondent in Nairobi dat de SPLA zou moeten samenwerken met een vredesmacht van de Afrikaanse Unie én met de regering.

De SPLA sloot na twee jaar onderhandelen in mei een vredesakkoord met de Soedanese regering. De Soedanese vice-president Ali Osman Taha zei gisteren in een gesprek met het BBC-programma Hard Talk dat het vredesverdrag in het zuiden gevaar loopt als gevolg van de grote internationale druk op de regering wegens Darfur.