De sarong: toonbeeld van rust

Onze correspondenten bekijken deze zomer hoe bewoners van `hun' land gekleed gaan. In Indonesië doorstaat de sarong soepel de krachtmeting tussen oude en nieuwe manieren.

Indonesië kent verschillende snelheden: de trage gang door de sawa van de boer en zijn karbouw en de haast van hoekmannen op de beurs; de vrijdagse slentergang naar de moskee en de zaterdagse race naar shopping mall en buitenhuis; de contrasterende ritmes van koranreciet en discodreun. Met het tempo variëren kleding en schoeisel: bankbediendes op klikkende naaldhakken en marktvrouwen op sloffende slippers; deftige dames in strak gewikkelde batik, die alleen geschuifel toelaat, en swingende tienermeisjes in jeans; verplicht sportend overheidspersoneel in trainingspak en moskeegangers in sarong.

Snel lijkt modern, vergeleken met de boer die blootsvoets door zijn rijstveld loopt, maar geeft geen status. Stadse dragers van schoenen en pantalons, zoals ambtenaren, kunnen sneller vooruit, maar nemen de tijd. De rijken draaien 's zondags in dure sportkleding een rondje op Japanse mountainbikes, maar doen het kalm aan.

Indonesiërs worden heen en weer geslingerd tussen de tradities van hun geboortedorp en de trends van Global Village. Eén kledingstuk heeft de krachtmeting tussen oude en nieuwe manieren doorstaan en blijft een toonbeeld van rust in een almaar hectischer wereld: de sarong.

Sarung is Indonesisch (Maleis) voor hoes, foedraal of schede (van de kris), maar de meest gangbare betekenis is een kokerdoek voor om de heupen. Afgezien van kindersarongs liggen de afmetingen van het katoenen weefsel vast: 1,2 bij 2 meter. De uiteinden van de geruite lap worden aan elkaar genaaid tot een cilindrisch kledingstuk van 1 meter 20 lang en 1 meter breed. U stapt in de koker, trekt hem op totdat de zoom op uw voeten valt en vouwt hem door hem eenmaal naar links en eenmaal naar rechts te trekken. Zo ontstaat een brede plooi aan de voorkant die de nodige bewegingsruimte laat. De bovenkant wordt opgerold en die rol werkt als riem. De sarong is koel en comfortabel.

Het is een dracht voor mannen. Vrouwen gebruiken een kain of wikkeldoek. Alleen de Javaanse vorsten van Surakarta en Yogyakarta en hun edelen en hovelingen dragen bij feestelijke gelegenheden een gebatikte kain met traditionele motieven, die zijn voorbehouden aan families van hoge geboorte.

Mannen uit het volk dragen een sarong, maar niet altijd, want het is geen werkkleding. Boeren, bouwvakkers en vissers doen hun zware werk in korte broek, want zij staan tot hun kuiten in het sawa-water, op wankele steigers of in al even wankele prauwen. Met een sarong tot op de voeten zouden zij struikelen. De sarong is er voor de schaarse momenten van rust: ontspannen roken na de dagtaak, baden, slapen, vervulling van het plichtgebed en het wekelijkse moskeebezoek.

De islam gebiedt dat een man bij de vervulling van zijn geloofsplichten hoofd, armen en benen bedekt. Moskeegangers dragen dan ook een kopiah – een zwartfluwelen kalot – een hemd met lange mouwen en de vroomsten onder hen een sarong. Alleen voor religieuze notabelen op het Javaanse platteland is de sarong werkkleding. Kiai, schriftgeleerden met een eigen schooltje, dragen de hele dag een geruite kokerdoek, in combinatie met een loshangend overhemd of een ruim vallend jasje.

Door die associatie met religieuze ernst heeft de sarong de statusbarrière doorbroken. Op godsdienstige hoogtijdagen hullen ook mannen uit de stadse elite zich in dit niet-moderne kledingstuk. En op het Suikerfeest of de Hemelvaart van de Profeet verschijnen tv-omroepers in kopiah, colbert met opstaande boord en sarong. Verschil moet er zijn, dus de gelegenheidssarong van rijke en bekende Indonesiërs is van hoogwaardige katoen en duur.

Mannen uit het volk gebruiken de sarong ook als slaapkledij of als heup- en beenbedekking voor en na het baden. In werktijd hangt de sarong opgerold tot sjaal of sjerp om hun hals of schouders en soms trekken zij hem over hun hoofd, als de kap van een cabriolet, om zich te beschermen tegen de brandende zon of bij het oversteken in een regenbui. Eenvoudige reizigers gebruiken hem ook als draagbaar beddengoed. Op bankjes in busstations rollen mannen zich in hun sarong.

De sarong heeft zich definitief ontdaan van zijn statusstigma door de opkomst van het massatoerisme en de hang naar het exotische van Westerse vakantiegangers. Dat begon op Bali, waar de benen bij het betreden van een hindoetempel moeten worden bedekt. Omdat de sarong koel is en onder jonge Amerikanen en Australiërs ook als cool geldt, gaan de roodverbrande benen van zonaanbidders steeds vaker gehuld in geruit katoen. De mores zijn niet bij iedereen bekend, dus ook vrouwelijke toeristen stappen in de koker. In Europa en de VS verkopen boutiques modieuze, in uitheemse motieven bedrukte sarongs.

De kokerdoek, vanouds een volks attribuut, heeft zich niet alleen weten te handhaven aan de onderkant van de samenleving, maar is zelfs opgeklommen langs de steile Indonesische statusladder. De sarong dankt dit succes louter aan zijn kwaliteiten. Eenvoud is nu eenmaal een kenmerk van het ware.

Vijfde deel van een serie. Eerdere afleveringen zijn terug te lezen op www.nrc.nl