Iraakse equipe kan in Athene alleen maar winnen

Het nieuwe Irak is weer liefdevol opgenomen in de olympische familie. Gisteren arriveerde de equipe uit het Midden-Oosten in Athene.

Hij moest de Amerikaanse cameraploegen als vliegen van zich afslaan. Maurice Watkins deed het niet. Waarom zou hij? ,,Iraq is back!'', luidde de opgewekte boodschap van de geblokte Texaan, en iedereen mocht het horen. En wie twijfelde of hem niet goed had verstaan, die moest het opschrift op zijn T-shirt maar bestuderen: Iraq is back!

Het was zo'n dag van vrolijke noten, een dag waarop bijna tot vervelens toe een ode werd gebracht aan het aloude olympische gedachtegoed (solidariteit, broederschap, eenheid) – en de symboliek ontging niemand. Het nieuwe, democratische Irak presenteerde zichzelf in Athene ten overstaan van de olympische familie. Met aan tafel onder meer een stralende Amerikaan, die door Iraks chef de mission liefdevol werd geïntroduceerd als ,,onze Iraakse Texaan aan wie wij veel te danken hebben''.

Watkins (47) vertrok een jaar geleden naar het `bevrijde' Irak om, net als zijn vader, insecten onschadelijk te maken. Dat was zijn beroep, vandaar zijn bijnaam: Termite. Het duurde echter niet lang of Britse militairen kregen lucht van Watkins' roemrijke boksverleden (59 zeges in 67 profgevechten). Hij, de oud-vuistvechter die ooit in het voorprogramma stond van bokslegende Muhammad Ali, was de aangewezen man om het Irakese boksen te reanimeren.

Watkins ging in op het verzoek, liet de insecten voor wat ze waren en selecteerde vorig najaar 's lands 24 beste boksers. Niet de miserabele trainingsomstandigheden troffen hem, maar de doffe blik in de ogen van zijn pupillen. ,,Geen greintje plezier, geen greintje bezieling'', vertelde Watkins gisteren voor het oog van de Amerikaanse tv-camera's. ,,Deze jongens waren bang en verbitterd. Niet plezier, maar angst was hun drijfveer.''

Dat was de tol van de dictatuur. Van keiharde onderdrukking door een regime waar de zoon van dictator Saddam Hussein, Uday Hussein, een waar schrikbewind voerde als voorzitter van het olympisch comité van Irak. Sporters die niet presteerden in de ogen van de vorig jaar omgebrachte playboy konden rekenen op een lijfstraf. Geen wonder dat de leden van Watkins' selectie een getraumatiseerde indruk maakten.

Maar dat was toen. Het heden is een ander, en vooral een vrolijker verhaal. Rechts van hem zat immers Najah Salah Ali, een 24-jarige bokser van drie turven hoog (1 meter 50) maar met de branie van een opgeschoten tiener. Ook Iraks enige bokser in Athene, toegelaten met een wildcard, sprak gisteren politiek correcte taal, die de Amerikaanse media gretig registreerden: ,,Ik ben hier om de eer van mijn vaderland te verdedigen. Irak is na zoveel jaren eindelijk weer vrij, en dat wil ik hier graag laten zien. Iraq is back!''

Met dank aan de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en, niet te vergeten, mister Watkins. Want die bleef, ook toen het geweld oplaaide na de ontzetting van Irak en Watkins de ene na de andere doodsbedreiging ontving. Afgelopen voorjaar vertrokken coach en pupil dan toch. Niet zozeer op de vlucht voor het geweld, alswel met de bedoeling Najah optimaal voor te bereiden op zijn olympisch debuut.

Onderdak vonden ze in Londen, waar de Engelsen hen met open armen ontvingen. Het grootste deel van de kosten kwam voor rekening van het IOC, dat in zulke gevallen put uit het eigen solidariteitsfonds. Dat overkwam ook de rest van de olympische equipe van Irak, die naast Najah bestaat uit twee atleten, een judoka, een gewichtheffer, een taekwondoka, een zwemmer en achttien voetballers.

Met een escorte van de Australische luchtmacht steeg de 46 leden tellende olympische ploeg (25 sporters, 21 officials) zondag op in het nog altijd onrustige Bagdad, om niet veel later te landen in de Jordaanse hoofdstad Amman. Vandaar begon de reis naar Athene, alwaar de equipe gisteren een warm onthaal wachtte en de chef de mission, Tiros Odisho Anwaya, de media opriep zijn afvaardiging vooral vriendelijk te bejegenen. ,,Irak is gebaat bij positief nieuws, negatief nieuws hebben we thuis al voldoende.''

Irak ligt nog altijd grotendeels in puin, en dus ook de sportinfrastructuur. Maar Ahmed Abdul Assamarai is geen man die zich snel uit het veld laat slaan. Vorige maand overleefde de voorzitter van het nieuwe (want heropgerichte) nationaal olympisch comité in Bagdad een aanslag op zijn leven. ,,We komen van Ground Zero, nu zijn we al hier in Athene.''

De verwijzing naar het inferno in New York was geen gelukkige, maar niemand die het Assamarai kwalijk nam. Hij verkondigde immers de sleetse boodschap die de olympische familie zo graag hoort: sport verbroedert. ,,We zijn hier, en dat is al heel wat. We hebben hier niets te verliezen, we kunnen alleen maar winnen.''

Tien keer eerder nam Irak deel aan de Olympische Spelen, maar op de conduitestaat van de Arabische natie prijkt slechts één medaille. Dat was een bronzen, in 1960 behaald in Rome, door gewichtheffer Esmail Elm Khah in de klasse tot 62 kilo. Sindsdien deed het land nog wel een paar keer mee, maar meer dan meedoen was het niet.

Hoge verwachtingen hebben de Irakezen ditmaal vooral van taekwondoka Raid Rasheed. Die moet, met een beetje geluk, zich kunnen mengen in de strijd om de medailles. Rasheed (28) velde begin dit jaar niet voor niets de regerend wereldkampioen bij het olympisch kwalificatietoernooi in Thailand.

Maar ook de voetbalploeg (tot 23 jaar) die overmorgen in Patras aftrapt tegen Portugal hoopt een gooi te kunnen doen naar de gouden medaille, en dus 25.000 dollar per persoon op te strijken. Voor de rest van de selectie, onder wie één vrouw (atlete Alaa Jassim), geldt het aloude olympische adagium, zoals grondlegger Pierre de Coubertin dat in de negentiende eeuw formuleerde: deelnemen is belangrijker dan winnen.

WWW.NRC.NL dossier Olympische Spelen