De deconfiture van de Chalabi's

Ahmad Chalabi was ooit de lieveling van de Amerikanen, zijn neef Salem zou Saddam Hussein berechten en beiden leken een hoofdrol in het nieuwe Irak te krijgen. Nu is tegen hen een arrestatiebevel uitgevaardigd.

Enkele uren nadat Saddam Hussein op 14 december van het vorig jaar was opgepakt in zijn schuilplaats, was Ahmad Chalabi een van de vier prominente Iraakse politici die met de toenmalige Amerikaanse civiele bestuurder in Irak, Paul Bremer, toegang kregen tot de voormalige president. Het was Chalabi's neef Salem die afgelopen april de taak kreeg om het speciale tribunaal te organiseren dat Saddam moet gaan berechten – volgens sommigen op voorspraak van zijn oom.

En nu moeten beide mannen zelf vrezen voor berechting: afgelopen weekeinde vaardigde de Iraakse onderzoeksrechter Zuhair Almaliky aanhoudingsbevelen uit tegen Ahmad en Salem Chalabi. Ahmad wordt beschuldigd van valsemunterij, Salem van betrokkenheid bij moord. Zo wordt een nieuwe stap gezet in de deconfiture van de familie Chalabi, die deels een afrekening is tussen Iraakse troonpretendenten, en die eerder dit jaar al werd ingezet met Amerikaanse sturing op de achtergrond.

Ahmad Chalabi (59) was lange tijd de man die de Verenigde Staten zich gedroomd hadden bij hun voorbereidingen om Saddam Hussein weg te krijgen. Als balling uit een vooraanstaande shi'itsche familie en sinds 1992 als leider van het Iraaks Nationaal Congres was hij het aanspreekpunt voor Washington. Hij was de man die de Amerikaanse haviken, met name in het Pentagon, de afgelopen jaren de gegevens overlegde over de aanwezigheid van Iraakse massavernietingingswapens, die voor hen de rechtvaardiging opleverde van een oorlog tegen Saddam. Hij was ook de man die dezelfde haviken juichende Irakezen op straat voorspelde bij het zicht van oprukkende Amerikaanse bevrijders.

Dat het niet zo is gegaan, werd vorig jaar na de aanval al duidelijk, maar de waarheid dat de door Chalabi verstrekte inlichtingen niet deugden, vooral die over de massavernietingswapens, werd pas langzaam geaccepteerd in Washington. In januari was Ahmad nog te gast bij de State of the Union-toespraak van president Bush en werd hij nog steeds beschouwd als een belangrijke, pro-Amerikaanse speler in Irak.

Maar daarna is het snel bergafwaarts gegaan in de relatie – met als duidelijkst signaal de inval die Iraakse politieagenten op 20 mei deden in het huis en de kantoren van Chalabi en het Iraaks Nationaal Congres in de hoofdstad Bagdad, met steun van Amerikaanse militairen. Vooral de verdenkingen van de Amerikaanse inlichtingendiensten dat Chalabi geheime informatie doorspeelde naar Iran, dat op zijn beurt misleidende Irak-informatie via Chalabi naar Washington doorsluisde, heeft zijn beschermheren op het Pentagon in grote verlegenheid gebracht. Dat Chalabi, die nu in Teheran verblijft, vermoedelijk ook op grote schaal oude dinar-biljetten heeft vervalst om ze in te wisselen voor nieuwe, is voor de Iraakse rechter reden om hem nu aan de tand te willen voelen.

Op bescherming van Washington hoeft de voormalige protégé Chalabi niet meer te rekenen. ,,Over zijn toekomst zal worden beslist door het Iraakse volk'', zei een woordvoerder van het Witte Huis gisteren zuinigjes.

Door de actie van onderzoeksrechter Zuhair Almaliky is plotseling ook de schijwerper gezet op een ander prominent lid van de familie Chalabi. Salem wordt ervan beschuldigd in juni een hoge funtionaris van het ministerie van Financiën te hebben laten vermoorden die onderzoek deed naar illegale handel in onroerend goed door de familie Chalabi. Net als zijn oom is hij onschuldig, zo reageerde Salem gisteren vanuit zijn woning in Londen.

De aanklacht tegen Salem betreft een ordinaire fraudezaak, maar heeft een sterk machtspolitiek aspect – in weerwil van de verzekering van de onderzoeksrechter louter op juridische gronden te handelen. Critici in Irak beschouwen het door Salem geleide tribunaal als een door de Amerikanen op de achtergrond bestuurd instrument in plaats van een echte Iraakse rechtbank. Zo denkt ook onderzoeksrechter Zuhair Almaliky er over: ,,Dit tribunaal is niet van ons'', zei hij afgelopen maand nog in de Amerikaanse krant The New York Times.

Het was onder andere deze uitspraak waarnaar Salem Chalabi gisteren in een interview met de Britse omroep BBC verwees toen hij uitlegde dat hij terug wil naar Bagdad om zijn naam te zuiveren, maar nu nog even niet. Want, legde hij uit, de Iraakse gevangenissen zitten vol met Ba'athisten, aanhangers van Saddam, die staan te popelen om iemand die het proces tegen hun voegere leider organiseert, om zeep te helpen. ,,Ik wil slechts garanties dat ik niet zal worden vermoord in een gevangenis of ergens anders.''