Googles `nobele' beursgang stuit op brede kritiek

De beursgang van Google wordt de grootste ooit van een internetbedrijf. Critici zetten vraagtekens bij de organisatie ervan. ,,Ze denken dat ze uniek zijn.''

Wat als Google naar de beurs gaat en iedereen is met vakantie? Het is moeilijk voor te stellen, maar dit is een van de minst ernstige problemen waarmee het bedrijf achter de populaire zoekmachine op internet te maken zou kunnen krijgen tijdens zijn gang naar het beleggend publiek. De afgelopen dagen heeft Google al ruim de wind van voren gekregen over de manier waarop het zijn initial public offering (IPO), zoals een beursgang in de Verenigde Staten wordt genoemd, regelt. Niet alleen van beursautoriteiten, maar ook van concurrenten, kritische gebruikers van de zoekmachine, en zelfs van Wall Street.

Met een verwachte opbrengst van ten minste 3 miljard dollar (2,4 miljard euro) is de Google-IPO verreweg de grootste beursgang van een internetbedrijf ooit. De oprichters, Sergey Brin en Larry Page, alsmede de topman, Eric Schmidt, die samen de leiding hebben over het bedrijf, willen de beursgang bovendien anders organiseren dan normaal. Democratischer en eerlijker vooral, zodat de kleine belegger niet wordt uitgesloten van het spel. Maar dit nobele doel blijkt minder eenvoudig dan verwacht.

Eind vorige week werd het bedrijf aangepakt door de Securities and Exchange Commission, de Amerikaanse beursautoriteit, omdat het had verzuimd aandelen te laten registreren die in het verleden aan medewerkers en adviseurs waren uitgedeeld. Google heeft gezegd dat die aandelen weer worden ingetrokken en toegevoegd aan de aandelen bestemd voor het publiek bij de beursgang, waardoor er een (kleine) verwatering optreedt, die de koers omlaag kan duwen. Ongeveer 9 procent van Google gaat naar de beurs, de rest blijft in privé-handen.

Gisteren werd de hoeveelheid aangeboden Google-aandelen weer een stukje groter, doordat Google, dat een schikking met concurrent Yahoo trof wegens inbreuk op het auteursrecht van Yahoo-dochter Overture, Yahoo uitbetaalde in aandelen ter waarde van zo'n 300 miljoen dollar. Yahoo kondigde aan die aandelen vervolgens voor een deel te zullen verkopen bij Google's emissie, nu 25,7 miljoen aandelen groot. Yahoo bezit sinds 2000 een minderheidsbelang in Google.

Wall Street heeft gemengde gevoelens over de Google-IPO. Weliswaar doen er veel meer zakenbanken mee dan gewoonlijk, 28 bij de laatste telling, maar voor de zogeheten underwriters, de financierende banken die het risico dragen bij een beursgang, blijft er veel minder aan de strijkstok hangen. Normaal krijgen banken 7 procent commissie bij het onderschrijven van een beursgang, waarbij ze als tussenpersoon optreden tussen bedrijf en belegger, nu krijgen ze nog niet de helft daarvan, namelijk 3 procent. Bovendien krijgen de zakenbanken die de leiding hebben, Morgan Stanley en Credit Suisse First Boston, weinig tot niets te zeggen over de bepaling van de openingskoers, omdat die door het publiek wordt vastgesteld tijdens een ongebruikelijke veiling, op – waar anders? – internet.

Tel daarbij op de blunders die Google maakte de afgelopen weken tijdens de traditionele roadshow om het aandeel onder de aandacht te brengen – `geheime' ontmoetingen met grote beleggers in dure hotels, bijvoorbeeld – en technische, alsmede aan privacy gerelateerde problemen met de website, en de indruk ontstaat dat de Google-IPO allerminst van een leien dakje gaat.

Dit alles nog afgezien van de vraag of Google een goede belegging is vanuit een puur financieel oogpunt, een vraag die door specialisten uit de zoekmachinewereld met een voorzichtig `misschien' wordt beantwoord. Zou Google in de nabije toekomst niet hetzelfde lot beschoren kunnen zijn als AltaVista vijf jaar geleden: plotseling uitsterven door de introductie van een nieuwe, betere concurrent (dat was toen Google)? Google geeft bovendien zelf al in zijn prospectus aan dat de inkomsten uit advertenties (98 procent van de omzet) grillig zijn, en dat de spectaculaire groei van het bedrijf vrijwel zeker zal afvlakken. Sommige sceptici menen dat Google al aan zijn plafond zit.

Kleine beleggers worden afgeschrikt door de relatief hoge aanvangsprijs van 108 à 135 dollar per aandeel. Maar ze zouden de openingskoers, tenminste in theorie, kunnen beïnvloeden tijdens het veilingsproces dat vrijdag 30 juli werd geopend voor Amerikaanse beleggers (buitenlands beleggers mogen niet meedoen) op ipo.google.com, en dat mogelijk een dezer dagen al wordt gesloten, afhankelijk van het animo. Beleggers kunnen niet direct bieden, ze moeten zich eerst melden bij een van de deelnemende handelskantoren.

,,Google is vooral hype'', zegt Daniel Brandt, een uitgever op internet gevestigd te San Antonio, Texas, die Google kritisch in de gaten houdt door middel van de website Google-Watch.org. ,,Wat mij nog het meest dwars zit is dat Brin, Page en consorten tien stemmen krijgen voor elk aandeel dat ze hebben, en beleggers zoals ik één stem. Daar is niets democratisch aan.''

Volgens Brandt vinden de oprichters van Google, die bekend staan als idealistische techneuten, het helemaal niet zo nodig het bedrijf naar de beurs brengen, maar zijn het de vroege investeerders die bij de oprichting van Google durfkapitaal hebben verschaft, zoals Sequoia Capital en Kleiner Perkins, die ,,graag willen cashen''.

Niets is zeker bij Google, zelfs de datum van de IPO niet. Vorige week liet Google doorschemeren zijn IPO uit te stellen, zonder erbij te zeggen met hoeveel dagen. De laatste geruchten wijzen op een beursgang ergens volgende week. Of de week erna.

,,De laatste twee weken van augustus staan bekend als de stilste van het IPO-jaar'', zegt Jan Joosten, een Nederlandse advocaat gespecialiseerd in effectenrecht, die werkt bij Hughes Hubbard & Reed in New York. Waarom Google zich daar niets van aantrekt? ,,Ze denken dat ze uniek zijn'', zegt Joosten. ,,En in zekere zin zijn ze dat ook. Het is een interessant experiment.''