Doe mij maar Bush-light

Welk vuurwerk valt er te verwachten van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november? De gemoederen zijn verhit: binnenkort verschijnt een roman, Checkpoint van Nicholson Baker, waarin een woedende burger, mad as hell, het niet meer pikt en een aanslag beraamt op

George W. Bush. En John Kerry begon onlangs, met een voor Nederlanders angstaanjagend bekend gebaar, te salueren voor een zaal wildvreemden. Het belooft wat.

Intussen leggen kenners van de grote wereld ons in Nederland geduldig uit dat die Kerry heus niet zo verschilt van Bush. Hetzelfde buitenlandse beleid, met oorlog tegen terreur. Hooguit wat accentverschillen. Ja, want wij oliedomme en decadente Europeanen snappen natuurlijk niet hoe de Grote Wereld werkt. Wij hebben te veel slappe Kant gelezen (die van de `eeuwige vrede') en te weinig stoere Hobbes (die van `normaal is het altijd oorlog'). Dus we moeten ons, ho-ho, niet op Kerry `verkijken', waarschuwde een commentator vaderlijk in de Volkskrant. Sterker nog, jongens en meisjes, doceerde Elsevier, Kerry is gewoon, vertaald naar jullie leefwereld, `Bush-light'.

Aha, bedankt. Dat had ik net even nodig. Want nu ik het begrijp, mag ik dan tegen de Amerikanen zeggen: alstublieft, geef ons in godsnaam die Bush-light! Niet nog vier jaar heavy metal. Laat ik meteen uitleggen waarom, want voor je het weet sta je tegenwoordig te boek als linkse zelfhater of anti-Amerikaan. En dan ben je je spreektijd kwijt aan handenwringen-op-afroep over je verleden.

In de keus tussen Kerry en Bush gaat het ook om de vraag hoe Amerika – ons voorland tenslotte – er de komende vier jaar gaat uitzien. Het is logisch dat de roekeloze oorlog tegen Irak waarin Bush het land stortte, de aandacht daarvoor wegzuigt, maar de eerste termijn van Bush heeft binnenlands ook diepe sporen getrokken. Na vier jaar revolutionair-Republikeins bewind is Amerika sociaal, economisch en ideologisch van aangezicht aan het veranderen, op een manier die zich bij de komende verkiezingen direct zal vertalen. Het is lang geleden dat het land intern zo gepolariseerd is geweest. Tijdens Vietnam, dat recente grote Amerikaanse schisma, liepen de scheidslijnen pro en contra de oorlog nog dwars door de grote partijen heen. Nu tekent zich een frontale botsing af tussen liberals en conservatives, die vrijwel parallel loopt met het politieke duel tussen Democraten en Republikeinen.

Dat is bepalend voor de koers van het land. De Amerikanen zelf beseffen dat maar al te goed. De hysterische demagogie en wederzijdse verkettering spreken boekdelen. Meest recente ontwikkelingen: de blue collar-held Bruce Springsteen heeft uit afkeer van de Irak-oorlog en van Bush' belastingverlaging voor de rijken (`en voor welgestelde gitaristen') in The New York Times zijn steun uitgesproken voor Kerry. Het tijdschrift The New Republic beschuldigt Bush van dirty tricks: volgens een Pakistaanse inlichtingenofficier had het Witte Huis er bij de dienst op aangedrongen een `high value target' in de oorlog tegen terreur op te pakken `eind juli'. En jawel, tijdens de Democratische Conventie werd in Pakistan de arrestatie bekendgemaakt van de Al-Qaeda-terrorist Ahmed Khalfan Ghailani. Het Witte Huis heeft het bericht tegengesproken, maar het tekent de atmosfeer. Geen sfeer dus van lood om oud ijzer, of sorry, lood-om-lood-light.

Waar zijn veel Amerikanen dan zo kwaad om, behalve om `Irak'?

Allereerst uiteraard om George Bush. Je hoeft niet van Michael Moore te houden om te zien wie deze president voor veel Amerikanen is. Een half-serieuze man uit een beschermd milieu, die onder een dunne maar harde laag morele intuïtie weinig belangstelling heeft voor de wereld, en omringd wordt door conservatieve ideologen en belangengroepen uit het bedrijfsleven. Een van de signalen uit Moore's Fahrenheit 9/11 is juist die vreemde onthechtheid van Bush. De man is all hat and no cattle, aldus Democratisch senator Robert Byrd.

Voor miljoenen andere Amerikanen is het verbale gestuntel van Bush, samen met zijn ongecompliceerde vaderlandsliefde, zijn western-individualisme en religieuze afkeer van liberalism, juist zijn charme: hij is one of us, in een wereld vol betweters. Zo is dit elitekind de held geworden van de `gewone Amerikaan'.

De schok van 11 september en de verlamming waarin het Amerikaanse publieke debat toen belandde, zorgden ervoor dat die tegenstelling verbloemd bleef. Maar na het propagandistische geweld over Irak, en het bloedige echec ná de overwinning, zijn de stellingen weer betrokken.

De haperende banenmachine drukt de kiezers bovendien met de neus op de sociaal-economische erfenis van vier jaar Bush. Die komt neer op een ingrijpende rechtse herverdeling van kennis, macht en inkomen. Kroonjuweel van Bush, en Bewijsstuk A van zijn aanklagers, is zijn duizelingwekkende belastingverlaging, die de laagste sociale groepen afknelt, de buffelende middenklasse een extraatje oplevert maar de toplaag van superrijken een turbo-boost heeft gegeven.

Dan is er het inperken van de burgerrechten. Zie de Patriot Act, maar ook het terugdringen van consumentenrechten en milieuvoorschriften. Ten slotte: de ideologische polarisatie waarmee dit `millenniumkapitalisme' gepaard gaat. De Republikeinse omwenteling die Ronald Reagan inzette na de chaos van de jaren '60, heeft de Amerikanen hernieuwd elan gegeven maar ook overdreven afkeer bijgebracht van het gedachtegoed van de New Deal en big government (terwijl een nieuwe gezondheidszorg dringend nodig is) en een pathetisch rechts slachtofferisme aangepraat: het land wankelt aan de rand van de afgrond door abortusdokters en homo-echtparen. Liberalism (een term die ook door de Democraten hooguit fluisterend wordt gebruikt) staat gelijk aan landverraad in een `culturele oorlog'. Die wordt enthousiast verder aangeblazen door nieuwe, openlijk partijdige berichtgeving bij kabel-tv en talk radio.

Inderdaad: Kerry zal niet `alles anders' kunnen doen, nog eens vier jaar Bush hoeft geen kopie te zijn van de eerste vier, en wie weet is Amerika al echt van karakter veranderd – en wij ook. Maar er staat iets op het spel. Aan die verkiezingen in november is helemaal niets light.